• Introductie & college 1 Stemmingsstoornissen
Intake 2
- 1 werkcollege
- 5 trainingsbijeenkomsten van 3 uur
- 1 simulatiepatiëntcontact (SPC)
Doel: voortbouwen op basale vaardigheden uit Intake 1 en toepassing hiervan in specifieke en
moeilijkere situaties.
Werkcollege: Omgaan met afweer
- Interactief werkcollege, waar zou jij graag een demonstratie over willen zien?
o Gesprek aangaan met een patiënt die psychotisch is?
- Zelf vragen sturen deadline 12 november:
Stemmingsstoornissen
Annemie: verlies van plezier en interesse
Categorieën
Stemmingsepisodes. De grotere puzzel zijn de stemmingsstoornissen.
Stemmingsstoornissen: depressieve stemmingsstoornissen en bipolaire stemmingsstoornissen
Stemmingsepisoden
Depressieve episode (kan ook met gemengde kenmerken), gemengde kenmerken bij een depressieve
episode, vergroot de kans op het ontwikkelen van een bipolaire stoornis.
- Sombere stemming en/of verlies aan interesse en plezier
o Gewichtsverlies, gewichtstoename
o Insomnia (te weinig slaap) of hypersomnia (overmatige slaperigheid)
o Psychomotorische agitatie of vertraging
o Vermoeidheid / verlies van energie
o Waardeloosheid / schuldgevoelens
o Problemen cognitieve functies (wat ga ik aandoen, wat ga ik vanavond eten, eerst
douchen dan tandenpoetsen of andersom. Hier kunnen ze echt in vastlopen, mensen
kunnen daardoor ook slecht voor zichzelf zorgen), besluiteloosheid
o Recidiverende suïcide gedachten, - plannen, - pogingen
*tenminste 2 weken lang, 5 symptomen (1 – 4 of meer)
Manische episode (prikkelbaar, heel veel energie)
o Racing thoughts, agitatie, irritatie, agressie, afgenomen behoefte om te slapen
- Periode van uitgelaten of prikkelbare stemming plus 3 (of 4 bij slechts prikkelbaar)
o Verhoogd zelfgevoel
o Afgenomen slaapbehoefte
o Spraakzamer dan normaal
o Gedachtevlucht
o Verhoogde afleidbaarheid
o Dadendrang, psychomotorische agitatie
o Daden met grote kans op pijnlijke consequenties
1
,*tenminste 1 week lang, 3 symptomen
Hypomanische episode
4 dagen, 3 symptomen (4 indien alleen prikkelbaar, niet uitgelaten)
- Verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming die verschilt van niet-depressieve
(‘normale’) stemming
o Verhoogd zelfgevoel
o Afgenomen slaapbehoefte
o Spraakzamer dan normaal
o Gedachtevlucht
o Verhoogde afleidbaarheid
o Dadendrang, psychomotorische agitatie
o Daden met consequenties
*geen duidelijke verstoring dagelijks functioneren
TABEL STEMMINGSSTOORNISSEN GLOBAAL WETEN
STEMMINGSSTOORNISSEN
Bipolaire stoornissen Depressieve stoornissen
Bipolaire-I-stoornis Disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis
Bipolaire-II-stoornis Depressieve stoornis
Cyclothyme stoornis Persisterende depressieve stoornis
Bipolaire stoornis door middel/medicatie Premenstruele stemmingsstoornis
Bipolaire stoornis door somatische aandoening Depressieve stoornis door middel/medicatie
Andere gespecificeerde bipolaire stoornis Depressieve stoornis door een somatische
aandoening
Ongespecificeerde bipolaire stemmingsstoornis Andere gespecificeerde depressieve stoornis
Ongespecificeerde depressieve stoornis
2
,Je kijkt dus naar de symptomen, maar ook naar de andere criteria, zoals:
- Klinische significantie lijdensdruk?
- Niet door middel of door somatisch aandoening?
- Bv bij depressieve stoornis: nooit (hypo)manische episode?
- Niet beter verklaard door een psychotische / andere psychische stoornis
Epidemiologie
Cijfers? Beloop? Man/vrouw verschillen?
Geslachtsverschil in depressie; meisjes meer symptomen (geslachtshormonen spelen een rol), na de
overgang is het geslachtsverschil minder extreem. Gemiddeld meer bij vrouwen dan mannen
(vrouwen 2x zo vaak last van een depressie dan mannen)
Cijfers: prevalentie vs incidentie
- Prevalentie: aantal gevallen per duizend of per honderdduizend op een moment / binnen
bepaalde tijd
- Incidentie: aantal nieuwe gevallen in een bepaald tijdvak (niet meer kijken naar wie het al
heeft, maar nieuwe gevallen)
*belangrijk om te kijken waar ze het meten -> FILTERMODEL (algemene bevolking, eerste lijn
(huisarts), ziekenhuizen etc). wat de uitkomst is van de cijfers zijn afhankelijk van waar wordt
gemeten. Door eventuele cultuur verschillen.
Ook hangen de resultaten af van welke instrumenten je gebruikt bij het meten van de prevalentie /
incidentie. Zo kun je gebruik maken van zelfrapportage, vragenlijsten en diagnostische interviews.
De definitie van stoornis kan ook nog verschillen; vragenlijst met afkappunt of DSM-criteria. Het
gevolg hiervan zijn enorme verschillen in de prevalentie/ incidentie hiervan. In een land waar het niet
gebruikelijk is om over depressieve symptomen te praten, zal deze lager zijn.
*kijk altijd naar de cijfers en interpreteer ze in het licht van de context
Cohort effect
Verschillende cohorten uitgezet tegen de lifetime risk of MDD. Mensen vragen of ze last hebben
gehad van een depressieve episode. Het worden steeds meer mensen. Worden we depressiever als
samenleving? Zijn we met meer dingen tegelijk bezig? Meer willen, alles moet kunnen? Of kijken we
anders naar symptomen.
Lengte van een depressieve episode
Je ziet bij tijd 0 heeft iedereen die gevraagd werd een depressieve episode. Elke maand vragen ze uit
met een interview of mensen nog voldoen aan een depressieve episode. Na 3 maanden zitten
mensen op 50%. 50% van de mensen zijn herstelt van een depressie na 3 maanden. 20% van de
mensen hebben chronisch last van een depressie. Niet makkelijk te behandelen.
Beloop
- Gemiddelde duur van episode: 3 maanden
- 50% herstel binnen 3 maanden
- 20% herstelt niet na 24 maanden
Behandeling
- Pillen
3
, - Praten
Psychodynamisch: niet vaak toegepast
IPT: interpersoonlijke therapie
Cognitieve therapie: werken aan gedachten en toetsen of er onrealistische ideeën zijn die de
depressie in stand houden
Gedragstherapie: vooral ingezet op gedrag, beloning
Placebo
SSRI’s:
MAO inhibiters
Tricylic drugs (thema van 2e taak).
*opvallend dat alles tussen de 50 en 60% ligt voor de actieve behandeling. Psychodynamische
therapie is minder effectief.
*behandelingspercentage herstelde patiënten
DODO-bird verdict
60% hersteld, 40% niet hersteld. Veel moeite steken in nieuwe therapieën of vooral ons houden aan
dat wat goed onderzocht is en daarmee werken.
Aanvulling / correctie college 1:
- Bipolair 1 : manische episode plus eventueel 1 depressieve episode, maar dat is niet vereist
(al hebben de meeste mensen met bipolair 1 stoornis ook depressieve episoden)
- Bipolair 2: hypomane episode en een of meer depressieve episode (bij bipolair 2 wel vereist)
• College 2 Verdriet, rouw en depressie
➢ Gewone rouw
Definitie rouw: reacties die optreden als gevolg van een definitief verlies van een persoon (of zaak),
waarmee een betekenisvolle relatie/band bestond
- Geen banden = geen rouwreacties (hoeft geen goede band geweest te zijn)
- Rouw als onthechtingsfenomeen (kan ook optreden wanneer je met pensioen gaat, of een
andere baan gaat doen of wanneer een vriend het heeft uitgemaakt)
- Onnauwkeurig:
o Emoties?
o Rouwrituelen?
4