1. Wat is een seksueel overdraagbare aandoening (soa)?
Een infectieziekte die je kunt krijgen door onveilig, intiem seksueel contact.
2. Waarom is de term soa een beetje misleidend?
Een soa wordt niet altijd veroorzaakt door seksueel intiem contact, maar ook bijvoorbeeld door het
gebruik van besmette injectienaalden of via bloedtransfusie.
3. Wie veroorzaken soa’s?
Bepaalde bacteriën, parasieten of virussen.
4. Wanneer noem je iemand seropositief?
Als deze persoon wel antistoffen heeft aangemaakt tegen HIV (het virus is dus aanwezig), maar nog
geen klachten bij de ziekte (aids) heeft.
5. Waardoor is Hiv zo gevaarlijk als je het in je lichaam hebt?
HIV gebruikt een bepaald type witte bloedcel om zich te laten vermenigvuldigen (begrijp je bron
20?). Hierbij sterven die witte bloedcellen (uiteindelijk) waardoor het afweersysteem steeds minder
goed werkt en je kunt overlijden aan normaal relatief makkelijk te bestrijden ziektes (griep en
longontsteking bijv.).
6. Waardoor kunnen antibiotica niet worden gebruikt om HIV te bestrijden?
Antibiotica werken op de celwand, celmembraan of stofwisseling van cellen. Virussen hebben die
allemaal niet (want bestaan niet uit cellen).
7. Welke onbetrouwbare methoden van inticonceptie worden in het boek genoemd?
‘Coïtus interruptus’ en ‘periodieke onthouding’ / ‘kalendermethode’.
8. Waardoor zijn deze methoden (zie vraag 7) onbetrouwbaar?
Coïtus interruptus: het voorvocht bevat ook zaadcellen, waardoor terugtrekken eigenlijk al te laat is
(als je dat al op tijd lukt).
Periodieke onthouding: ovulatie vindt niet altijd op dezelfde dag van de cyclus plaats waardoor je
geen zekerheid hebt over een ‘veilig’ moment.
9. Waardoor is een condoom meer dan alleen een anticonceptiemiddel?
Een anticonceptiemiddel voorkomt alleen een bevruchting terwijl het condoom óók het overdragen
van een soa helpt voorkomen.
10. Geef in 1 zin aan hoe de onderstaande voorbehoedsmiddelen werken:
De pil: bevat hormonen (oestrogeen of progesteronachtige stoffen) die de rijping van de eicellen
verhinderen en daarmee de ovulatie voorkomen.
Het spiraaltje: het maakt de baarmoeder ongeschikt voor innesteling (koperspiraaltje) of voorkomt
ovulatie (hormoonspiraaltje).