abc. Verandering van occlusie en articulatie (slijtage),
occlusieconcepten en bewegingsregistraties en semi-instelbare
articulator D2
Dentitie en ondersteunende structuren
Het pardontaal ligament zorgt ervoor dat een element stevig blijft zitten in het bot en zorgt
ervoor dat een deel van de kracht wordt opgevangen, het bevat speciale receptoren die de
druk kunnen bepalen die op de dentitie wordt uitgevoerd en de positie van jet voedsel en de
kaak zelf kunnen bepalen. De molaren komen als laatste kijken in het kauwproces.
Het temporomandibulaire gewricht
De maxilla vormt de bodem van de neusholte, de bodem van de oogkas en vormt het
palatum en de processus alveolaris superior. De mandibula zit niet met een benige
verbinding vast aan de schedel, maar met
spieren, ligamenten en ander zacht
weefsel die mobiliteit verschaffen. Het is
de condylus van de mandibula die
beweegt in de fossa mandibularis van de
schedel, die is gelegen op het squameuze
deel van de os temporalis.
Het TMJ kan worden gezien als een
samengesteld gewricht, bestaande uit de
condylus, de mandibulaire fossa en de
discus articularis. Het TMJ ligt op de dunste plek van de discus articularis in de intermediate
zone (IZ), het wordt omgrensd door het anteriore en posteriore deel van de discus. De discus
houdt altijd z’n vorm tenzij het kapot gaat of structurele veranderingen zich voordoen in het
TMJ. Posterior zit het retrodiscale weefsel, dit is goed doorbloed en geïnnerveerd, het
fungeert als een bloedpomp bij bewegingen. Anterior zit de disc vast aan het capsulaire
ligament van het TMJ.
- Superiore deel; zit vast aan de discus en de os tympanic (buitenzijde meatus acousticus
externus) en bestaat uit elastische vezels.
- Inferiore deel; zit vast aan de discus en de condylus en bestaat uit collagene vezels.
De binnenzijde van het TMJ is bekleed met een membraam wat synoviaal vloeistof
produceert. Wat fungeert als medium voor aanvoer van nutriënten en het dient als
smeermiddel. Het smeren van het TMJ kan door beweging komen, het synoviale vloeistof
wordt gedwongen te bewegen van de ene holte naar de andere, het is de primaire manier
van smeren. Een andere manier is dat de discus wat vloeistof kan opnemen en uitscheidt bij
kracht, het fungeert als een soort spons, wat zorgt voor extra smering. Deze smering vind
niet plaats bij beweging, maar bij druk. Zo vind er ook uitwisseling plaats van metabolische
stoffen.
Ligamenten
Ligamenten bestaan uit collageenrijk bindweefsel, wat georiënteerd is in verschillende
richtingen. Het dient ervoor het TMJ ‘’op te sluiten’’.
,- Collaterale ligament; zit vast aan beide kanten van de discus en vormt een verbinding met
de condylus. Het ligament is gevasculariseerd en geïnnerveerd en geeft informatie over de
positie en beweging van het TMJ.
- Capsulaire ligament; omvat het gehele TMJ en zorgt ervoor dat
de discus niet kan dislokeren. Het ligament omvat ook de ruimte
waarin het synoviale vloeistof zich bevind. Het is goed
geïnnerveerd en geeft proprioceptische informatie door.
- Temporomandibulaire ligament; ook wel het laterale ligament.
Bestaat uit een buitenste oblique deel dat ervoor zorgt dat bij
opening de kaak niet te veel roteert. Wanneer de mond nog
verder open wil gaan moet de kaak naar beneden gaan. Er is
ook een binnenste horizontaal deel, dat ervoor zorgt dat de
condylus en de discus niet te ver naar posterior gaan.
- Sphenomandibulaire ligament; heeft geen specifiek limiterende
functie in beweging.
- Stylomandibulaire ligament; limiteert extreme protrusie van de
mandibula.
De kauwspieren
Alle spieren worden geïnnerveerd in het midden van de spier op de motorische eindplaat en
zijn type I spieren; Langzame donkerrode spieren, zijn niet snel vermoeid.
- Musculus masseter; loopt van de boog van de zygomaticus tot de ramus mandibulae. Heeft
een superfacialis deel (protrusie) een profundus deel (stabilisatie van de condylus). De
masseter zorgt voor elevatie van de mandibula.
- Musculus temporalis; loopt van het os temporalis tot laterale deel van de schedel. De pees
zit vast aan de processus coronideus van de mandibula. Anterior – verticaal georiënteerde
vezels (verticale elevatie). Medialis – oblique georiënteerde vezels (elevatie en retrusie).
Posterior – horizontaal georiënteerde vezels (elevatie en retrusie). De temporalis zorgt voor
elevatie van de mandibula en een goede coördinatie van het sluiten van de mond.
- Musculus pterygoideus medialis; loopt van de processus pterygoideus tot de angularis van
de mandibula. Zorgt voor protrusie en elevatie van de mandibula.
- Musculus pterygoideus lateralis;
▪ Inferior; loopt van de lamina pterygoideus lateralis tot de condylus. Zorgt voor
protrusie van de mandibula.
▪ Superior; loopt van de lamina pterygoideus lateralis tot de condylus en de discus en
is kleiner dan de inferior. Is actief tijdens het sluiten, vooral tijdens de powerstroke,
wanneer elementen onder grote kracht staan om dicht te bijten.
- Musculus digastricus; niet echt een kauwspier, maar draagt wel bij aan depressie van de
mandibula en de elevatie van het os hyoideum, om zo te kunnen slikken.
Biomechanica van het TMJ
Het TMJ is een samengesteld gewricht en kan worden onderverdeeld in twee verschillende
systemen. De discus werkt met beide gewrichtssystemen mee en verdeeld het gewricht in
een superior en inferior deel, hierdoor isoleert het synoviaal vloeistof. Het faciliteert
beweging voor het TMJ.
, 1. Een gewrichtssysteem die de weefsels rondom het inferiore gedeelte van het TMJ liggen
omvat, ook wel de inferiore synoviale holte (condylus en discus articularis). Dit deel is
verantwoordelijk voor rotatie van de discus en het TMJ.
2. Gewrichtssysteem wat verantwoordelijk is voor superiore synoviale holte (discus en
fossa mandibularis). Dit deel is verantwoordelijk voor translatie.
De spieren zijn constant in een milde contractie, wat tonus heet. Hierdoor ontstaat er een
inter-articulaire druk op de discus, wanneer deze er niet zou zijn zou de discus dislokeren.
Wanneer er weinig druk is, verbreedt de discus en roteert die om de lege ruimtes op te
vullen. Wanneer er veel druk is versmalt de discus en schiet de discus naar de IZ.
Wanneer de mond opent, wordt de condylus naar voren getrokken en ontstaat er een grote
kracht op het superiore deel van de retrodiscale weefsel. Het is erg elastisch wat ervoor zorgt
dat de discus wordt teruggetrokken en naar posterior wordt geroteerd, deze kracht komt
alleen bij wijde mondopeningen kijken. De musculus pterygoideus lateralis superior trekt de
discus naar anterior en mediaalwaarts, dit gebeurt niet tijdens de mondopening, maar tijdens
de elevatie van de mandibula.
Tijdens opening van de mond beweegt de discus mee met de condylus, dit hangt af van de
morfologie van de discus en de inter-articulaire druk die op de condylus wordt uitgevoerd.
De musculus pterygoideus lateralis superior is in rust ook licht actief en trekt de discus naar
anterior, dit heft op met de krachten die de elastische superior retrodiscale lamina geeft. Dus
wanneer het TMJ in rust is wordt de condylus in contact gebracht met het IZ en het PZ.
Pas wanneer de kracht van de musculus pterygoideus lateralis superior groter is dan die van
de superior retrodiscale lamina, dan wordt de discus geroteerd naar posterior. De musculus
pterygoideus lateralis superior wordt ook actief tijdens een powerstroke, waardoor de discus
naar anterior wordt geroteerd, dit om te zorgen dat er bij een unilaterale kauwbeweging de
discus niet dislokeert. Wanneer de elementen elkaar dan raken, neemt de inter-articulaire
druk toe en versmalt de discus, waardoor die naar posterior wordt getrokken.
Er zijn een aantal kern concepten over het TMJ die erg van belang zijn.
1. Ligamenten werken niet actief mee in de bewegingen van de TMJ. Ze zorgen voor
restrictie en geleiding van bewegingen, zowel mechanisch als neuromusculair gestuurd.
2. Ligamenten zijn niet strech, ze rekken uit bij kracht, maar gaan niet terug naar hun
oorspronkelijke lengte wanneer de kracht verdwijnt.
3. De articulaire contacten van het TMJ moeten constant aanwezig zijn, dit door de tonus
van de kauwspieren.
Hieronder een afbeelding die de normale functionele bewegingen laat zien van de condylus
en de discus articularis tijdens opening en sluitbeweging van de mandibula. Bij het openen
van de mandibula wordt de discus posterior geroteerd, op de condylus, wanneer de condylus
wordt getransleerd uit de fossa mandibularis. De sluitbeweging is precies het
tegenovergestelde van de beweging voor het openen van de mandibula.
occlusieconcepten en bewegingsregistraties en semi-instelbare
articulator D2
Dentitie en ondersteunende structuren
Het pardontaal ligament zorgt ervoor dat een element stevig blijft zitten in het bot en zorgt
ervoor dat een deel van de kracht wordt opgevangen, het bevat speciale receptoren die de
druk kunnen bepalen die op de dentitie wordt uitgevoerd en de positie van jet voedsel en de
kaak zelf kunnen bepalen. De molaren komen als laatste kijken in het kauwproces.
Het temporomandibulaire gewricht
De maxilla vormt de bodem van de neusholte, de bodem van de oogkas en vormt het
palatum en de processus alveolaris superior. De mandibula zit niet met een benige
verbinding vast aan de schedel, maar met
spieren, ligamenten en ander zacht
weefsel die mobiliteit verschaffen. Het is
de condylus van de mandibula die
beweegt in de fossa mandibularis van de
schedel, die is gelegen op het squameuze
deel van de os temporalis.
Het TMJ kan worden gezien als een
samengesteld gewricht, bestaande uit de
condylus, de mandibulaire fossa en de
discus articularis. Het TMJ ligt op de dunste plek van de discus articularis in de intermediate
zone (IZ), het wordt omgrensd door het anteriore en posteriore deel van de discus. De discus
houdt altijd z’n vorm tenzij het kapot gaat of structurele veranderingen zich voordoen in het
TMJ. Posterior zit het retrodiscale weefsel, dit is goed doorbloed en geïnnerveerd, het
fungeert als een bloedpomp bij bewegingen. Anterior zit de disc vast aan het capsulaire
ligament van het TMJ.
- Superiore deel; zit vast aan de discus en de os tympanic (buitenzijde meatus acousticus
externus) en bestaat uit elastische vezels.
- Inferiore deel; zit vast aan de discus en de condylus en bestaat uit collagene vezels.
De binnenzijde van het TMJ is bekleed met een membraam wat synoviaal vloeistof
produceert. Wat fungeert als medium voor aanvoer van nutriënten en het dient als
smeermiddel. Het smeren van het TMJ kan door beweging komen, het synoviale vloeistof
wordt gedwongen te bewegen van de ene holte naar de andere, het is de primaire manier
van smeren. Een andere manier is dat de discus wat vloeistof kan opnemen en uitscheidt bij
kracht, het fungeert als een soort spons, wat zorgt voor extra smering. Deze smering vind
niet plaats bij beweging, maar bij druk. Zo vind er ook uitwisseling plaats van metabolische
stoffen.
Ligamenten
Ligamenten bestaan uit collageenrijk bindweefsel, wat georiënteerd is in verschillende
richtingen. Het dient ervoor het TMJ ‘’op te sluiten’’.
,- Collaterale ligament; zit vast aan beide kanten van de discus en vormt een verbinding met
de condylus. Het ligament is gevasculariseerd en geïnnerveerd en geeft informatie over de
positie en beweging van het TMJ.
- Capsulaire ligament; omvat het gehele TMJ en zorgt ervoor dat
de discus niet kan dislokeren. Het ligament omvat ook de ruimte
waarin het synoviale vloeistof zich bevind. Het is goed
geïnnerveerd en geeft proprioceptische informatie door.
- Temporomandibulaire ligament; ook wel het laterale ligament.
Bestaat uit een buitenste oblique deel dat ervoor zorgt dat bij
opening de kaak niet te veel roteert. Wanneer de mond nog
verder open wil gaan moet de kaak naar beneden gaan. Er is
ook een binnenste horizontaal deel, dat ervoor zorgt dat de
condylus en de discus niet te ver naar posterior gaan.
- Sphenomandibulaire ligament; heeft geen specifiek limiterende
functie in beweging.
- Stylomandibulaire ligament; limiteert extreme protrusie van de
mandibula.
De kauwspieren
Alle spieren worden geïnnerveerd in het midden van de spier op de motorische eindplaat en
zijn type I spieren; Langzame donkerrode spieren, zijn niet snel vermoeid.
- Musculus masseter; loopt van de boog van de zygomaticus tot de ramus mandibulae. Heeft
een superfacialis deel (protrusie) een profundus deel (stabilisatie van de condylus). De
masseter zorgt voor elevatie van de mandibula.
- Musculus temporalis; loopt van het os temporalis tot laterale deel van de schedel. De pees
zit vast aan de processus coronideus van de mandibula. Anterior – verticaal georiënteerde
vezels (verticale elevatie). Medialis – oblique georiënteerde vezels (elevatie en retrusie).
Posterior – horizontaal georiënteerde vezels (elevatie en retrusie). De temporalis zorgt voor
elevatie van de mandibula en een goede coördinatie van het sluiten van de mond.
- Musculus pterygoideus medialis; loopt van de processus pterygoideus tot de angularis van
de mandibula. Zorgt voor protrusie en elevatie van de mandibula.
- Musculus pterygoideus lateralis;
▪ Inferior; loopt van de lamina pterygoideus lateralis tot de condylus. Zorgt voor
protrusie van de mandibula.
▪ Superior; loopt van de lamina pterygoideus lateralis tot de condylus en de discus en
is kleiner dan de inferior. Is actief tijdens het sluiten, vooral tijdens de powerstroke,
wanneer elementen onder grote kracht staan om dicht te bijten.
- Musculus digastricus; niet echt een kauwspier, maar draagt wel bij aan depressie van de
mandibula en de elevatie van het os hyoideum, om zo te kunnen slikken.
Biomechanica van het TMJ
Het TMJ is een samengesteld gewricht en kan worden onderverdeeld in twee verschillende
systemen. De discus werkt met beide gewrichtssystemen mee en verdeeld het gewricht in
een superior en inferior deel, hierdoor isoleert het synoviaal vloeistof. Het faciliteert
beweging voor het TMJ.
, 1. Een gewrichtssysteem die de weefsels rondom het inferiore gedeelte van het TMJ liggen
omvat, ook wel de inferiore synoviale holte (condylus en discus articularis). Dit deel is
verantwoordelijk voor rotatie van de discus en het TMJ.
2. Gewrichtssysteem wat verantwoordelijk is voor superiore synoviale holte (discus en
fossa mandibularis). Dit deel is verantwoordelijk voor translatie.
De spieren zijn constant in een milde contractie, wat tonus heet. Hierdoor ontstaat er een
inter-articulaire druk op de discus, wanneer deze er niet zou zijn zou de discus dislokeren.
Wanneer er weinig druk is, verbreedt de discus en roteert die om de lege ruimtes op te
vullen. Wanneer er veel druk is versmalt de discus en schiet de discus naar de IZ.
Wanneer de mond opent, wordt de condylus naar voren getrokken en ontstaat er een grote
kracht op het superiore deel van de retrodiscale weefsel. Het is erg elastisch wat ervoor zorgt
dat de discus wordt teruggetrokken en naar posterior wordt geroteerd, deze kracht komt
alleen bij wijde mondopeningen kijken. De musculus pterygoideus lateralis superior trekt de
discus naar anterior en mediaalwaarts, dit gebeurt niet tijdens de mondopening, maar tijdens
de elevatie van de mandibula.
Tijdens opening van de mond beweegt de discus mee met de condylus, dit hangt af van de
morfologie van de discus en de inter-articulaire druk die op de condylus wordt uitgevoerd.
De musculus pterygoideus lateralis superior is in rust ook licht actief en trekt de discus naar
anterior, dit heft op met de krachten die de elastische superior retrodiscale lamina geeft. Dus
wanneer het TMJ in rust is wordt de condylus in contact gebracht met het IZ en het PZ.
Pas wanneer de kracht van de musculus pterygoideus lateralis superior groter is dan die van
de superior retrodiscale lamina, dan wordt de discus geroteerd naar posterior. De musculus
pterygoideus lateralis superior wordt ook actief tijdens een powerstroke, waardoor de discus
naar anterior wordt geroteerd, dit om te zorgen dat er bij een unilaterale kauwbeweging de
discus niet dislokeert. Wanneer de elementen elkaar dan raken, neemt de inter-articulaire
druk toe en versmalt de discus, waardoor die naar posterior wordt getrokken.
Er zijn een aantal kern concepten over het TMJ die erg van belang zijn.
1. Ligamenten werken niet actief mee in de bewegingen van de TMJ. Ze zorgen voor
restrictie en geleiding van bewegingen, zowel mechanisch als neuromusculair gestuurd.
2. Ligamenten zijn niet strech, ze rekken uit bij kracht, maar gaan niet terug naar hun
oorspronkelijke lengte wanneer de kracht verdwijnt.
3. De articulaire contacten van het TMJ moeten constant aanwezig zijn, dit door de tonus
van de kauwspieren.
Hieronder een afbeelding die de normale functionele bewegingen laat zien van de condylus
en de discus articularis tijdens opening en sluitbeweging van de mandibula. Bij het openen
van de mandibula wordt de discus posterior geroteerd, op de condylus, wanneer de condylus
wordt getransleerd uit de fossa mandibularis. De sluitbeweging is precies het
tegenovergestelde van de beweging voor het openen van de mandibula.