Hoofdstuk 11 Sportpsychologie Sportteams
Definitie van groep (Shaw, 1981)
“Twee of meer personen die met elkaar in interactie zijn op zo’n wijze dat iedere persoon de
ander beïnvloedt en beïnvloed wordt door ieder ander”
(Brown, 1988)
“Er is sprake van een groep als twee of meer mensen van zichzelf vinden dat zij deel
uitmaken van die groep en er ten minste een ander is die de groep als zodanig herkent.”
Van Rossum en Murphy (1994)
-> Vier varianten waarop sporters steeds op andere wijze zijn aangewezen bij leveren van
groepsprestatie
Taak Voorbeelden van sportteams
Onafhankelijk van elkaar - Turnen
- (Boog)Schieten
- Atletiek
- Bowling
- Tennis (bijv. Davis Cup-team)
Afhankelijk van elkaar bij gelijktijdig - Bobsleeën
uitvoeren van taak - Roeien
- Kanoën
- Synchroonzwemmen
- Ploegentijdrit (wielrennen)
- Ploegenachtervolging (schaatsen)
Afhankelijkheid als actie-reactie - Pitcher-catcher (honkbal-softbal)
- Estafette (atletiek, zwemmen)
Interactieve afhankelijke taken - Voetbal
- Hockey
- IJshockey
- Handbal
- Volleybal
- Basketbal
Model van bestudering groepsdynamische processen binnen sportteams (Carron & Brawley,
2008)
Inputvariabelen
Kenmerken groepsleden -> Sociaal
-> Psychologisch
-> Fysiek
Context van de groep -> Type taak (interactie of niet)
-> Locatie
Procesvariabelen
Groepsstructuur (positie, status, rollen, normen)
, Groepscohesie
Groepsprocessen (motivatie, communicatie, besluitvorming)
Outputvariabelen
Groepsproducten -> Teamprestatie
-> Stabiliteit
Individuele producten -> Prestatie
-> Tevredenheid
-> Binding
-> Werkzaamheden
-> Alles beïnvloedt elkaar
-> Thuisvoordeel staat voor veel sporten vast
Ringelmann-effect
-> Als individuen in groepsverband werken, is de teamprestatie niet automatisch gelijk aan
het totaal van de individuele prestaties
Definitie:
-> Als iemand individueel aan een touw trekt, levert iemand meer inspanning dan wanneer
hij dat samen met een groep doet. Totale inspanning lag lager dan dan de som van de
individuele inspanningen
Oorzaken:
-> Afname van coördinatie bij toenemend aantal groepsleden en afname motivatie of inzet
(social loafing).
-> Geringere inzet groepsleden speelt belangrijkste rol bij teruglopen prestatie
Social loafing tegengaan:
-> Zichtbaar maken individuele prestaties. Als dit duidelijk is, leidt dit ertoe dat individuen
minder de neiging hebben zich achter de anderen te verschuilen.
Groepsontwikkeling (Tuckman, 1965)
-> Vier fasen
-> Van Rossum en Murphy 1994: Vijfde fase
Fase 1: Vormingsfase
-> Groep wordt gevormd
-> Oriëntatie op zowel elkaar als de taak vindt plaats
-> Groepsleden trachten kwaliteiten van elkaar te achterhalen en te achterhalen welke rol
en functie zij en anderen kunnen vervullen
-> Belangrijke rol voor coach
Fase 2: Storingsfase
-> Rollen worden duidelijk
-> Aftasten van elkaars grenzen. Kan leiden tot spanning, polarisatie en conflicten
-> Ook hier kan coach direct bij betrokken zijn
Definitie van groep (Shaw, 1981)
“Twee of meer personen die met elkaar in interactie zijn op zo’n wijze dat iedere persoon de
ander beïnvloedt en beïnvloed wordt door ieder ander”
(Brown, 1988)
“Er is sprake van een groep als twee of meer mensen van zichzelf vinden dat zij deel
uitmaken van die groep en er ten minste een ander is die de groep als zodanig herkent.”
Van Rossum en Murphy (1994)
-> Vier varianten waarop sporters steeds op andere wijze zijn aangewezen bij leveren van
groepsprestatie
Taak Voorbeelden van sportteams
Onafhankelijk van elkaar - Turnen
- (Boog)Schieten
- Atletiek
- Bowling
- Tennis (bijv. Davis Cup-team)
Afhankelijk van elkaar bij gelijktijdig - Bobsleeën
uitvoeren van taak - Roeien
- Kanoën
- Synchroonzwemmen
- Ploegentijdrit (wielrennen)
- Ploegenachtervolging (schaatsen)
Afhankelijkheid als actie-reactie - Pitcher-catcher (honkbal-softbal)
- Estafette (atletiek, zwemmen)
Interactieve afhankelijke taken - Voetbal
- Hockey
- IJshockey
- Handbal
- Volleybal
- Basketbal
Model van bestudering groepsdynamische processen binnen sportteams (Carron & Brawley,
2008)
Inputvariabelen
Kenmerken groepsleden -> Sociaal
-> Psychologisch
-> Fysiek
Context van de groep -> Type taak (interactie of niet)
-> Locatie
Procesvariabelen
Groepsstructuur (positie, status, rollen, normen)
, Groepscohesie
Groepsprocessen (motivatie, communicatie, besluitvorming)
Outputvariabelen
Groepsproducten -> Teamprestatie
-> Stabiliteit
Individuele producten -> Prestatie
-> Tevredenheid
-> Binding
-> Werkzaamheden
-> Alles beïnvloedt elkaar
-> Thuisvoordeel staat voor veel sporten vast
Ringelmann-effect
-> Als individuen in groepsverband werken, is de teamprestatie niet automatisch gelijk aan
het totaal van de individuele prestaties
Definitie:
-> Als iemand individueel aan een touw trekt, levert iemand meer inspanning dan wanneer
hij dat samen met een groep doet. Totale inspanning lag lager dan dan de som van de
individuele inspanningen
Oorzaken:
-> Afname van coördinatie bij toenemend aantal groepsleden en afname motivatie of inzet
(social loafing).
-> Geringere inzet groepsleden speelt belangrijkste rol bij teruglopen prestatie
Social loafing tegengaan:
-> Zichtbaar maken individuele prestaties. Als dit duidelijk is, leidt dit ertoe dat individuen
minder de neiging hebben zich achter de anderen te verschuilen.
Groepsontwikkeling (Tuckman, 1965)
-> Vier fasen
-> Van Rossum en Murphy 1994: Vijfde fase
Fase 1: Vormingsfase
-> Groep wordt gevormd
-> Oriëntatie op zowel elkaar als de taak vindt plaats
-> Groepsleden trachten kwaliteiten van elkaar te achterhalen en te achterhalen welke rol
en functie zij en anderen kunnen vervullen
-> Belangrijke rol voor coach
Fase 2: Storingsfase
-> Rollen worden duidelijk
-> Aftasten van elkaars grenzen. Kan leiden tot spanning, polarisatie en conflicten
-> Ook hier kan coach direct bij betrokken zijn