Het model bestaat uit drie bestaansvoorwaarden:
• Het bestaansrecht
• De inrichting
• De leefbaarheid
Bestaansrecht:
• Externe groeperingen
• Het doel: voorzien in behoefte van de – betalende – consument
• Uniciteit
Inrichting:
Structuur + Cultuur (S + C)
• S= materiële en intellectuele middelen
• S= ordening: onderling op elkaar afgestemd en afgestemd op het bestaansrecht
• C= manier van omgaan met elkaar
Leefbaarheid:
Leefbaarheid = Lusten minus Lasten
Lusten:
• Vereenzelviging (meepraten)
• Zinvolheid (uitdagende functies)
• Leefbaarheid afstemmen met I en B
• Leefbaarheidsindicatoren:
o Ziekteverzuim
o Verlooppercentage
, De ‘fit’ van bestaansvoorwaarden
• We noemen een consistente samenhang tussen de bestaansvoorwaarden in relatie
tot de omgeving op een bepaald moment de ‘fit’.
Taak management
• Realiseren van ‘fits’
• Nu en voor de toekomst
Model A Model B
• Productgericht • Klant(markt) gericht
• Efficiency • Effectiviteit
• Volgers • Intrapreneurs
• Rustige omgeving • Turbulente omgeving
Belangrijkste kenmerken per bestaansvoorwaarde.
Daarmee kun je de huidige en de gewenste situatie van je organisatie karakteriseren.
Zie je ook in een oogopslag wat er verandert dient te worden.
Bestaansrecht
Model A Productgericht Model B Marktgericht
• Zeker bestaansrecht • Onzeker bestaansrecht
• Organisatiedoelstellingen • Organisatiedoelstelling is de behoefte van de klant
• Innovatie intern gericht • Innovatie klantgericht
• Nauwelijks ondernemen • Continu ondernemen
• (Strategische) planning • Strategisch handelen
Inrichting
Model A Efficiency Model B Effectiviteit
• Procedures, normeringen • Weinig procedures
• Rollencultuur • Output (taak)cultuur
• Vergaand opgedeeld functies, • Organisatie rondom de klant; brede
individuele gespecialiseerde taken taken
• Kwaliteitscontrole • Kwaliteit onderdeel functie
• Hiërarchie • Teams
• Positionele macht • Deskundigheidmacht
• Organisatie zonder mensen • Organisatie van mensen
Leefbaarheid
Model A Volgers Model B Intrapeneurs
• Individuele prestatiebeloning • Groepsbeloning / winstdeling
• Prestatie-eisen: normen • Prestatie-eisen: markt
• Directieve beoordeling • Functioneringsgesprekken
• Medewerkers zijn variabele kosten • Bijscholing en competentieontwikkeling
• Inspraak beperkt • Brede participatie
• Informatie beperkt verspreid • Informatie breed verspreid
• Conflictmodel • Intensieve samenwerking