Biochemie
Toetsmatrijs
De vragen van de conceptuele toets voor dit onderdeel/vak worden aan de hand van de onderstaande
toetsmatrijs opgesteld.
Leerdoel Aantal Aantal Aantal Totaal aantal
vragen vragen vragen vragen per
gericht op gericht op gericht op leerdoel
kennis en kennis en (passief)
reproductie begrip toepassen/
analyseren
Verschillende typen vetweefsel en de X 1
levensfasen
Vetstofwisseling: lipolyse en lipogenese X 1
Invloed hormonen vetmetabolisme X X 2
Relatie vet- en koolhydraat metabolisme X 1
β-oxidatie begrijpen en kunnen uitleggen X 1
Relatie tussen carnitine en β-oxidatie kennen X 1
Aangeven welke B vitamines een rol spelen bij X 1
de β-oxidatie;
De rol van acetylacetaat, ATP, cyclisch AMP, X X 2
FADH2, lipoproteïne lipase en NADH in de
vetstofwisseling begrijpen en kunnen uitleggen
Processen ketogenese, vetzuursynthese en X X 2
pentose-fosfaat- route begrijpen en kunnen
uitleggen.
Het alcoholmetabolisme beschrijven en de X X 2
gevolgen hiervan op de gezondheid kunnen
beschrijven
Werking van een aantal medicijnen die X X 2
toegepast worden bij ziektes gerelateerd
vetmetabolisme kunnen uitleggen.
TOTAAL 16
Belangrijkste routes metabolisme:
1. Glycolyse (1a.Oxidatieve decarboxylering) 2.Citroenzuur cyclus (Krebs cyclus) 3.Glycogeen
metabolisme 4.Gluconeogenese (omgekeerde van 1) 5.Afbraak vetzuren (Beta-oxidatie)
6.Ketogenese: vorming van ketonen 7.Vorming vetzuren 8.Ureum cyclus. 9.Pentose Fosfaat Route
Vetten en vetstofwisseling
Een vet is een stof die niet in water oplosbaar is. Verschillende soorten:
- Wax/was
- Oliën
- Harde vetten
- Cholesterol
Chemisch onderscheiden we triglyceriden, fosfolipiden, vrije vetzuren en cholesterol.
, Triglyceriden zijn het meest voorkomende soort vet en bestaat uit:
- 1 glycerol
- 3 vetzuren
- Zitten aan elkaar vast door een esterverbinding.
Alle celmembranen zijn gemaakt van fosfolipiden en bestaat uit:
- 1 glycerol
- 2 vetzuren
- Fosforzuur
Cholesterol (bevat altijd vier ringen)
Functies:
- Vloeibaarheid van de membranen
- Grondstof voor hormonen
- Grondstof voor gal
- Grondstof voor vitamine D
Functie van vet in het lichaam:
Net als koolhydraten en eiwitten zijn vetten een belangrijke brandstof voor ons lichaam. Het zorgt
dat we energie hebben om te leven en te functioneren. Bij verbranding levert 1 gram vet 9 kcal.
Vetten die we eten, vertragen de doorgang van het voedsel. Door hun hoge verzadigingswaarde
vertragen zij ons hongergevoel. Dit geldt vooral voor vetten die zijn aangerijkt met voedingsvezels.
Ons lichaam heeft een vetreserve nodig zodat we altijd een energiereserve hebben, gemiddeld
130.000 kcal. Idealiter wordt 10-30 kilo van ons lichaamsgewicht gevormd door vetweefsel. Bij
mannen is dit 15% van het lichaamsgewicht en bij vrouwen 25%. Deze vetweefsels beschermen de
organen en onderhuids vetweefsel beschermt ons lichaam tegen kou.
Vitamines worden verdeeld in wateroplosbare vitamines (B-complex en C) en vetoplosbare vitamines
(vit. DEKA). De vetten die deze vetoplosbare vitamines vervoeren, moeten we uit onze voeding halen.
Vetten leveren bouwstenen voor de celmembranen van onze lichaamscellen, cholesterol en
fosfolipiden:
Toetsmatrijs
De vragen van de conceptuele toets voor dit onderdeel/vak worden aan de hand van de onderstaande
toetsmatrijs opgesteld.
Leerdoel Aantal Aantal Aantal Totaal aantal
vragen vragen vragen vragen per
gericht op gericht op gericht op leerdoel
kennis en kennis en (passief)
reproductie begrip toepassen/
analyseren
Verschillende typen vetweefsel en de X 1
levensfasen
Vetstofwisseling: lipolyse en lipogenese X 1
Invloed hormonen vetmetabolisme X X 2
Relatie vet- en koolhydraat metabolisme X 1
β-oxidatie begrijpen en kunnen uitleggen X 1
Relatie tussen carnitine en β-oxidatie kennen X 1
Aangeven welke B vitamines een rol spelen bij X 1
de β-oxidatie;
De rol van acetylacetaat, ATP, cyclisch AMP, X X 2
FADH2, lipoproteïne lipase en NADH in de
vetstofwisseling begrijpen en kunnen uitleggen
Processen ketogenese, vetzuursynthese en X X 2
pentose-fosfaat- route begrijpen en kunnen
uitleggen.
Het alcoholmetabolisme beschrijven en de X X 2
gevolgen hiervan op de gezondheid kunnen
beschrijven
Werking van een aantal medicijnen die X X 2
toegepast worden bij ziektes gerelateerd
vetmetabolisme kunnen uitleggen.
TOTAAL 16
Belangrijkste routes metabolisme:
1. Glycolyse (1a.Oxidatieve decarboxylering) 2.Citroenzuur cyclus (Krebs cyclus) 3.Glycogeen
metabolisme 4.Gluconeogenese (omgekeerde van 1) 5.Afbraak vetzuren (Beta-oxidatie)
6.Ketogenese: vorming van ketonen 7.Vorming vetzuren 8.Ureum cyclus. 9.Pentose Fosfaat Route
Vetten en vetstofwisseling
Een vet is een stof die niet in water oplosbaar is. Verschillende soorten:
- Wax/was
- Oliën
- Harde vetten
- Cholesterol
Chemisch onderscheiden we triglyceriden, fosfolipiden, vrije vetzuren en cholesterol.
, Triglyceriden zijn het meest voorkomende soort vet en bestaat uit:
- 1 glycerol
- 3 vetzuren
- Zitten aan elkaar vast door een esterverbinding.
Alle celmembranen zijn gemaakt van fosfolipiden en bestaat uit:
- 1 glycerol
- 2 vetzuren
- Fosforzuur
Cholesterol (bevat altijd vier ringen)
Functies:
- Vloeibaarheid van de membranen
- Grondstof voor hormonen
- Grondstof voor gal
- Grondstof voor vitamine D
Functie van vet in het lichaam:
Net als koolhydraten en eiwitten zijn vetten een belangrijke brandstof voor ons lichaam. Het zorgt
dat we energie hebben om te leven en te functioneren. Bij verbranding levert 1 gram vet 9 kcal.
Vetten die we eten, vertragen de doorgang van het voedsel. Door hun hoge verzadigingswaarde
vertragen zij ons hongergevoel. Dit geldt vooral voor vetten die zijn aangerijkt met voedingsvezels.
Ons lichaam heeft een vetreserve nodig zodat we altijd een energiereserve hebben, gemiddeld
130.000 kcal. Idealiter wordt 10-30 kilo van ons lichaamsgewicht gevormd door vetweefsel. Bij
mannen is dit 15% van het lichaamsgewicht en bij vrouwen 25%. Deze vetweefsels beschermen de
organen en onderhuids vetweefsel beschermt ons lichaam tegen kou.
Vitamines worden verdeeld in wateroplosbare vitamines (B-complex en C) en vetoplosbare vitamines
(vit. DEKA). De vetten die deze vetoplosbare vitamines vervoeren, moeten we uit onze voeding halen.
Vetten leveren bouwstenen voor de celmembranen van onze lichaamscellen, cholesterol en
fosfolipiden: