SOCIALEZEKERHEIDSRECHT , SAMENVATTING WERKGROEP 6, 13 MAART
2019
Participatiewet, belangrijke artikelen
Artikel 3 en 4 lid 1 sub b PW
Artikel 11 recht
Artikel 13 uitsluitingsgronden
Artikel 19 inkomen – bijstandsnorm
Artikel 19a kostendelen: Ja - artikel 22a/ nee - artikel 20, 21 of 22
Artikel 31 middelen lid 2 sub a
Start
Artikel 11 lid 1
- Nederlander; woonachtig in Nederland.
- Onvoldoende middelen om in je bestaan te voorzien – moet je kijken in artikel 19 – wat
is de norm? Dat bepaalt de hoogte van de uitkering.
Welke bijstandsnorm van toepassing is hangt af van je persoonlijke situatie. Alleenstaand,
gedeeld huishouden etc. Deze norm is geregeld in artikel 21, 22 of 23.
Als je heel veel middelen hebt, meer dan de norm, dan is de hoogte € 0 maar je hebt dan
ook voldoende middelen om in je bestaan te voorzien.
Onvoldoende middelen?
- Welke norm is van toepassing? Artikel 19 e.v.
o Artikel 3
o Artikel 4
o Artikel 20 t/m 22a
- Welke middelen mag ik hebben? Artikel 31 e.v.
Kostendeler is als je niet gehuwd bent, maar wel samenwoont en de kosten deelt.
Artikel 18 lid 1: middelen, artikel 18 lid 12 – er wordt bij middelen gekeken naar het gezin.
De norm gaat wel omhoog als gezin, maar bij middelen moet je wel rekening houden met
het inkomen van de partner en kan het door voorkomen dat je geen recht op bijstand hebt.
Artikel 19a PW: kostendeler, als je een gezamenlijke huishouding voert dan ben je een gezin.
Als je geen gezamenlijke huishouding voert kan je wel kostendelende medebewoner zijn.
Hiermee hangt de hoogte van de norm samen.
1
, SOCIALEZEKERHEIDSRECHT , SAMENVATTING WERKGROEP 6, 13 MAART
2019
Vraag 1
Pieternel Blok (38) heeft recht op een uitkering op grond van de Participatiewet. Ze heeft een
dochter, Fietje (17 jaar). Fietje heeft een baantje als baliemedewerkster bij een
autoverhuurbedrijf. Zij verdient daarmee € 500 per maand. Als Fietje 18 jaar wordt gaat zij
Antropologie studeren aan de universiteit en krijgt daarvoor studiefinanciering. Ze blijft thuis
wonen.
a) Kunnen de inkomsten van Fietje (salaris en/of studiefinanciering) gevolgen hebben
voor de uitkering van Pieternel, als zij:
1) 17 jaar is:
Fietje is op grond van artikel 4 lid 1 sub e PW een ten laste komend kind. Ook noemen artikel
4 lid 1 sub c. Zij zijn een gezin (kind en moeder) Op grond van artikel 31 tellen de middelen
van het gezin mee. Echter worden deze hier uitgesloten in artikel 31 lid 2 sub h PW, geen
kostendelersnorm. De middelen van Fietje vallen buiten de middelen. Deze worden dan ook
niet meegenomen. Kinderbijslag wordt ook niet meegenomen op grond van artikel 31 lid 2
sub b PW.
2) 18 jaar wordt:
Pieternel is dus alleenstaande; artikel 4 lid 1 sub a.
Zolang Fietje onder de 21 jaar blijft kan zij geen kostendeler zijn artikel 19a lid 1 PW. Haar
middelen tellen dus niet mee.
Op het moment dat Fietje studiefinanciering krijgt valt zij niet onder de kostendelersfunctie.
Als Fietje ouder is dan 21 jaar dan wordt ze kostendeler.
3) 21 jaar wordt?
Dan eventueel kostendeler, maar omdat zij studiefinanciering ontvangt tellen haar middelen
niet mee op grond van artikel 19a lid 1 sub d.
Stel dat Fietje veel inkomen heeft, dan telt dit alleen maar mee voor de uitkering als zij:
Een gezin vormen - dat vormen ze niet.
Kostendeler zijn - niet van toepassing als er studiefinanciering wordt toegekend.
Of je vormt een gezin en voert een huishouden OF je bent kostendeler.
Als Fietje een paar jaar heeft gestudeerd krijgt ze door dat met de studie Antropologie
nauwelijks banen te vinden zijn. Zij wordt hiervan zo depressief dat zij niet meer in staat is
2
2019
Participatiewet, belangrijke artikelen
Artikel 3 en 4 lid 1 sub b PW
Artikel 11 recht
Artikel 13 uitsluitingsgronden
Artikel 19 inkomen – bijstandsnorm
Artikel 19a kostendelen: Ja - artikel 22a/ nee - artikel 20, 21 of 22
Artikel 31 middelen lid 2 sub a
Start
Artikel 11 lid 1
- Nederlander; woonachtig in Nederland.
- Onvoldoende middelen om in je bestaan te voorzien – moet je kijken in artikel 19 – wat
is de norm? Dat bepaalt de hoogte van de uitkering.
Welke bijstandsnorm van toepassing is hangt af van je persoonlijke situatie. Alleenstaand,
gedeeld huishouden etc. Deze norm is geregeld in artikel 21, 22 of 23.
Als je heel veel middelen hebt, meer dan de norm, dan is de hoogte € 0 maar je hebt dan
ook voldoende middelen om in je bestaan te voorzien.
Onvoldoende middelen?
- Welke norm is van toepassing? Artikel 19 e.v.
o Artikel 3
o Artikel 4
o Artikel 20 t/m 22a
- Welke middelen mag ik hebben? Artikel 31 e.v.
Kostendeler is als je niet gehuwd bent, maar wel samenwoont en de kosten deelt.
Artikel 18 lid 1: middelen, artikel 18 lid 12 – er wordt bij middelen gekeken naar het gezin.
De norm gaat wel omhoog als gezin, maar bij middelen moet je wel rekening houden met
het inkomen van de partner en kan het door voorkomen dat je geen recht op bijstand hebt.
Artikel 19a PW: kostendeler, als je een gezamenlijke huishouding voert dan ben je een gezin.
Als je geen gezamenlijke huishouding voert kan je wel kostendelende medebewoner zijn.
Hiermee hangt de hoogte van de norm samen.
1
, SOCIALEZEKERHEIDSRECHT , SAMENVATTING WERKGROEP 6, 13 MAART
2019
Vraag 1
Pieternel Blok (38) heeft recht op een uitkering op grond van de Participatiewet. Ze heeft een
dochter, Fietje (17 jaar). Fietje heeft een baantje als baliemedewerkster bij een
autoverhuurbedrijf. Zij verdient daarmee € 500 per maand. Als Fietje 18 jaar wordt gaat zij
Antropologie studeren aan de universiteit en krijgt daarvoor studiefinanciering. Ze blijft thuis
wonen.
a) Kunnen de inkomsten van Fietje (salaris en/of studiefinanciering) gevolgen hebben
voor de uitkering van Pieternel, als zij:
1) 17 jaar is:
Fietje is op grond van artikel 4 lid 1 sub e PW een ten laste komend kind. Ook noemen artikel
4 lid 1 sub c. Zij zijn een gezin (kind en moeder) Op grond van artikel 31 tellen de middelen
van het gezin mee. Echter worden deze hier uitgesloten in artikel 31 lid 2 sub h PW, geen
kostendelersnorm. De middelen van Fietje vallen buiten de middelen. Deze worden dan ook
niet meegenomen. Kinderbijslag wordt ook niet meegenomen op grond van artikel 31 lid 2
sub b PW.
2) 18 jaar wordt:
Pieternel is dus alleenstaande; artikel 4 lid 1 sub a.
Zolang Fietje onder de 21 jaar blijft kan zij geen kostendeler zijn artikel 19a lid 1 PW. Haar
middelen tellen dus niet mee.
Op het moment dat Fietje studiefinanciering krijgt valt zij niet onder de kostendelersfunctie.
Als Fietje ouder is dan 21 jaar dan wordt ze kostendeler.
3) 21 jaar wordt?
Dan eventueel kostendeler, maar omdat zij studiefinanciering ontvangt tellen haar middelen
niet mee op grond van artikel 19a lid 1 sub d.
Stel dat Fietje veel inkomen heeft, dan telt dit alleen maar mee voor de uitkering als zij:
Een gezin vormen - dat vormen ze niet.
Kostendeler zijn - niet van toepassing als er studiefinanciering wordt toegekend.
Of je vormt een gezin en voert een huishouden OF je bent kostendeler.
Als Fietje een paar jaar heeft gestudeerd krijgt ze door dat met de studie Antropologie
nauwelijks banen te vinden zijn. Zij wordt hiervan zo depressief dat zij niet meer in staat is
2