Hfst 1 assen en vlakken:
De anatomische houding is met de duimen aan de buitenzijden van het lichaam.
Vlakken:
Frontaal vlak lichaam wordt gescheiden in voor en achterkant
Transversaal vlak lichaam wordt gescheiden in onder en boven
Sagittaal vlak lichaam wordt gescheiden in links en rechts
Assen:
Sagittale as een speer door je buik en komt uit bij de rug (zagen) radslag
Transversale as een speer van links naar rechts door je lijf koprol
Longitudinale as een speer van boven naar onder door je lijf pirowet
Assen en vlakken zitten aan elkaar gekoppeld
Frontaal vlak – Sagittale as
Transversaal vlak – longitudinale as
Sagitale vlak – transversale as
Ezelsbrugetjes is : f s
I o
e
T l
S t
Voorbeelden assen en vlakken:
Abductie schouder sagittale as/frontal vlak
Extensie elleboog transversal as/sagittale vlak
Endorotatie heup longitudinale as/transversal vlak
,hfst 2: Lichaamszwaartepunt / steunvlak
Lichaamszwaartepunt = LZP
Vanuit de aarde wordt er met 9,81m/s² aan je getrokken.
Aan elke massa wordt getrokken.
LZP van de algemene massa, je lichaam is dan vanuit
elke vlak even zwaar
steunpunt
het LZP veranderd wanneer je beweegt, bv wanneer je je arm omhoog
heft gaat je LZP wat omhoog en een beetje opzij.
steunvlak
sluit precies aan rond je voeten of het oppervlakte waarmee je de grond
raakt. Bv wanneer je hangt op een tafel horen zowel je voeten als de
tafelpoten bij het steunvlak.
steunvlak vanuit transversaal vlak:
LZP = persoon staat stabiel
LZP = persoon hangt meer op het linkerbeen
LZP = buiten het lichaam, je kan nu omvallen
Bij lopen en rennen kom je hierdoor vooruit, je zet iedere keer een pas om
naar voor te bewegen ipv te vallen.
steunvlak met hockeystick, je steunvlak bevindt zich nu om de
hockeystick en het voorste been. Niet om het achterste want deze staat niet op de grond.
Bv. Wanneer je op een bank zit bevind het steunvlak zich om de poten van de bank, een
steunvlak wordt daar precies omheen getekend.
, Verschil in drijf vermogen
Man: Vrouw:
Meer massa in het bovenlichaam Minder massa in het bovenlichaam
LZP ligt hoger in het lichaam LZP licht lager
Venen drijven moeilijker Benen drijven makkelijker
LZP en massa verplaatsen:
Wanneer je massa verplaatst, verplaatst je je LZP ook. Dit kan zowel naar links – rechts en
boven – onder.
LZP buiten het lichaam:
Wanneer je naar voren gaat hangen zal je LZP weer in het midden van de massa moeten
liggen. wanneer je een lijn trekt door het LZP moeten beiden zijde even veel massa hebben.
LZP in het midden
LZP boven in, wel in het midden van de massa
Bv. Een hoogspringen gaat de LZP onder de lat liggen terwijl jij over de lat heen gaat.