MANAGMENT EN ORGANISATIE
Week 1
Uitleggen wat bedoeld wordt met de begrippen missie, visie en strategie;
Strategie:
De manier waarop geprobeerd wordt om organisatiedoelen te bereiken.
Gaat over de langere termijn.
Welke activiteiten moet men uitvoeren om de doelen te realiseren.
Dus de wat en de hoe?
gangbare termijn 3 a 5 jaar.
De strategie moet doelgericht zijn = duidelijk gemaakt worden wat de organisatie wilt bereiken, hulpmiddelen kunnen gebruikt
worden zoals: mensen, kapitaalgoederen (gebouwen en machines) en financiële middelen.
Samenvattend; “wat voor soort organisatie willen we zijn, waarin moeten we dan heel goed zijn en hoe gaan we dat doen?”
Missie: bestaansreden en identiteit van de organisatie. Waarom bestaan we, waarom doen we wat we doet? Het motto van de
organisatie en gaat lang mee.
Visie: een beeld van de gewenste toekomst van de organisatie. Schets het toekomstbeeld, geeft richting aan activieiten en
werkelijkheid weer, mag ook een droom zijn, wat je hoopt.
Functies:
Richting geven aan managers en medewerkers.
Mensen inspireren en motiveren.
Zich onderscheiden van anderen.
Visie veranderd sneller dan missie.
Ambitie: datgene wat de organisatie uiteindelijk wil realiseren. Waar gaan we voor
De missie en visie laten dat zien.
LET OP: de missie, visie en ambitie mogen niet alleen statements zijn in brochures en websites, maar ze moeten
waarneembaar zijn in de organisatie. Ze moeten ‘leven’.
§2.3.3 Doelstellingen
SMART
a. Specifiek
Gewenste situatie concreet beschreven
b. Meetbaar
Achter wordt vastgesteld in hoeverre het doel is bereikt.
c. Acceptabel
De betrokkenen zijn bereid zich in te spannen om het doel te realiseren.
d. Realistisch
Het moet haalbaar zijn.
e. Tijdgebonden
Op welk tijdstip moet het doel bereikt zijn.
Strategisch management: het vaststellen van de organisatiedoelen, het ontwikkelen van beleid om deze doelen te bereiken en
het verwerven van middelen en kernbekwaamheden om dit beleid te kunnen uitvoeren.
§2.3.1 Strategisch management in fasen
Fase 1. Huidige situatie
Vanuit de missie (=reden van bestaan), visie en ambitie (beeld van de gewenste toekomst) worden de doelstellingen bepaald.
Fase 2. Externe analyse
Bestaat uit:
Omgevingsverkenning = er wordt gekeken naar factoren die van buitenaf op een organisatie inwerken.
Marktanalyse = directe omgeving, er wordt gekeken naar de belanghebbenden bij de organisatie, de
concurrentieomgeving en positie.
Het resultaat van externe analyse bestaat uit kansen en bedreigingen; de kritische succesfactoren.
Fase 3. Interne analyse
Er wordt onderzocht waarin de organisatie in relatie tot de markt sterk en zwak is.
Het resultaat van de interne analyse is een beschrijving van de sterkten en zwakten van de organisatie.
Fase 4. SWOT-analyse
Strengths, weaknesses, opportunities en threats.
1
, Fase 5. Strategievorming
Vergelijken van de kansen en bedreigingen met de zwakten en sterkten: beleidsopties.
Fase 6. Strategie uitvoeren en evalueren
De strategie moet uitgewerkt zijn in plannen die erop gericht zijn om het einddoel stap voor stap te realiseren.
Evaluatie van de resultaten zorgt ervoor dat er gecontroleerd wordt of de afspraken zijn uitgevoerd.
Externe analyse
Algemene omgevingsfactoren worden DESTEP genoemd:
Demografische ontwikkelingen
Economische ontwikkelingen
Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen
Technologische ontwikkelingen
Ecologische ontwikkelingen
Politiek-juridische ontwikkelingen
Demografische ontwikkelingen
kenmerken van de bevolking
Omvang van de bevolking
Leeftijdsstructuur van de bevolking
Samenstelling van de bevolking
Economische ontwikkelingen
Gaat om kenmerken van de economie en om nationale en internationale economische ontwikkelingen.
Nationaal inkomen
Besteedbaar inkomen
Koopkracht
Consumentenvertrouwen
Internationale economische ontwikkelingen
Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen
= tussen mensen binnen een bepaalde samenleving.
Cultuur, waarden en normen
Opleiding
Religieuze en etnische factoren
Leefstijl en consumentengedrag
Consumentengedrag
Technologische ontwikkelingen
Innovatie
Informatie en communicatietechnologie
Social media en m-commerce
Procesinnovatie
Productinnovatie
Ecologische ontwikkelingen
leefmilieu, klimaat, natuur en landschap, energiebronnen en mvo
Politiek-juridische ontwikkelingen
1. Nationaal
Maatregelen en regelgeving vanuit het land van vestiging.
2. Internationaal
Regelgeving van het buitenland bij buitenlandse handel en internationalisatie.
3. Supranationaal
Regelgeving van een groep landen. Bijv. bij de EU.
Europese wetgeving
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO
Planet: hoe een organisatie het leefmilieu beschermt. Welke
invloed hebben producten/diensten en processen van de
organisatie op de planeet
People: de sociale verantwoordelijkheid van de organisatie
tegenover mensen (medewerkers, consumenten en
samenleving)
Profit: winst en het generen van continue inkomsten.
3 dimensies van MVO
1. De normen en waarden waar een bedrijf voor staat.
mpliance= gedragscode, richt zich op het naleven van regels
die verband houden met integriteit.
2. De maatschappelijke verantwoordelijkheid van een
organisatie
2
Week 1
Uitleggen wat bedoeld wordt met de begrippen missie, visie en strategie;
Strategie:
De manier waarop geprobeerd wordt om organisatiedoelen te bereiken.
Gaat over de langere termijn.
Welke activiteiten moet men uitvoeren om de doelen te realiseren.
Dus de wat en de hoe?
gangbare termijn 3 a 5 jaar.
De strategie moet doelgericht zijn = duidelijk gemaakt worden wat de organisatie wilt bereiken, hulpmiddelen kunnen gebruikt
worden zoals: mensen, kapitaalgoederen (gebouwen en machines) en financiële middelen.
Samenvattend; “wat voor soort organisatie willen we zijn, waarin moeten we dan heel goed zijn en hoe gaan we dat doen?”
Missie: bestaansreden en identiteit van de organisatie. Waarom bestaan we, waarom doen we wat we doet? Het motto van de
organisatie en gaat lang mee.
Visie: een beeld van de gewenste toekomst van de organisatie. Schets het toekomstbeeld, geeft richting aan activieiten en
werkelijkheid weer, mag ook een droom zijn, wat je hoopt.
Functies:
Richting geven aan managers en medewerkers.
Mensen inspireren en motiveren.
Zich onderscheiden van anderen.
Visie veranderd sneller dan missie.
Ambitie: datgene wat de organisatie uiteindelijk wil realiseren. Waar gaan we voor
De missie en visie laten dat zien.
LET OP: de missie, visie en ambitie mogen niet alleen statements zijn in brochures en websites, maar ze moeten
waarneembaar zijn in de organisatie. Ze moeten ‘leven’.
§2.3.3 Doelstellingen
SMART
a. Specifiek
Gewenste situatie concreet beschreven
b. Meetbaar
Achter wordt vastgesteld in hoeverre het doel is bereikt.
c. Acceptabel
De betrokkenen zijn bereid zich in te spannen om het doel te realiseren.
d. Realistisch
Het moet haalbaar zijn.
e. Tijdgebonden
Op welk tijdstip moet het doel bereikt zijn.
Strategisch management: het vaststellen van de organisatiedoelen, het ontwikkelen van beleid om deze doelen te bereiken en
het verwerven van middelen en kernbekwaamheden om dit beleid te kunnen uitvoeren.
§2.3.1 Strategisch management in fasen
Fase 1. Huidige situatie
Vanuit de missie (=reden van bestaan), visie en ambitie (beeld van de gewenste toekomst) worden de doelstellingen bepaald.
Fase 2. Externe analyse
Bestaat uit:
Omgevingsverkenning = er wordt gekeken naar factoren die van buitenaf op een organisatie inwerken.
Marktanalyse = directe omgeving, er wordt gekeken naar de belanghebbenden bij de organisatie, de
concurrentieomgeving en positie.
Het resultaat van externe analyse bestaat uit kansen en bedreigingen; de kritische succesfactoren.
Fase 3. Interne analyse
Er wordt onderzocht waarin de organisatie in relatie tot de markt sterk en zwak is.
Het resultaat van de interne analyse is een beschrijving van de sterkten en zwakten van de organisatie.
Fase 4. SWOT-analyse
Strengths, weaknesses, opportunities en threats.
1
, Fase 5. Strategievorming
Vergelijken van de kansen en bedreigingen met de zwakten en sterkten: beleidsopties.
Fase 6. Strategie uitvoeren en evalueren
De strategie moet uitgewerkt zijn in plannen die erop gericht zijn om het einddoel stap voor stap te realiseren.
Evaluatie van de resultaten zorgt ervoor dat er gecontroleerd wordt of de afspraken zijn uitgevoerd.
Externe analyse
Algemene omgevingsfactoren worden DESTEP genoemd:
Demografische ontwikkelingen
Economische ontwikkelingen
Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen
Technologische ontwikkelingen
Ecologische ontwikkelingen
Politiek-juridische ontwikkelingen
Demografische ontwikkelingen
kenmerken van de bevolking
Omvang van de bevolking
Leeftijdsstructuur van de bevolking
Samenstelling van de bevolking
Economische ontwikkelingen
Gaat om kenmerken van de economie en om nationale en internationale economische ontwikkelingen.
Nationaal inkomen
Besteedbaar inkomen
Koopkracht
Consumentenvertrouwen
Internationale economische ontwikkelingen
Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen
= tussen mensen binnen een bepaalde samenleving.
Cultuur, waarden en normen
Opleiding
Religieuze en etnische factoren
Leefstijl en consumentengedrag
Consumentengedrag
Technologische ontwikkelingen
Innovatie
Informatie en communicatietechnologie
Social media en m-commerce
Procesinnovatie
Productinnovatie
Ecologische ontwikkelingen
leefmilieu, klimaat, natuur en landschap, energiebronnen en mvo
Politiek-juridische ontwikkelingen
1. Nationaal
Maatregelen en regelgeving vanuit het land van vestiging.
2. Internationaal
Regelgeving van het buitenland bij buitenlandse handel en internationalisatie.
3. Supranationaal
Regelgeving van een groep landen. Bijv. bij de EU.
Europese wetgeving
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO
Planet: hoe een organisatie het leefmilieu beschermt. Welke
invloed hebben producten/diensten en processen van de
organisatie op de planeet
People: de sociale verantwoordelijkheid van de organisatie
tegenover mensen (medewerkers, consumenten en
samenleving)
Profit: winst en het generen van continue inkomsten.
3 dimensies van MVO
1. De normen en waarden waar een bedrijf voor staat.
mpliance= gedragscode, richt zich op het naleven van regels
die verband houden met integriteit.
2. De maatschappelijke verantwoordelijkheid van een
organisatie
2