Voorgeschreven arresten
Inhoud
HR 24 januari 1969 (Pocketbooks II ) (ECLI:NL:HR:1969:AC4903).......................2
HR 16 mei 1986 (Landbouwvliegers) (ECLI:NL:HR:1986:AC9354).......................2
HR 12 mei 1999 (Arbeidskostenforfait) (ECLI:NL:HR:1999:AA2756)....................3
HR 21 maart 2003, (Waterpakt) (ECLI:NL:HR:2003:AE8462)...............................3
HR 9 april 2010 (SGP) (ECLI:NL:HR:2010:BK4549)..............................................4
HR 28 november 1950 (APV Tilburg) (ECLI:NL:HR:1950:1)..................................5
EHRM 26 april 1979 (Sunday Times) (ECLI:NL:XX:1979:AC6568)........................6
HR 30 maart 1984 (Turkse werkneemster)(ECLI:NL:HR:1984:AG4783)...............7
(ECLI:NL:RVS:1995:AH6164) (Drugspand Venlo).................................................8
, HR 24 januari 1969 (Pocketbooks II )
(ECLI:NL:HR:1969:AC4903)
Feiten:
In november 1958 waren de voorbereidingen van Van Tuyl en De Bron om boeken
te verkopen zo vergevorderd dat ze konden beginnen. Echter, twee Nederlandse
boekhandelarenorganisaties verzetten zich tegen deze verkoopactie en
benaderden de Staatssecretaris van Economische Zaken. Ze verzochten om een
vestigingsbesluit, en in afwachting daarvan, een vestigingsbeschikking voor
boekverkopers te bevorderen, zodat de verkoop van boeken niet zonder
vergunning kon plaatsvinden. Artikel 2 van deze Vestigingsbeschikking verbood
het uitoefenen van het boekverkopersbedrijf zonder vergunning van de Sociaal-
Economische Raad. Dit leidde tot de geleidelijke stopzetting van de verkoopactie
van Van Tuyl en De Bron, wat hen ernstige schade en verliezen opleverde,
waardoor ze hun bedrijven moesten liquideren. Ze stelden dat de Staat
verantwoordelijk was voor deze schade.
Rechtsvraag:
De vraag in Pocketboeken II was of de ministeriële regeling, die in strijd was met
artikel 7 van de Grondwet (zoals vastgesteld in Pocketboeken I), ook een
onrechtmatige daad opleverde.
Rechtsregel:
De Staat stelde in hoger beroep dat wetgevingsdaden nooit onrechtmatige daden
in de zin van artikel 1401 BW kunnen zijn, en dat de uitvaardiging van de
Vestigingsbeschikking Boekverkopersbedrijf 1958 dus geen onrechtmatige daad
kan zijn. Echter, de Hoge Raad oordeelde dat de Staat onrechtmatig handelt als
een Staatssecretaris, als orgaan van de Staat, door een beschikking een verbod
stelt en sancties bedreigt tegen een handeling die ingevolge de Grondwet niet
verboden mag worden. Er is geen rechtsregel die de toepasselijkheid van artikel
6:162 BW (onrechtmatige daad) uitsluit, beperkt of aan nadere vereisten
onderwerpt bij de uitvaardiging van een dergelijke beschikking. De aard van de
wetgevende functie van de overheid sluit niet uit dat artikel 6:162 BW bij
onrechtmatig gebruik daarvan van toepassing kan zijn. Lagere regelgeving in
strijd met hoger recht kan dus een onrechtmatige overheidsdaad opleveren.
HR 16 mei 1986 (Landbouwvliegers)
(ECLI:NL:HR:1986:AC9354)
Rechtsvraag:
Is het toegestaan om wetgeving van lagere wetgevers te toetsen aan algemene
rechtsbeginselen?
Feiten:
Er werd een uitvoeringsregeling ingevoerd die bepaalde spuitvluchten verbood
vanwege milieuredenen. Dit leidde tot beperkingen in de operationele gebieden
van spuitvliegtuigen, wat schade veroorzaakte voor de betrokken bedrijven. Twee