het zenuwstelsel en verklaart problemen vanuit
de biologische benadering.
Membraam en actiepotentiaal
Membraampotentiaal
Heel klein lading verschil tussen binnenkant van
de cel en buiten
Rustpotentiaal is –70mv
Buiten relatief veel na+ en cl-
Binnen relatief veel k+ en negatief geladen
eiwitten
Actiepotentiaal
Bij prikkeling ( door verandering
membraampotentiaal
- Celmembraan wordt
doorlaatbaar voor NA+ ionen
- NA+ influx (ionen kunnen
membraam in stromen_
- Binnenkant cel positief
1
, - Depolarisatie (potentiaal wordt minderBinnenkant wordt positef, plek
daarna gebeurt het zelfde
- -
Repolarisatie
- Celmembraan ook doorlaatbaar wordt voor k+
(reageren op verandering membraam potentiaal
- K+ efflux (uit cel stroomt< waardoor minder positief
binnenkant en zal daardoor membraam potentiaal weer meer negatief
richting de -70 mv worden)
hyperpolarisatie: niet alle kaliumkanalen sluiten tegelijkertijd waardoor
nog iets lager dan –70 wordt tijdelijk
- Na/K pomp: Verhouding ionen weer in evenwicht --> -70 MV
Neuronen en synapsen
Algemene structuur van neuron
Een neuron zijn zenuwcellen waarmee de signalen van de hersen naar de
ledematen worden vervoerd en andersom
- Impuls loopt van dendriet naar axon uiteinde- myeline: werkt isolerend,
vetachtig en bestaat uit een
cel, waardoor signaal
oversprint
- Knoop van ranvier zitten
tussen de cellen van schwann
in zit: voordeel signaal sprint
en daardoor sneller vervoert
Axon sluit aan op volgende dendriet
2
,Daar zit binding synaps tussen daar gaat van neuron naar volgende neuron
Stimulerende en remmende neurotransmitters
- Stimulerend: acetylcholine, Norepinefrine
- Remmend: dopamine, GABA, serotonine
Type neuronen
- Sensibele (sensorische)
neuronen
- Motorische neuronen
- Interneuronen
(schakelcellen)
Hersenvliezen en liquor
Hersenvliezen – meninges
Bescherming van zenuwweefsel in hersenen en ruggenmerg
- Dura mater – harde vlies
- Arachnidea – spinnenwebvlies
- Pia mat er – zachte vlies
Dura mater
- Buitenste laag met botweefsel vergroeid
- Tussen de vliezen vloeistof en bloedvaten
3
, - Durale plooien (zorgen voor hersenweefsel op ze plaats blijft
- Durale sinussen (tussen twee lagen van durale plooi)
- Epidurale ruimte (kunnen verdoven worden gegeven, om zenuw te
blokkeren)
‘
Arachnoïdea (spinnenwebvlies
- Web van collagene en elastische vezels
Subarachnoïdale ruimte,
- gevuld met liquor (hersenvloeistof)
- Collagene vezels
- Elastsiche vezels
Cerebrospinale vloeistof
· Opgeloste gassen,
· voedingstoffen
· chemische signaalstoffen,
· afvalstoffen
4