Vraag 1: Tuinsteden:
‘’Nederland kent geen echte tuinsteden zoals ontworpen door Ebenezer Howard.
Geef aan in welke 2 vormen we het ‘’tuinstad’’ principe wel terugvinden:
Antwoord:
Groeikernen in het kader van suburbanisatie, een vorm van satellietsteden/voorsteden bij de grote
steden en daarnaast tuindorpen als arbeidsbuurten in de steden gebouwd vanaf de jaren ’20
Vraag 2: Bloemkoolwijken:
Bloemkoolwijken worden ook wel een ‘’romantische visie’’ op stedebouw genoemd. Ze zouden
daarmee een reactie zijn op het hoogmodernisme van de bouwperiode daarvoor.
noem 3 elementen waaruit deze romantische visie blijkt en motiveer deze:
Antwoord:
1. Geen bestemmingsplan;
2. Bewoners worden betrokken bij de bouw;
3. Monotonie is over
a. Reactie op strakke monotone bouw
b. Geen anonimiteit van de stad maar meer een dorps karakter
c. Laagbouw ipv hoogbouw
d. Aandacht voor ontmoeting
e. Verassing in opbouw
f. Groene openbare ruimte, aandacht voor wandel/fietspaden
Vraag 3: Wederopbouw en hoogmoderniteit:
vandaag de dag heeft het modernisme, als stedebouw- en architectuurstroming, een slechte
reputatie. Dat geldt ook voor veel wijken die volgens modernistische principes zijn gebouwd, zoals
bijvoorbeeld de Bijlmermeer in Amsterdam. Mensen vinden vaak dat modernistische architectuur
lelijk is, niet gebruiksvriendelijk en geen oog heeft voor de menselijke maat.
Toch hadden modernistische ontwerpers juist voor deze drie aspecten heel veel aandacht.
beschrijf de kern van de ideeën die de modernisten hadden over de 3 aspecten: schoonheid,
gebruikswaarde en de menselijke maat.
Antwoord:
-Schoonheid: machine-esthetiek; wat functioneel is, is mooi; less is more
-Gebruikswaarde: form follows function
-Menselijke maat: iedereen heeft recht op dezelfde woonkwaliteit( vgl. communistische invloeden,
corbusiers modulor)
‘’Nederland kent geen echte tuinsteden zoals ontworpen door Ebenezer Howard.
Geef aan in welke 2 vormen we het ‘’tuinstad’’ principe wel terugvinden:
Antwoord:
Groeikernen in het kader van suburbanisatie, een vorm van satellietsteden/voorsteden bij de grote
steden en daarnaast tuindorpen als arbeidsbuurten in de steden gebouwd vanaf de jaren ’20
Vraag 2: Bloemkoolwijken:
Bloemkoolwijken worden ook wel een ‘’romantische visie’’ op stedebouw genoemd. Ze zouden
daarmee een reactie zijn op het hoogmodernisme van de bouwperiode daarvoor.
noem 3 elementen waaruit deze romantische visie blijkt en motiveer deze:
Antwoord:
1. Geen bestemmingsplan;
2. Bewoners worden betrokken bij de bouw;
3. Monotonie is over
a. Reactie op strakke monotone bouw
b. Geen anonimiteit van de stad maar meer een dorps karakter
c. Laagbouw ipv hoogbouw
d. Aandacht voor ontmoeting
e. Verassing in opbouw
f. Groene openbare ruimte, aandacht voor wandel/fietspaden
Vraag 3: Wederopbouw en hoogmoderniteit:
vandaag de dag heeft het modernisme, als stedebouw- en architectuurstroming, een slechte
reputatie. Dat geldt ook voor veel wijken die volgens modernistische principes zijn gebouwd, zoals
bijvoorbeeld de Bijlmermeer in Amsterdam. Mensen vinden vaak dat modernistische architectuur
lelijk is, niet gebruiksvriendelijk en geen oog heeft voor de menselijke maat.
Toch hadden modernistische ontwerpers juist voor deze drie aspecten heel veel aandacht.
beschrijf de kern van de ideeën die de modernisten hadden over de 3 aspecten: schoonheid,
gebruikswaarde en de menselijke maat.
Antwoord:
-Schoonheid: machine-esthetiek; wat functioneel is, is mooi; less is more
-Gebruikswaarde: form follows function
-Menselijke maat: iedereen heeft recht op dezelfde woonkwaliteit( vgl. communistische invloeden,
corbusiers modulor)