1) Algemeen bestuursrecht: Regels die op alle terreinen van het bestuur optreden van
toepassing zijn. (voor toekennen, handhaving en besluiten)
Bijzonder bestuursrecht: Regels die van toepassing zijn op de bijzondere gebieden waar het
openbaar bestuur actief is. (politie, defensie, overheidstaken, economische ordening,
verzorgende overheidstaken, bestuursrecht / milieurecht etc.)
2) Openbare lichamen: Overheidsorganisaties zoals de staat, provincies, de gemeenten, de
waterschappen, openbare lichamen voor bedrijf en beroep en andere openbare lichamen.
Deze openbare lichamen kennen rechtspersoonlijkheid, ze zijn krachtens de wet
ingesteld. Hierdoor kunnen ze feitelijke handelingen verrichten, aanbrengen van
staatsverlichting.
3) Geen bestuursorgaan: formele wetgever, de Staten-Generaal, onafhankelijke organen die
met rechtsspraak belast zijn, Raad van State en de Nationale Ombudsman.
4) Alle organen van de staat (regering, ministerraad, ministers en staatssecretarissen),
provincies, de gemeenten, waterschappen en andere openbare lichamen zijn a-organen.
5) Alle bestuursorganen die onder artikel 1:1 lid 1b vallen, personen of colleges die met enig
openbaar gezag bekleed zijn. Ze hebben dus een specifieke bestuurstaak. B-organen behoren
niet tot de overheid maar verrichten als bestuursorgaan wel bestuurstaken. Ze treden alleen
op als bestuursorgaan, alleen bij hun taak (leerplichtambtenaar die zijn gezag verleent aan de
leerplicht) Bij leerplicht is de directeur van de school het bestuursorgaan. Hij kan doormiddel
van het optreden als leerplichtambtenaar een jongeren vrijstelling verlenen.
6)
7) Je hebt
eenzijdige en meerzijdige publiekrechtelijke rechtshandelingen. Eenzijdig betekent: het uiten
van de wil door het bestuursorgaan voldoenden is om het rechtsgevolg tot stand te brengen.
Meerzijdig: bestuurshandelingen waarvoor de wilsuiting van twee of meer bestuursorganen
nodig is.
8) Subsidieverordening, bevat algemene voorschriften voor het toekennen van financiële steun
Verordening burgerinitiatief regelt het indienen en behandelen van voorstellen van burgers
Inspraakverordening regelt de totstandkoming van de stemmen van de burgers
9) Zorgvuldigheidsbeginsel, formeel motiveringsbeginsel, beginsel van fair play, beginsel van
formele rechtszekerheid
10) Verbod van détrournement de pouvoir, verbod van willekeur (redelijkheidsbeginsel;
evenredigheidsbeginsel), gelijkheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, materieel
motiveringsbeginsel
11) Er zijn twee soorten beschikkingen, rechtsvaststellende en rechtscheppende.
Rechtscheppende beschikking: Een nieuw recht of plicht toekennend. Rechtsvaststellende
beschikking: Een bestaand recht of bestaande plicht bevestigend.