Bovenbuiksklachten:
Je hebt verschillende bovenbuiksklachten en de bekendste zijn maagcarcinoom, reflux, gastritis, ulcus
ventriculi, ulcus duodeni en functioneel/SOLK (75%).
Functionele dyspepsie = klachten van de maag/dyspeptische klachten (zuurbranden, zweren, reflux), zonder
somatische verklaring. De klachten moeten 3 maanden duren en 6 maanden geleden begonnen zijn.
Gastro-oesofageale refluxziekte (GERD) = terugstromen van maagzuur in de slokdarm, door slecht werken van
de LES, waardoor maagsap in contact komt met de oesofagus mucosa. Defensiemechanismen hiertegen zijn:
- Aansluiten slokdarm en maag onder het middenrif, via de LES. Ze zorgen samen voor een afsluiting die wordt
onderbroken als de maag boven het middenrif komt. Dit kan dan zorgen voor reflux en slecht zakken van eten.
- Hoek van His, waardoor het minder makkelijk terug kan stromen.
- Klaring van refluxaat door slokdarmperistaltiek en zwaartekracht.
- Neutralisatie door HCO3- uit speeksel of submucosale klieren.
De reflux wordt negatief beïnvloed door medicatie, bepaald type voedsel, overgewicht en ziekten die de
motiliteit van de slokdarm beïnvloeden. Risicofactoren zijn roken, alcohol, ouderdom, overgewicht (andere
hoek van His), zwangerschap (verhoogde druk) en vertraagde maagontleding (minder klaring).
Symptomen van GERD zijn:
1. Zuurbranden achter borstbeen (vooral bij bukken/liggen)
2. Brandende pijn op borst
3. Regurgitatie/terugstroom
4. Opgeblazen gevoel in buik
5. Heesheid, astma en hoestklachten (aantasten keel door zuur)
6. Voedingsproblemen bij zuigelingen (huilen, minder drinken en spugen)
Vaststellen van GERD gaat door:
- PPI-test (maagzuurremmers) - Manometrie = drukmeting
- Slikfoto - Zuurmeting = pH < 4
- Gastroscopie = kijken naar aanwezigheid van lesies, zweren, bloeding, reflux-oesofagitis, Barret
oesofagus/metaplasie, stenose, carcinoom en hernia diafragmatica.
Behandeling kan door:
1. Leefstijladviezen = hoofd hoger leggen, stoppen met roken, afvallen & dieet veranderen (minder
eten van vet, chocolade, pittig eten, pepermunt, alcohol & koolzuurhoudende drank).
2. Maagzuurremming die ingrijpen op de pathway. Je ziet dat gastrine uit de G-cel, zorgt voor
directe stimulatie van de pariëtaalcel en door indirecte stimulatie via de ECL-cel, die histamine
maakt, de pariëtaalcel stimuleert. De pariëtaalcel maakt dan zuur door de H+/K+ ATP-ase en Cl-.
- PPI/omeprazol = remt H+/K+ ATP-ase, waardoor minder zuur wordt gemaakt door pariëtaalcellen.
- H2-antagonisten = binden H2-receptor en verhinderen dat histamine de maagzuursecretie stimuleert.
- Antiacida = binden aan het gevormde zuur voor neutralisatie
3. Eventueel een operatie (Nissen fundoplicatie), waarbij er een manchet van maagfundus om de distale
oesofagus wordt gevouwen, waardoor een klepmechanisme ontstaat, dat regurgitatie voorkomt.
Bij kinderen werkt dit iets anders. Het gaat vooral om het indikken van voedsel. Bij kinderen onder de 18
maanden wordt geen medicamenteuze therapie gegeven. Na deze leeftijd wordt gestart met H2-antagonisten.
Gastroscopie doe je bij kinderen niet vaak, want het is volledig onder narcose en dus een grotere ingreep.
Achalasie = bewegingsstoornis van de oesofagus, door minder zenuwvoorziening in het onderste deel,
waardoor de LES niet goed werkt en verkrampt. Het voedsel kan niet goed passeren, en gaat zich in de
slokdarm ophopen. Behandelen kan door:
- Pneumodilatatie = verbreden van de LES, waardoor voedsel beter kan passeren
- Botuline injecties = tijdelijke relaxatie van spieren van de LES
- Hellerse myotomie = chirurgisch verlagen van de druk in de LES
Ulcus = zweer, die zelfs kan zorgen voor een gat bij herhaaldelijke aantasting. Het geeft pijn in de bovenbuik,
, zuurbranden, opboeren, misselijkheid, overgeven, bloedingen, melaena, hematemesis en pylorusstenose.
Je hebt 2 soorten, die een ander patroon van klachten hebben:
- Ulcus ventriculi (maag) = zeer heftige pijn, snel na de maaltijd.
- Ulcus duodeni (duodenum) = hongerpijn en pijn tussen 23.00-02.00.
Risicofactoren voor ulcuslijden zijn roken, alcohol, medicatie en het is deels erfelijk.
Oorzaken van een ulcus zijn:
- Infectie met HP, die zorgt voor een ontsteking
- Overmatige zuurproductie (Zollinger-Ellison)
- NSAIDS en aspirine (beschadiging mucuslaag)
- Stress ulcera (op de IC)
H. Pylori kan je aantonen door het meten van CO2 in de uitgeademde lucht. Hij heeft een sterke urease
activiteit waardoor gelabeld CO2 wordt opgenomen en na 30 minuten wordt gemeten in uitgeademde lucht.
Het kan ook door de CLO-test/urease test, omdat hij urease produceert, wat kleuromslag geeft bij ureumtest.
NSAIDS kunnen indirect voor aantasting zorgen omdat ze prostaglandines remmen, die normaal zorgen voor
een slijmlaag met HCO3-. NSAIDS zijn daarnaast ook zuren, waardoor ze de mucosa direct aantasten.
De beste methode om een ulcus aan te tonen is gastroscopie, waarbij je zweren kan zien en een biopt kan
nemen om H. Pylori aan te tonen. Behandeling van een ulcus hangt af van de oorzaak.
- NSAID-gerelateerd = stoppen met NSAID. Indien dit niet kan, dan maagzuurremmer toevoegen.
- H. Pylori = triple therapie, bestaande uit omeprazol (PPI), amoxicilline en claritromycine (antibiotica).
- Overmatige zuurproductie = omeprazol (PPI)
Complicaties van ulcus zijn bloeding, stenose, maligniteit en perforatie (5%). De prognose bij NSAID-ulcus is het
best, dan die van ulcus ventriculi en daarna die van ulcus duodeni (100% vs 90% vs 85% genezen na start PPI).
Gastritis = tijdelijke ontsteking van het maagslijmvlies. De klachten zijn misselijkheid, pijn in maagstreek,
opgeblazen gevoel, brandend maagzuur, geen trek en melena. Oorzaken zijn alcohol, NSAIDS of H. Pylori.
Diagnose stellen kan met anamnese, gastroscopie, biopten en HP-diagnostiek. Behandeling gaat door het
weghalen van de oorzakelijke factor.
Acute buik
Acute buikpijn kan ontstaan door een ontsteking, infectie, perforatie, obstructie, bloeding of vasculair.
Ontsteking/infectie = wordt gekenmerkt door dolor (druk- en loslaatpijn of oppervlakkige ademhaling), calor
(koorts), rubor (meer perfusie), tumor (opgezette buik door infiltraat) en functio laesa (geen geluiden). Het zou
kunnen leiden tot shock, collaps neiging, facie abdominalis (spits gezicht), koude rillingen, anorexie en malaise.
Peritonitis = viscerale buikpijn, die pariëtaal wordt bij verergering. Het komt bijna altijd door besmetting vanuit
een ziek orgaan. Je ziet vervoerspijn, hoestpijn, pijn bij lachen, druk- en loslaatpijn, defense musculaire
(buikspieren aanspannen) en opstoot/slingerpijn (bij beweging peritoneum).
Het afweermechanisme bestaat uit peritoneale vloeistofstroom met leukocyten (helaas hierdoor soms juist
verspreiding), omentum (legt zich vast), infiltraatvorming en abcedering (geen verspreiding).
Perforatie = geeft acute pijn, die afhangt van wat er lekt. Gal geeft veel reactie en is niet gevaarlijk, terwijl
bacteriën weinig reactie geven en gevaarlijk zijn. Dunne darminhoud doet dus meer pijn, terwijl dikke
darminhoud gevaarlijker is. De algemene klachten zijn:
- gevoel dat er iets knapt - heftige pijn op plaats perforatie
- gevoel dat pijn afzakt - gehele buikpijn (vervoer/lach/hoest)
- plankharde buik - druk- en loslaatpijn
Je hebt verschillende bovenbuiksklachten en de bekendste zijn maagcarcinoom, reflux, gastritis, ulcus
ventriculi, ulcus duodeni en functioneel/SOLK (75%).
Functionele dyspepsie = klachten van de maag/dyspeptische klachten (zuurbranden, zweren, reflux), zonder
somatische verklaring. De klachten moeten 3 maanden duren en 6 maanden geleden begonnen zijn.
Gastro-oesofageale refluxziekte (GERD) = terugstromen van maagzuur in de slokdarm, door slecht werken van
de LES, waardoor maagsap in contact komt met de oesofagus mucosa. Defensiemechanismen hiertegen zijn:
- Aansluiten slokdarm en maag onder het middenrif, via de LES. Ze zorgen samen voor een afsluiting die wordt
onderbroken als de maag boven het middenrif komt. Dit kan dan zorgen voor reflux en slecht zakken van eten.
- Hoek van His, waardoor het minder makkelijk terug kan stromen.
- Klaring van refluxaat door slokdarmperistaltiek en zwaartekracht.
- Neutralisatie door HCO3- uit speeksel of submucosale klieren.
De reflux wordt negatief beïnvloed door medicatie, bepaald type voedsel, overgewicht en ziekten die de
motiliteit van de slokdarm beïnvloeden. Risicofactoren zijn roken, alcohol, ouderdom, overgewicht (andere
hoek van His), zwangerschap (verhoogde druk) en vertraagde maagontleding (minder klaring).
Symptomen van GERD zijn:
1. Zuurbranden achter borstbeen (vooral bij bukken/liggen)
2. Brandende pijn op borst
3. Regurgitatie/terugstroom
4. Opgeblazen gevoel in buik
5. Heesheid, astma en hoestklachten (aantasten keel door zuur)
6. Voedingsproblemen bij zuigelingen (huilen, minder drinken en spugen)
Vaststellen van GERD gaat door:
- PPI-test (maagzuurremmers) - Manometrie = drukmeting
- Slikfoto - Zuurmeting = pH < 4
- Gastroscopie = kijken naar aanwezigheid van lesies, zweren, bloeding, reflux-oesofagitis, Barret
oesofagus/metaplasie, stenose, carcinoom en hernia diafragmatica.
Behandeling kan door:
1. Leefstijladviezen = hoofd hoger leggen, stoppen met roken, afvallen & dieet veranderen (minder
eten van vet, chocolade, pittig eten, pepermunt, alcohol & koolzuurhoudende drank).
2. Maagzuurremming die ingrijpen op de pathway. Je ziet dat gastrine uit de G-cel, zorgt voor
directe stimulatie van de pariëtaalcel en door indirecte stimulatie via de ECL-cel, die histamine
maakt, de pariëtaalcel stimuleert. De pariëtaalcel maakt dan zuur door de H+/K+ ATP-ase en Cl-.
- PPI/omeprazol = remt H+/K+ ATP-ase, waardoor minder zuur wordt gemaakt door pariëtaalcellen.
- H2-antagonisten = binden H2-receptor en verhinderen dat histamine de maagzuursecretie stimuleert.
- Antiacida = binden aan het gevormde zuur voor neutralisatie
3. Eventueel een operatie (Nissen fundoplicatie), waarbij er een manchet van maagfundus om de distale
oesofagus wordt gevouwen, waardoor een klepmechanisme ontstaat, dat regurgitatie voorkomt.
Bij kinderen werkt dit iets anders. Het gaat vooral om het indikken van voedsel. Bij kinderen onder de 18
maanden wordt geen medicamenteuze therapie gegeven. Na deze leeftijd wordt gestart met H2-antagonisten.
Gastroscopie doe je bij kinderen niet vaak, want het is volledig onder narcose en dus een grotere ingreep.
Achalasie = bewegingsstoornis van de oesofagus, door minder zenuwvoorziening in het onderste deel,
waardoor de LES niet goed werkt en verkrampt. Het voedsel kan niet goed passeren, en gaat zich in de
slokdarm ophopen. Behandelen kan door:
- Pneumodilatatie = verbreden van de LES, waardoor voedsel beter kan passeren
- Botuline injecties = tijdelijke relaxatie van spieren van de LES
- Hellerse myotomie = chirurgisch verlagen van de druk in de LES
Ulcus = zweer, die zelfs kan zorgen voor een gat bij herhaaldelijke aantasting. Het geeft pijn in de bovenbuik,
, zuurbranden, opboeren, misselijkheid, overgeven, bloedingen, melaena, hematemesis en pylorusstenose.
Je hebt 2 soorten, die een ander patroon van klachten hebben:
- Ulcus ventriculi (maag) = zeer heftige pijn, snel na de maaltijd.
- Ulcus duodeni (duodenum) = hongerpijn en pijn tussen 23.00-02.00.
Risicofactoren voor ulcuslijden zijn roken, alcohol, medicatie en het is deels erfelijk.
Oorzaken van een ulcus zijn:
- Infectie met HP, die zorgt voor een ontsteking
- Overmatige zuurproductie (Zollinger-Ellison)
- NSAIDS en aspirine (beschadiging mucuslaag)
- Stress ulcera (op de IC)
H. Pylori kan je aantonen door het meten van CO2 in de uitgeademde lucht. Hij heeft een sterke urease
activiteit waardoor gelabeld CO2 wordt opgenomen en na 30 minuten wordt gemeten in uitgeademde lucht.
Het kan ook door de CLO-test/urease test, omdat hij urease produceert, wat kleuromslag geeft bij ureumtest.
NSAIDS kunnen indirect voor aantasting zorgen omdat ze prostaglandines remmen, die normaal zorgen voor
een slijmlaag met HCO3-. NSAIDS zijn daarnaast ook zuren, waardoor ze de mucosa direct aantasten.
De beste methode om een ulcus aan te tonen is gastroscopie, waarbij je zweren kan zien en een biopt kan
nemen om H. Pylori aan te tonen. Behandeling van een ulcus hangt af van de oorzaak.
- NSAID-gerelateerd = stoppen met NSAID. Indien dit niet kan, dan maagzuurremmer toevoegen.
- H. Pylori = triple therapie, bestaande uit omeprazol (PPI), amoxicilline en claritromycine (antibiotica).
- Overmatige zuurproductie = omeprazol (PPI)
Complicaties van ulcus zijn bloeding, stenose, maligniteit en perforatie (5%). De prognose bij NSAID-ulcus is het
best, dan die van ulcus ventriculi en daarna die van ulcus duodeni (100% vs 90% vs 85% genezen na start PPI).
Gastritis = tijdelijke ontsteking van het maagslijmvlies. De klachten zijn misselijkheid, pijn in maagstreek,
opgeblazen gevoel, brandend maagzuur, geen trek en melena. Oorzaken zijn alcohol, NSAIDS of H. Pylori.
Diagnose stellen kan met anamnese, gastroscopie, biopten en HP-diagnostiek. Behandeling gaat door het
weghalen van de oorzakelijke factor.
Acute buik
Acute buikpijn kan ontstaan door een ontsteking, infectie, perforatie, obstructie, bloeding of vasculair.
Ontsteking/infectie = wordt gekenmerkt door dolor (druk- en loslaatpijn of oppervlakkige ademhaling), calor
(koorts), rubor (meer perfusie), tumor (opgezette buik door infiltraat) en functio laesa (geen geluiden). Het zou
kunnen leiden tot shock, collaps neiging, facie abdominalis (spits gezicht), koude rillingen, anorexie en malaise.
Peritonitis = viscerale buikpijn, die pariëtaal wordt bij verergering. Het komt bijna altijd door besmetting vanuit
een ziek orgaan. Je ziet vervoerspijn, hoestpijn, pijn bij lachen, druk- en loslaatpijn, defense musculaire
(buikspieren aanspannen) en opstoot/slingerpijn (bij beweging peritoneum).
Het afweermechanisme bestaat uit peritoneale vloeistofstroom met leukocyten (helaas hierdoor soms juist
verspreiding), omentum (legt zich vast), infiltraatvorming en abcedering (geen verspreiding).
Perforatie = geeft acute pijn, die afhangt van wat er lekt. Gal geeft veel reactie en is niet gevaarlijk, terwijl
bacteriën weinig reactie geven en gevaarlijk zijn. Dunne darminhoud doet dus meer pijn, terwijl dikke
darminhoud gevaarlijker is. De algemene klachten zijn:
- gevoel dat er iets knapt - heftige pijn op plaats perforatie
- gevoel dat pijn afzakt - gehele buikpijn (vervoer/lach/hoest)
- plankharde buik - druk- en loslaatpijn