H1 Scholen tot de invoering van de reformatie
- Begin: eerste eeuwen
o Schriftelijke communicatie niet nodig lezen en schrijven dus ook niet
o In Romeinse tijd wel aantal kleine scholen in nederzettingen romeinen gingen weg
en scholen dus ook
- Eerste scholen
o 7e eeuw: hofschool in Maastricht voor zonen en dochters van mensen aan het hof
o 8e eeuw: Karel de Grote had voor administratie schrijvers en ambtenaren nodig
hadden onderwijs nodig bevorderde de stichting van scholen;
KG voerde ook Christendom in in nieuwe streken Christendom meer
invloed hadden monopolie op geletterdheid buiten de geestelijkheid
kon niemand lezen/schrijven opgeleid op kerkscholen
Waren zeer weinig scholen om naar school te gaan moest je dus ver
reizen
Scholen waar opleiding voor kerkfunctie of ambtenaar
Latijn verplichtte voertaal handicap bij de vakken
Alleen jongens naar school
Vakken:
Trivium: grammatica (belangrijkst), retoriek (stijl en voordracht) en
logica/dialectiek (begrip inhoud geschrift) meeste stopten hierna
Quadrivium: rekenkunde, wiskunde, sterrekunde en muziek
alleen in hoogste klassen
Belemmering door gebrek aan boeken nog geen boekdrukkunst; wel vaak
één leerboek in Latijnse grammatica: de Donaat
Geen regels beginleeftijd
Schrijvers uit klassieke oudheid veel gelezen later vervangen door
christelijke schrijvers en in renaissance weer klassieke schrijvers
e
o 9 eeuw: Karel de Grote gaat dood periode van onrust niet bevorderlijk voor
stichting scholen
o 11e eeuw: economisch herstel handel en industrie ontwikkelden zich
Parochiescholen: laag niveau maar wel spreiding van onderwijs bij gewone
bevolking; wel alleen wanneer kerk er geld voor had en of er dan een koor
zou komen
Nu vaak wel mogelijk in eigen omgeving elementair onderwijs te volgen
Schoolgaande leeftijd werd lager: ongeveer 7 jaar
o 13e eeuw: bevolkingstoename
Meer steden kregen stadsrechten eigen administratie behoefte aan
geletterden volgen van elementair onderwijs werd zinvoller burgerij
raakte betrokken bij onderwijs
NL deel van Duitse keizerrijk, maar macht bij ondergeschikte landheren
o 14 /15e eeuw: steden namen vaak de aanwezige kerkelijk school over soms wel
e
conflicten
Qua inhoud veranderde er niet veel: leerprogramma en plichten aan de kerk
bleven hetzelfde
In de meeste steden één stadsschool/’grote school’ met rector aan het hoofd