OVERGEWICHT
Jeanine Kraaijeveld - 584200
4 APRIL 2019
SPORTKUNDE
Hogeschool Inholland 0
,Inhoud
Inleiding ....................................................................................................................................................................2
STAP 1: Onderzoeken en vastleggen gegevens ........................................................................................................3
1.1 Theoretisch onderbouwing ................................................................................................................................4
1.2 Verzamelen persoonlijke- en voedingsgegevens ...............................................................................................6
1.3 Voedingsdagboekje ......................................................................................................................................... 14
STAP 2: Gegevens beoordelen .............................................................................................................................. 15
2.1 Vergelijking aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen ........................................................................... 16
2.2 Beoordeling overige voedingsmiddelen .......................................................................................................... 23
2.3 Gegevens beoordelen op basis van voedingsstoffen ...................................................................................... 24
2.4 Beoordeling van de energiebalans .................................................................................................................. 28
STAP 3: Conclusies ................................................................................................................................................. 29
3.1 Conclusies gezondheidsrisico’s ....................................................................................................................... 29
3.2 Conclusies bevoegdheid leefstijlcoach ............................................................................................................ 30
STAP 4: Voedingsadviezen opstellen..................................................................................................................... 32
Literatuurlijst ......................................................................................................................................................... 34
1
,Inleiding
Door deze handleiding als leidraad te gebruiken, leer je iemand onderbouwde voedingsadviezen te geven. De
doelstelling is voeding zo veel mogelijk te laten voldoen aan de Richtlijnen goede voeding van de
Gezondheidsraad én te laten aansluiten bij het eet- en leefpatroon van de cliënt.
Om persoonlijk voedingsadviezen te kunnen geven moeten eerst persoonlijke en voedingsgegevens verzameld
worden over de cliënt. Deze gegevens worden geanalyseerd en vergeleken met de normen. Hieruit volgt een
conclusie over het huidige voedingspatroon en worden verbeterpunten geformuleerd, de voedingsadviezen.
2
,STAP 1: Onderzoeken en vastleggen gegevens
3
,1.1 Theoretisch onderbouwing
Deskresearch (a.d.h.v. de 5 vragen uit de les).
1. Wat zijn de risicofactoren/ oorzaken van overgewicht?
Uit de literatuur is gebleken dat overgewicht ontstaat door een langdurige positieve energiebalans. Hierbij
spelen verschillende factoren een rol (Stegeman, 2013). Psychische factoren die overgewicht tot gevolg kunnen
hebben zijn bijvoorbeeld eten ter compensatie van onaangename gevoelens en lijngericht eetgedrag
(Stegeman, 2013). Sociale factoren die overgewicht tot gevolg kunnen hebben zijn bijvoorbeeld arbeid die
weinig energie vergt, de toegenomen drukte in het verkeer waardoor vele kinderen niet meer de fiets pakken
of buitenspelen, veel vrijetijdsmogelijkheden die weinig energie kosten, de beschikbaarheid van veel en relatief
goedkoop en makkelijk eten en de porties die steeds groter worden (Stegeman, 2013). Daarnaast zijn er een
aantal genetische factoren die een rol kunnen spelen bij het krijgen van overgewicht. Het komt zelden voor,
maar het is mogelijk dat iemand overgewicht krijgt door chromosoom- genafwijkingen. Een genetische aanleg
daarentegen kan een grotere rol spelen bij het krijgen van overgewicht (Stegeman, 2013).
Uit de literatuur zijn ook verschillende omgevingsfactoren naar voren gekomen die overgewicht tot gevolg
kunnen hebben. Kijkende naar voeding in de fysieke omgeving op microniveau zijn het hebben van voedsel in
huis, aanbod in kantines, aanbod winkels en afstand tot fastfood risicofactoren. Kijkende naar voeding in de
sociaal-culturele omgeving op microniveau spelen gezinsinkomen, gezinsuitgavenpatroon, subsidies kantines
en zelfvoorziening voeding een rol. Kijkende naar voeding in de economische omgeving op microniveau
hebben eetgewoonten van het gezin, attituden van leeftijdgenoten, druk door reclame en de rol van voeding
bij festiviteiten invloed op het krijgen van overgewicht (Swinburn & Egger, 1997).
2. Wanneer spreek je van overgewicht?
Een veelgebruikte maat om te bepalen of iemand ondergewicht, een normaal gewicht, overgewicht of obesitas
heeft is de Body Mass Index (BMI). De BMI-waarde wordt vergeleken met de afkapwaarden opgesteld per
geslacht, leeftijd en levensfase. Bij blanke mensen spreekt men van overgewicht bij een BMI van 25 tot 30. Bij
BMI hoger dan 30 wordt er gesproken van obesitas (Kenniscentrum Sport, 2003).
3. Heeft onregelmatig eten een relatie met overgewicht? Zo ja, hoe?
Onregelmatig eten heeft een relatie met overgewicht. Mensen eten vaak onregelmatig op het moment dat hun
werktijden niet elke dag hetzelfde zijn. Wanneer iemand weinig tot geen pauzes heeft op het werk, wordt de
lunch regelmatig overgeslagen. Als vervanging van de lunch nemen mensen dan snelle en vaak ongezonde
snacks (Mathus-Vliegen et al., 2008). Door inname van verschillende snacks verspreid over de dag schommelt
de bloedspiegel de hele dag. Onregelmatig eten leidt niet automatisch tot overgewicht, maar de frequentie van
ongezonde tussendoortjes heeft een verband met gewichtstoename (Mathus-Vliegen et al., 2008).
4. Welke gevolgen kent overgewicht?
Uit de literatuur is gebleken dat psychosociale problemen het gevolg kunnen zijn van overgewicht, omdat zij
niet voldoen aan het huidige slankheidsideaal (Stegeman, 2013). Overgewicht brengt ook fysieke problemen
met zich mee. Het kan namelijk leiden tot kortademigheid, verminderde glucosetolerantie en verhoogt het
risico op het krijgen van: diabetes, hypertensie, hart- en vaatziekten, verminderde vruchtbaarheid, verhoogd
lipidengehalte, kanker, seksuele problemen, artrose, slaapapneu, complicaties bij operaties,
zwangerschapstoxicose, spataderen, galstenen, hiatus hernia, smetdermatose en jicht (Stegeman, 2013). Het is
ook gebleken dat vetafzetting op de buik en in de buikholte sterk gecorreleerd is met het krijgen van een
metabool syndroom (Stegeman, 2013).
4
, 5. Welke beweegadviezen zijn er om overgewicht te voorkómen/ te behandelen.
Uit onderzoek van Renders, Bulk-Bunschoten en van Mil in 2010 zijn verschillende beweegadviezen naar voren
gekomen, waaronder gecombineerde leefstijlinterventies, die zich richten zich op vermindering van de energie-
inname, verhogen van lichamelijke activiteit en het reduceren van sedentaire gedrag bij individuen en
beweeginterventies waarbij het activiteitenniveau van de cliënt verhoogt dient te worden.
De Nederlandse Norm Gezond Bewegen en het advies van de Gezondheidsraad adviseren mensen met
overgewicht elke dag minimaal zestig minuten matig intensief te bewegen. Hoe zwaarder het gewicht van
iemand, hoe lager de belastingsintensiteit, maar hoe langer de duur van de training. Een voorbeeld van een
beweeginterventie is een aerobe training die minimaal dertig tot zestig minuten duurt op zestig tot tachtig
procent van de maximale hartfrequentie (PON, 2010).
Algemene voedings/dieetbehandeldoelen, passend bij het gezondheidsprobleem van de casus:
Volgens artsenwijzerdietetiek.nl is het gewicht gerelateerde gezondheidsrisico (GGR) licht verhoogd. De
cliënt heeft vragen over het toepassen van Richtlijnen goede voeding en gezonde leefstijl en ze heeft
beperkt ondersteunende begeleiding nodig. De cliënt heeft namelijk een Body Mass Index (BMI) van 29,1 en
heeft geen last van comorbiditeit(en). Daarnaast staat in de casus niks over een verhoogd risico op (sterfte
aan) hart- en vaatziekten of diabetes type 2. De cliënt valt dus binnen zorgprofiel 2 (zorgprofessionals).
In dit profiel gaat het om het creëren van motivatie voor leefstijlverandering met als doel vermindering van
het gewicht. Daarnaast gaat het om het opstellen van een haalbaar veranderplan dat ingepast kan worden in
het dagelijks leven. Het algemeen voedingsadvies moet gebaseerd zijn op de richtlijn goede voeding en moet
onderdeel zijn van een gezonde leefstijl.
- Structuur van de maaltijd: drie hoofdmaaltijden op regelmatige tijden
- Letten op de portiegrootte
- Voldoende groente en fruit
- Zoete (fris)dranken beperken
- Ondersteuning bij stoppen of verminderen van alcoholinname
- Beweegadvies
Bevoegdheid
Wanneer is er sprake van een voedingsadvies door een leefstijlcoach of dieetbegeleiding door een diëtist:
Bij een licht verhoogd GGR zal er sprake zijn van een voedingsadvies door een leefstijlcoach. Een
leefstijlcoach is namelijk bevoegd tot het geven van een algemeen voedingsadvies (Artsenwijzerdietetiek,
z.d.). Bij een matig of sterk verhoogd GGR zal er sprake zijn van een voedingsadvies door een diëtist. Een
diëtist is namelijk bevoegd tot het uitvoeren van een dieetbehandeling gericht op voorkomen, opheffen,
verminderen of compenseren van met voeding samenhangende of door voeding beïnvloedbare stoornissen,
beperkingen en participatieproblemen, volgens richtlijnen indien aanwezig (Artsenwijzerdietetiek, z.d.).
5