3.1
Bloed = bloedplasma met bloedcellen en bloedplaatjes
Bloedplasma
7% plasma-eiwitten en 91% water, rest opgeloste stoffen
O.a. plasma-eiwit
fibrinogeen > rol bij de
bloedstolling
Vervoer van stoffen
als: O2, CO2,
voedingsstoffen en
afvalstoffen
Rode bloedcellen
Hebben geen celkern
Vervoeren zuurstof
m.b.v. eiwit
hemoglobine
Witte bloedcellen
Wel een celkern
Kunnen van vorm veranderen > wand van bloedvaten verlaten naar weefsels
Maken ziekteverwekkers onschadelijk
Bloedplaatjes
Zijn geen cellen, maar delen van uiteengevallen cellen
Rol bij bloedstolling (samen met plasma-eiwitten)
Etter/pus = witte bloedcellen + gedode bacteriën
Trombose = stolling in een bloedvat waardoor een bloedprop ontstaat
3.2
Bloedvatenstelsel = hart + bloedvaten
Bloedsomloop = weg die bloed door het lichaam aflegt
Kleine bloedsomloop
rechterharthelft – longen – linkerharthelft
Doel: Zuurstof opnemen en CO2 afgeven
Grote bloedsomloop
, linkerharthelft – organen in hele lichaam – rechterharthelft
Doel: Zuurstof en voedingsstoffen afgeven aan cellen en CO2 en
afvalstoffenafvoeren van de cellen
Mens dus dubbele bloedsomloop > bloed stroomt 2x door het hart
3.3
Hart is een spier die zuurstof en voedingsstoffen verbruikt
Over het hart lopen bloedvaten:
Kransslagaders: rijk aan zuurstof en voedingsstoffen / vertakking van de aorta
Kransaders: afvoeren van CO2 en afvalstoffen / monden uit in rechterboezem
Hart bestaat uit boezems en kamers
Linker en rechterhelft gescheiden door de harttussenwand
Route van het bloed:
Bovenste holle ader of
onderste holle ader
Rechterboezem
Rechterkamer
Longslagader (2x)
Longaders
Linkerboezem
Linkerkamer
Aorta
Tussen boezem en kamer >
hartkleppen (verhinderen
terugstromen bloed naar
boezems)
Tussen longslagader/rechterkamer en aorta/linkerkamer bevinden zich halvemaanvormige
kleppen > verhinderen terugstromen bloed in de kamers
3 fasen in werking hart:
Samentrekken van de boezems
Samentrekken van de kamers
Hartpauze
3.4
3 soorten bloedvaten:
Slagaders
Bloed stroomt van hart af
Hoge bloeddruk