4.3 Reflectie: zicht op jezelf in relatie tot de leerling
Denkbeelden en gevoelens van de leerkracht kunnen verandering in handelen in de weg staan. De
kern van deze benadering is dat mensen zich in hun handelen laten leiden door hun denkbeelden
ofwel cognities. De cognitieve theorie houdt zich bezig met de mentale processen (geheugen, leren
en denken, waarnemen, problemen oplossen) en de invloed daarvan op de verwerking van
informatie. Bij deze benadering neem je je eigen handelen in relatie tot de leerling in ogenschouw. Je
kunt daardoor ontdekken wat jouw rol is bij de problemen, welke gevoelens je hebt in relatie tot een
leerling die je in de problemen kunnen brengen en hoe je daarin verandering kunt brengen.
4.3.1 Reflectie: anders denken, anders voelen, anders handelen
Een professionele houding kenmerkt zich door het (h)erkennen van je gevoelens en gedachten over
leerlingen. Aan een situatie zelf kun je meestal niet zoveel veranderen. Maar als iemand anders gaat
denken over een situatie, voelt en handelt hij ook anders. Anders denken leidt tot anders voelen, en
anders voelen leidt tot anders handelen. Iemand kan dus in een bepaalde situatie anders gaan voelen
en handelen, terwijl hij eerst dacht dat hij hiertoe niet in staat te zijn.
4.3.2 De invloed van (ir)rationeel denken
Er is een belangrijk onderscheid tussen rationele gedachten en irrationele gedachten: gevoelens die
niet zinnig meer zijn – irrationeel –, verhinderen je om adequaat te kunnen reageren. Rationele
gedachten: gedachten die maken dat we ons prettig voelen of die ons een onprettig gevoel geven dat
in verhouding staat tot de situatie of gebeurtenis. Deze gedachten zijn tijdelijk en staan niet op
zichzelf. Irrationele gedachten: gedachten die gevoelens veroorzaken die niet in verhouding staan tot
de situatie en/of onnodig langdurig zijn (die voortduren lang nadat de situatie voorbij is of ontstaan
bij het vooruitblikken op een bepaalde situatie.
, H5: Zelfbeeld, attributies, competentie en groep
Aan de hand van de alledaagse praktijk op school gaan we de uitwerking van ‘zicht op jezelf’, zoals
besproken in hoofdstuk 4 concretiseren.
5.1 Een blijmoedige basishouding
De wijze waarop we uitwerking geven aan reflectie:
- Inzicht in de attributies (de redenen die iemand geeft voor zijn succes of falen) die je maakt
in je functioneren en wat de gevolgen hiervan zijn, gekoppeld aan cempetenties en zwaarte
van de groep.
- Hoe attributies, gedachten en gevoelens je relatie en je handelen tot een of meer leerlingen
kunnen beïnvloeden.
Een leerkracht moet een blij-moedige basishouding hebben (blij en moedig)
5.2 Zelfbeeld en attributies
Door zelfbeeld en attributies aan elkaar te koppelen kan je een eerste stap zetten in het inzichtelijk
maken van jouw attributies als leerkracht, en nagaan of deze leiden tot een blij-moedige
basishouding en adequaat handelen.
We onderscheiden stabiele en variabele attributies, interne en externe attributies en positieve en
negatieve attributies. Met behulp van figuur 5.2 kun je het verband leggen tussen zelfbeeld en
attributies. Er zijn zestien analyses aan de hand waarvan je jezelf kunt herkennen.
5.3 Pedagogische competenties in beeld brengen
Je hebt nu een concreet beeld van het verband tussen jouw zelfbeeld en de attributies die jij maakt.
In deze paragraaf gaan we de pedagogische competenties concretiseren op basis van de
kernbegrippen van Ryan & Deci (2008): relatie, competentie en autonomie.
- Relatie en groepssfeer
Veiligheid, vertrouwen en geborgenheid zijn hier de kernwoorden. Deze basisbehoefte
veronderstelt dat de kinderen vertrouwen hebben in de leerkracht en dat de leerkracht
vertrouwen heeft in de kinderen.
- Competentie en structuur
De leerkracht weet een structuur te creëren waarbij de leerling ruimte krijgt om zichzelf te
ontwikkelen en optimaal kan presteren. Hier staat het begrip zelfvertrouwen centraal.
- Autonomie en zelfstandigheid
Hier staat het begrip zelfstandigheid centraal.
De competenties die hierbij horen zijn in een schema weergegeven, waarin jij aan de hand van scores
een inschatting van jezelf kunt geven.
5.4 De groepszwaarte
Ten slotte ga je jezelf in beeld brengen op het aspect groepszwaarte. Hoe jij de zwaarte van een
groep ervaart, heeft invloed op de wijze waarop je met (de problemen van) de groep omgaat. In deze
paragraaf beschrijven we op welke manier je dat kunt doen.