Management accounting samenvatting van boek
Week 1: H1 Het bedrijf
Redenen voor publieke bedrijven:
- Toegankelijkheid
- Kwaliteit
- Betaalbaarheid
- Gelijkheid
Product-marktcombinaties = welke goederen en/of diensten
geproduceerd worden en aan welke afnemers deze geleverd worden.
Visie = gewenste toekomstige staat. Beeld wat bedrijf wil uitstralen
Missie = fundamentele doel van organisatie, waarom het bestaat. Omvat
wat het bedrijf doe, voor wie en wat het uniek maakt.
Doelstellingen = specifieke, meetbare acties die een bedrijf neemt om
zijn missie uit te voeren en zijn visie te bereiken. Hebben betrekking op
stakeholders. Noodzakelijke voorwaarde om doelstellingen te kunnen
realiseren is continuïteit, de onderneming moet blijvend kunnen voorzien
in een maatschappelijke behoefte door het leveren van een product of
dienst. 3 niveaus
1. Strategisch: door topmanagement op lange termijn
2. Tactisch: door middenkader op middellange termijn
(middelen)
3. Operationeel: op de werkvloer op korte termijn
Doelstellingen worden uitgewerkt tot het beleid waarin staat hoe en met
welke middelen de doelstellingen worden nagestreefd.
SMART analyse om te beoordelen of doelstellingen haalbaar zijn:
- S specifiek (persoon gebonden)
- M meetbaar (objectief)
- A acceptabel (passen bij visie etc)
- R realistisch (haalbaar)
- T tijdsgebonden
Gedragscode = weerspiegeling van de bedrijfscultuur waarin beschreven
wordt welke waarde leidend zijn voor het handelen van het bedrijf en zijn
werknemers.
Bedrijfscultuur = de overtuigingen en waarde die gedeeld worden door
de mensen die werken in het bedrijf. Komt tot uiting in attitude en gedrag
topmanagement, logo/motto, hoe het omgaat met veranderingen, beeld
naar buiten en organisatie van werkprocessen.
,Strategieformulering = vaststellen van doelstellingen en de middelen om
de doelstellingen te verwezenlijken. Voordurend herhalend proces.
Ondernemingsstrategie = ondernemingsactiviteiten over een langere
periode vastgesteld door topmanagement.
Proces van strategiebepaling:
1. Strategieanalyse
2. Strategieontwikkeling
3. Strategie-implementatie
Strategie analyse = evaluatie van gebruikte strategie door interne en
externe analyse. Bij exterene analyse worden gegevens gebruikt buiten
het bedrijf.
Intern:
- Balanced scorecard: geeft inzicht in de mater waarin het bedrijf erin
slaagt de doelstellingen te realiseren op basis van de beoordeling
van de kritieke succesfactoren: klant, interne processen, financiën
en lerend vermogen/innovatievermogen.
- Benchmarketing (intern/extern): maakt een vergelijking van de
eigen prestatie met de prestaties van een andere onderneming
Extern:
- SWOT-analyse: sterke/zwakte en kansen/bedrijgingen onderzoek
- PEST-analyse: richt zich op de externe factoren die de omgeving
beschrijven waarin een bedrijf opereert.
- Vijfkrachtenmodel: beschrijft de 5 krachten die het bedrijf of markt
beïnvloeden. Bedreigingen door substituten, kopers, bestaande
concurrenten, mogelijke toetreders en leveranciers.
- Scenarioanalyse: alle alternatieve toekomsten worden in kaart
gebracht
Op basis van de analyse kunnen in de strategieontwikkeling alternatieve
strategieën ontwikkeld worden. Strategie-implementatie zorgt ervoor dat
de gekozen strategie naar de organisatie wordt gecommuniceerd en
vervolgens wordt uigevoerd.
Planning en controle
Planning is het vaststellen van de te bereiken doelen en de activiteiten die
nodig zijn om deze te bereiken.
1. Strategische planning: vaststellen van hoofddoelen, lange termijn
2. Tactische planning: vaststellen benodigheden, middellangtermijn
, 3. Operationele planning: concrete uitwerking op laagste niveau, korte
termijn
Beheersing = geplande activiteiten worden gemeten, vergeleken met de
beoogde doelen en zo nodig bijgestuurd.
Feedback = na afloop ban een proces meten en vergelijken van de
uitkomsten met de norm
Feed forward = metingen en bijsturen vinden tijdens het proces plaats.
PDCA-cyclus behoort hiertoe.
Controlesystemen
Management control = verzameling van procedures en technieken
waarmee geprobeerd wordt een effectieve en efficiënte inzet van mensen
en middelen te realiseren.
Budgettering = middel om de beheersing van activiteiten vorm te
geven. Hierdoor vindt coördinatie en autorisatie plaats.
Balanced scorecard = vertaling van missie en visie in meetbare
indicatoren. Een KSF is een factor die van essentiële betekenis is voor de
resultaten, verdere ontwikkelingen en het voortbestaan van het bedrijf.
Prestatie-indicatoren = meeteenheden die een indicatie geven van de
mate waarin aan een kritieke succesfactor wordt voldaan en worden
meestal uitgedrukt tin een getal of percentage. Op een
managementdashboard komen de KSF en prestatie-indicatoren terug om
een beeld te geven van de huidige prestatie van het bedrijf.
EFQM-model = voor voortdurende kwalitatieve groei en het balanceren
van diverse stakeholders en het balanceren van de resultaten en de
inspanning. Het model onderscheid 5 ontwikkelingsfases om tot
volwassenheid te komen: de activiteits-, proces-, systeem-, keten-, en
transformatie georiënteerde fase.
Benchmarking = systematisch proces om de prestaties te verbeteren
door de eigen bedrijfsfuncties, procedures of werkwijzen te vergelijken
met die van andere bedrijven die op hetzelfde gebied het best weten te
presteren. Benchmarking gaat verder dan een concurrentieanalyse. Het is
niet eenmalige maar een structurele activiteit in het kader van
management control.
- Interne benchmarking: vergeleken met andere onderdelen binnen
de eigen organisatie
- Concurrentie
Week 1: H1 Het bedrijf
Redenen voor publieke bedrijven:
- Toegankelijkheid
- Kwaliteit
- Betaalbaarheid
- Gelijkheid
Product-marktcombinaties = welke goederen en/of diensten
geproduceerd worden en aan welke afnemers deze geleverd worden.
Visie = gewenste toekomstige staat. Beeld wat bedrijf wil uitstralen
Missie = fundamentele doel van organisatie, waarom het bestaat. Omvat
wat het bedrijf doe, voor wie en wat het uniek maakt.
Doelstellingen = specifieke, meetbare acties die een bedrijf neemt om
zijn missie uit te voeren en zijn visie te bereiken. Hebben betrekking op
stakeholders. Noodzakelijke voorwaarde om doelstellingen te kunnen
realiseren is continuïteit, de onderneming moet blijvend kunnen voorzien
in een maatschappelijke behoefte door het leveren van een product of
dienst. 3 niveaus
1. Strategisch: door topmanagement op lange termijn
2. Tactisch: door middenkader op middellange termijn
(middelen)
3. Operationeel: op de werkvloer op korte termijn
Doelstellingen worden uitgewerkt tot het beleid waarin staat hoe en met
welke middelen de doelstellingen worden nagestreefd.
SMART analyse om te beoordelen of doelstellingen haalbaar zijn:
- S specifiek (persoon gebonden)
- M meetbaar (objectief)
- A acceptabel (passen bij visie etc)
- R realistisch (haalbaar)
- T tijdsgebonden
Gedragscode = weerspiegeling van de bedrijfscultuur waarin beschreven
wordt welke waarde leidend zijn voor het handelen van het bedrijf en zijn
werknemers.
Bedrijfscultuur = de overtuigingen en waarde die gedeeld worden door
de mensen die werken in het bedrijf. Komt tot uiting in attitude en gedrag
topmanagement, logo/motto, hoe het omgaat met veranderingen, beeld
naar buiten en organisatie van werkprocessen.
,Strategieformulering = vaststellen van doelstellingen en de middelen om
de doelstellingen te verwezenlijken. Voordurend herhalend proces.
Ondernemingsstrategie = ondernemingsactiviteiten over een langere
periode vastgesteld door topmanagement.
Proces van strategiebepaling:
1. Strategieanalyse
2. Strategieontwikkeling
3. Strategie-implementatie
Strategie analyse = evaluatie van gebruikte strategie door interne en
externe analyse. Bij exterene analyse worden gegevens gebruikt buiten
het bedrijf.
Intern:
- Balanced scorecard: geeft inzicht in de mater waarin het bedrijf erin
slaagt de doelstellingen te realiseren op basis van de beoordeling
van de kritieke succesfactoren: klant, interne processen, financiën
en lerend vermogen/innovatievermogen.
- Benchmarketing (intern/extern): maakt een vergelijking van de
eigen prestatie met de prestaties van een andere onderneming
Extern:
- SWOT-analyse: sterke/zwakte en kansen/bedrijgingen onderzoek
- PEST-analyse: richt zich op de externe factoren die de omgeving
beschrijven waarin een bedrijf opereert.
- Vijfkrachtenmodel: beschrijft de 5 krachten die het bedrijf of markt
beïnvloeden. Bedreigingen door substituten, kopers, bestaande
concurrenten, mogelijke toetreders en leveranciers.
- Scenarioanalyse: alle alternatieve toekomsten worden in kaart
gebracht
Op basis van de analyse kunnen in de strategieontwikkeling alternatieve
strategieën ontwikkeld worden. Strategie-implementatie zorgt ervoor dat
de gekozen strategie naar de organisatie wordt gecommuniceerd en
vervolgens wordt uigevoerd.
Planning en controle
Planning is het vaststellen van de te bereiken doelen en de activiteiten die
nodig zijn om deze te bereiken.
1. Strategische planning: vaststellen van hoofddoelen, lange termijn
2. Tactische planning: vaststellen benodigheden, middellangtermijn
, 3. Operationele planning: concrete uitwerking op laagste niveau, korte
termijn
Beheersing = geplande activiteiten worden gemeten, vergeleken met de
beoogde doelen en zo nodig bijgestuurd.
Feedback = na afloop ban een proces meten en vergelijken van de
uitkomsten met de norm
Feed forward = metingen en bijsturen vinden tijdens het proces plaats.
PDCA-cyclus behoort hiertoe.
Controlesystemen
Management control = verzameling van procedures en technieken
waarmee geprobeerd wordt een effectieve en efficiënte inzet van mensen
en middelen te realiseren.
Budgettering = middel om de beheersing van activiteiten vorm te
geven. Hierdoor vindt coördinatie en autorisatie plaats.
Balanced scorecard = vertaling van missie en visie in meetbare
indicatoren. Een KSF is een factor die van essentiële betekenis is voor de
resultaten, verdere ontwikkelingen en het voortbestaan van het bedrijf.
Prestatie-indicatoren = meeteenheden die een indicatie geven van de
mate waarin aan een kritieke succesfactor wordt voldaan en worden
meestal uitgedrukt tin een getal of percentage. Op een
managementdashboard komen de KSF en prestatie-indicatoren terug om
een beeld te geven van de huidige prestatie van het bedrijf.
EFQM-model = voor voortdurende kwalitatieve groei en het balanceren
van diverse stakeholders en het balanceren van de resultaten en de
inspanning. Het model onderscheid 5 ontwikkelingsfases om tot
volwassenheid te komen: de activiteits-, proces-, systeem-, keten-, en
transformatie georiënteerde fase.
Benchmarking = systematisch proces om de prestaties te verbeteren
door de eigen bedrijfsfuncties, procedures of werkwijzen te vergelijken
met die van andere bedrijven die op hetzelfde gebied het best weten te
presteren. Benchmarking gaat verder dan een concurrentieanalyse. Het is
niet eenmalige maar een structurele activiteit in het kader van
management control.
- Interne benchmarking: vergeleken met andere onderdelen binnen
de eigen organisatie
- Concurrentie