Het recht brengt een doelmatige ordening aan in de samenleving. Het geeft spelregels voor
gedragingen tussen individuen onderling en voor het handelen van de overheid. Het stuurt ook het
individuele gedrag van burgers.
Normen en Rechtsregels:
Norm: regels die gelden in de maatschappij
Rechtsregels: regels die zijn vastgelegd in rechtsbronnen
Vier principes:
Legaliteitsbeginsel (Overheidsoptreden waardoor de burgers gebonden worden- in hun
vrijheden worden beperkt- moeten op een wettelijke grondslag berusten)
Machtsverdeling (Trias politica Wetgeving, bestuur en rechtspraak dienen niet in één hand
te liggen)
Grondrechten
Klassieke grondrechten
o Vrijheidsrechten
Verbod op discriminatie art. 1 Grondwet
Vrijheid van meningsuiting art. 7 Grondwet
Bewegingsvrijheid/ privacy art. 10 Grondwet
Onaantastbaarheid van het lichaam art. 11 Grondwet
Inbreuk is mogelijk! De overheid mag er geen inbreuk op maken, mits
bevoegdheid.
Sociale grondrechten
o Sociaaleconomisch vlak gelijk
Recht op werk (art. 19 Grondwet)
Recht op welvaart (art. 20 Grondwet)
Recht op gezondheidszorg (art. 22 Grondwet)
Niet afdwingbaar. Dit kan je niet afdwingen bij de rechter. Een
opdracht van de overheid.
Rechterlijke controle
Vier vindplaatsen van het recht:
Wet- en regelgeving
o Rechtsregels die zijn vastgesteld door de overheid.
o Rangorde in regelingen:
Verdragen
Grondwet
Wetten in formele zin
, Alleen wetten die afkomstig zijn van de hoogste wetgever worden
wetten genoemd
Koninklijk Besluit (KB)/ Algemene maatregel van bestuur (AmvB)
Ministeriele regeling
Provinciale verordening
Gemeentelijke verordening
Jurisprudentie (Uitspraak van de rechter) (ongeschreven recht)
De gewoonte (Regels die in de loop der jaren zijn ontstaan, bijvoorbeeld vertrouwensregel
parlement in de regering) (ongeschreven recht)
Verdragen (Afspraken tussen staten, bijvoorbeeld Internationaal Verdrag inzake de Rechten
van het Kind)
Aard van de regels:
Dwingend recht: ‘moet/verplicht’.
Semi-dwingend recht: mogelijkheid zelf regelen
Aanvullend recht: specifieke afspraken ontbreken
Discretionaire bevoegdheid:
vrij vertaald - de eigen invulling van een wet of regeling
Objectief recht: alle geldende regels. Alle regels en plichten die in de rechtsbronnen zijn vastgelegd.
Bijv. recht op bijstand.
Subjectief recht: betreft het bijstandsrecht, je kan er aanspraak opmaken, maar dat wil nog niet
zeggen dat het ook krijgt. Subjectief recht is afgeleid van objectief recht.