Present simple Present continuous Present perfect Present perfect continuous
Gebruik Korte acties, Acties die bezig zijn of waarbij Acties waarbij er een link is tussen het Acties waarbij er een link is tussen het verleden
hobby’s, gewoontes de nadruk ligt op de duur verleden en het heden, gebeurde in een en heden en waarbij de nadruk ligt op de duur
recent verleden
Vorm Infinitief (+ s) To be + ing To have + volt. deelwoord To have + been + ing
Vb I walk, He walks I am walking, He is walking I have walked, He has walked I have been walking, He has been walking