Inhoudsopgave
Internationaal en Europees strafrecht - College 1: inleiding ........................................................ 2
Internationaal en Europees strafrecht - College 2: Rechtsmacht in cyberspace .......................10
Internationaal en Europees strafrecht – college 3: Europees strafrecht: samenwerking en
harmonisatie materieel strafrecht ..............................................................................................17
Internationaal en Europees strafrecht – college 4: Europees strafrecht: deel 2 .......................32
Internationaal en Europees strafrecht - College 5: Actualiteiten overlevering .........................33
Internationaal en Europees strafrecht - College 6: Mensenrechtenverweren bij uitlevering ...40
Internationaal en Europees strafrecht - College 7: Kleine rechtshulp in de praktijk .................49
Internationaal en Europees strafrecht - College 8: Overname van tenuitvoerlegging van
straffen en maatregelen – WOTS en WETS ................................................................................57
Internationaal en Europees strafrecht - College 9: Internationale misdrijven ..........................62
Internationaal en Europees strafrecht – Gastcollege; ................................................................72
Internationaal en Europees strafrecht: oefententamens ...........................................................74
,Internationaal en Europees strafrecht - College 1: inleiding
Het internationaal strafrecht omvat verschillende deelgebieden. Zo omvat het onder meer Europees
recht, de WETS, WOTS, de overlevingswet, de uitleveringswet, het EVRM. Verder bestaat er geen
heldere en eenduidige definitie van het internationaal strafrecht. Het raakt enerzijds aan het
volkenrecht en anderzijds aan het nationaal straf(proces)recht. In algemene zin geldt dan ook dat het
internationaal strafrecht kan worden getypeerd als grensgebied waar de beide rechtsdisciplines elkaar
raken.
Twee mogelijke visies:
• Droit penal international: nationale strafrechtspleging tegen internationaal decor. Problemen
van nationaal recht die het gevolg zijn van grensoverschrijdende strafbare feiten, verdachten
en of veroordeelden. Nationaal met internationale invloeden, waar de soevereiniteit van
staten nog altijd voorop staat. Van belang hierbij is de rechtsmacht van de Nederlandse
rechter. Ten tweede gaat het hier om samenwerking in internationale strafzaken. Deze kent
grofweg vier Vormen: overdracht van personen, wederzijdse rechtshulp, overdracht van
strafvervolging, overdracht van tenuitvoerlegging. Het Europees strafrecht is gebaseerd op
het beginsel van wederzijdse erkenning van elkaars vonnissen en andere rechterlijke
beslissingen.
• Droit international penal: materiele en processuele onderwerpen die zijn gerelateerd aan de
internationale strafrechtpleging, soms zelf met een bovenstatelijk karakter waardoor onder
omstandigheden de soevereiniteit moet worden prijsgegeven. Gaat in de eerste plaatst om
strafrechtelijke normale van internationale herkomst; genocide, misdrijven tegen de
menselijkheid, oorlogsmisdrijven. Op de tweede plaatst eigenlijke internationale
strafrechtspraak. En in de derde plaatst aan de dwingende beïnvloeding van nationaal recht
en rechtspleging vanuit de Europese Unie door het communautaire recht en de justitiële en
politiële samenwerking.
Belangrijk begrip in internationaal strafrecht is het begrip een goede rechtsbedeling; dit betekent daar
waar de rechtsvervolging en de rechtszaak het beste kan worden gevoerd.
Dit vak heeft diverse dimensies; lijken afzonderlijke onderwerpen maar ze hebben met elkaar te maken
en grijpen in elkaar. De klassieke thema’s raken in grote mate aan het internationaal strafrecht;
rechtsmacht, uitlevering, overname/overdracht van strafvervolging en tenuitvoerlegging van straffen.
De moderne thema’s raken in meerdere mate aan EU rechtelijke thema’s; EU-samenwerking, kleine
rechtshulp, overlevering, de tenuitvoerlegging van straffen binnen de EU, de invloed van het EVRM en
internationale misdrijven. Tentamenstof: Handboek, colleges, hoofdstuk klip.
Rechtsmacht: vraag die bepaalt of Nederland strafvervolging mag instellen; of opsporingshandelingen
mag uitvoeren. In beginsel mag dit niet; rechtsmacht. Het belangrijkste beginsel is het klassieke
beginsel van de soevereiniteit van staten. Opsporing en vervolging van strafbare feiten dient derhalve
gedaan door het betreffende land en alleen met toestemming (verdrag/bilateraal) van dat land kan
een ander land (al dan niet tijdelijk) bepaalde bevoegdheden in dat land uitoefenen. Soevereiniteit
van het betreffende land dient op basis van dit beginsel te worden gerespecteerd. Zou dit anders zijn
dan zou dit betekenen dat andere landen dergelijke bevoegdheden in het betreffende land zelf zouden
2
, uitoefenen. Dit wordt als onwenselijk ervaren, met name als dit landen zijn die er een minder goed
ontwikkelde rechtstaat op nahouden.
Soevereiniteit als beginsel kan in alle gevallen geheel worden volgehouden. Om criminaliteit te
bestrijden kunnen er verdragen worden afgesloten met andere landen om dit effectief te bestrijden.
Wederkerigheidsbeginsel; als men van een land iets verwacht dan zal dit land ook van jou verwachten.
Verdragen moet ook ten goede trouw worden uitgelegd; andersom verwacht men dit immers ook van
andere landen.
Uitlevering is de situatie dat een persoon wordt gezocht in een ander land: daar wordt een proces
gevoerd of wil men een reeds opgelegde straf tenuitvoerleggen. Er wordt dan een uitleveringsverzoek
gedaan – uitgaande van het vertrouwensbeginsel – moet hier serieus worden omgegaan. Dit gebeurt
doorgaans op basis van een verdrag (dit impliceert immers dat dit vertrouwen er reeds is). Hetzelfde
geldt voor het overdragen van strafvervolging (het dossier gaat over) dit komt niet zo vaak meer voor.
In Europees perspectief zijn een aantal moderne instrumenten; ziet men name op vormen van
rechtshulp.
Verschillende perspectieven onderscheiden:
• Nationaal perspectief (artikel 2 Sr.)
• Nationaal perspectief buiten de eigen landsgrenzen (artikel 3-8d Sr.)
• Interstatelijk perspectief (bijv. schengenverdrag)
• Supranationaal perspectief (ICC)
• Mensenrechtenperspectief (EVRM, IVBPR)
• Constitutioneel perspectief (welke overheidsorganen zijn bevoegd tot bepaalde handelingen
buiten de eigen landsgrenzen, bijv. artikel 54 lid 5 Sv; artikel 539a Sv.)
• Artikel 2 Sr. is lastiger dan het lijkt. Uitgangspunt van rechtsmacht: rechtsmacht bestaat over
strafbare feiten gepleegd op Nederlands grondgebied. Bepaalde delicten worden ergens
anders voorbereid, of de mensen die erbij betrokken zijn wonen ergens anders; bijvoorbeeld
mensenhandel. Het gevolg van het strafbaar feit – of de voorbereiding van het strafbaar feit –
raakt de Nederlandse rechtsorde. De HR legt de Nederlandse rechtsmacht ruim uit.
• Nationaal perspectief buiten de eigen landsgrenzen: uitbreiding van rechtsmacht ten aanzien
van staatsburgers; Een Nederlandse staatsburger pleegt buiten de landsgrenzen een ernstig
misdrijf. Als iemand terug gaat naar het land van herkomst dan wordt men alsnog vervolgd.
Artikel 7 Sr. actieve personaliteitsbeginsel. à Nederlander die buiten de landsgrenzen een
misdrijf pleegt. (let op dubbele strafbaarheid vereist)
• Interstatelijk perspectief (bijv. schengenverdrag) à afspraken tussen staten onderling;
beoogd om te voorkomen dat de achtervolging bij de grens moet worden gestaakt.
Bevoegdheid tot grensoverschrijdende achtervolging is in dit verdrag geregeld.
• Supranationaal perspectief (ICC) à bedoeld om bepaalde criminaliteit op een internationale
wijze te vervolging à genocide.
3