Psychosociale educatie bij een longkankerpatiënt met
depressieve gevoelens
Naam:
Studentnummer:
Groep: LV-4C2
Eerste examinator:
Tweede examinator:
Studieonderdeel: Afstuderen b. Case
study
Studiegidsnummer: 4518AFCSPA
Aantal woorden (exclusief titelpagina,
inhoudsopgave, tabellen, bronnenlijst): 3232
Datum: 6 mei 2019
INHOUDSOPGAVE
,1. Inleiding 3
2. Gevalsbeschrijving 4
2.1 Voorgeschiedenis
2.2 Ziektebeeld longkanker
2.3 ICF-model
2.4 Ethische aspecten
2.5 Verpleegkundige diagnosen
2.6 Huidig beleid
2.7 Multidisciplinaire samenwerking
2.8 Gezondheidsprobleem
3. Methoden 10
3.1 Literatuuronderzoek
3.2 Praktijkonderzoek
4. Verdieping 11
4.1 Literatuuronderzoek
4.2 Praktijkonderzoek
5. Bespreking 13
5.1 Effectiviteit
5.2 Bewijs
5.3 Aangrijpingspunt en werkingsmechanisme
5.4 Haalbaarheid
5.5 Aanvaardbaarheid voor de patiënt
6. Discussie 15
7. Conclusie en aanbevelingen 16
7.1 Conclusie
7.2 Aanbevelingen
8. Bronnenlijst 17
Bijlage 1: Flowchart
Bijlage 2: Kwaliteitsbeoordeling geïncludeerde artikelen
Bijlage 3: Interview psycholoog
1. INLEIDING
2 de
Mevrouw C., vanaf nu C., is 53 jaar en bekend met longkanker waarvoor zij op
afdeling chemotherapie krijgt en bestraald wordt. De ziekte en behandeling
2
, hebben een zware belasting op het lichaam; C. ervaart veel pijn in haar borstkas,
ze is kortademig en benauwd, de spierkracht gaat achteruit en ook is zij als
bijwerking van de chemotherapie misselijk geweest. Inmiddels is ze verminderd
mobiel en heeft ondersteuning nodig bij ADL.
Er is uitzicht op volledig herstel indien de huidige behandeling goed aanslaat en
C. in aanmerking komt voor een operatie. Echter vertoont C. tijdens opname
depressieve gevoelens, toont geen initiatieven in activiteiten, is
gedesinteresseerd in het beleid en snel vermoeid. Naast de gemoedstoestand is
C. niet therapietrouw. Ze neemt medicatie bewust niet in of weigert deze. Ook
heeft de verpleging haar tegen medisch advies in rokend aangetroffen in de
badkamer.
Hoewel C. vlak overkomt in emoties, heeft de verpleegkundige haar huilend
aangetroffen. Mede door onwetendheid over de toekomst nemen mentale
klachten toe. Na doorvragen zegt C. niet te geloven in genezing en het moeilijk te
vinden positief te blijven in de huidige situatie. C. is een mentaal zwakke,
instabiele vrouw. De verpleging constateert een gebrek aan coping; bij de
kleinste tegenslagen wordt C. negatief en neemt een passieve houding aan. In de
huidige zorg worden psychosociale interventies gegeven gericht op
symptoombestrijding, uitvragen van emoties en aanbieden van activiteiten. De
verpleegkundige denkt dat C. meer baat zal hebben bij een educatieve
interventie omdat hierbij haar intrinsieke motivatie gestimuleerd wordt. Dit kan
door middel van de SDT-, ENABLE- of FOCUS-therapie.
De vraag is welke vorm van educatie het beste aansluit om in geval van C.
depressieve gevoelens te verminderen. De volgende onderzoeksvraag is
opgesteld:
Welke vorm van psychosociale educatie (SDT, ENABLE of FOCUS) is het meest
geschikt om depressieve gevoelens bij C. te verminderen die longkanker heeft?
3
3