Introducerende casus waarin de diagnostische criteria van stemmingsstoornissen nagezocht dienen te
worden. Daarnaast onder andere aandacht voor differentiaaldiagnostiek.
Tutor:
PS: Wat is een stemmingsstoornis? (DSM5)
Leerdoelen:
1. Wat is een stemmingsstoornis (volgens de DSM 5)?
2. Welke soorten zijn er (bipolaire stoornis en depressie) en leg deze soorten uit (klinisch
beeld – epidemiologie – etiologie – comorbiditeiten – differentiaal diagnose – behandeling
– prognose (zou die nog beter worden) en beloop)
3. Wat is de comorbiditeit van stemmingsstoornissen?
4. Welke veranderingen zijn er in stemmingsstoornissen van DSM 4 naar DSM 5? (nadruk op
DSM 5)
Leerdoelen Anne:
1. Welke stemmingsstoornissen zijn er en bijbehorende criteria en kenmerken (klinisch
beeld)?
2. Wat is het verschil tussen DSM-4 en DSM-5 (DSM-5.org)?
3. Wat is de prevalentie (epidemiologie)? Hierbij kijken naar lage SES en man/vrouw ratio
(waarom meer bij de een dan de ander?)
4. Hoe verloopt stemmingsstoornis? (prognose/verloop)
5. Wat is de etiologie van stemmingsstoornissen? (persoonlijkheid en depressie)
6. Wat zijn de differentiaaldiagnoses? (ROUW uitwerken!)
7. Wat is de co-morbiditeit?
*tabellen met ritme van stemming zijn belangrijk! Afwijkingen in ritme zijn depressieve
episodes/manische episodes. De middellijn is de baseline.
Spijker, J., & Claes, S. (2014). Stemmingsstoornissen in de DSM-5. Tijdschrift voor psychiatrie, 56,
173-176.
Radicale veranderingen van de DSM-IV naar de DSM-V. In de DSM-5 is de categorie
stemmingsstoornissen opgeheven en worden de depressieve stoornissen en bipolaire stoornissen
afzonderlijk ondergebracht.
Depressieve stoornissen
Nieuwe categorieën
Binnen de groep depressieve stoornissen zijn enkele nieuwe varianten opgenomen:
- Premenstrual dysphoric disorder; aanwezigheid van minimaal 5 depressieve symptomen, die
bij de meeste menstruele cycli aanwezig zijn, beginnen in de week voor de menstruatie en
verdwijnen bij de start van de menstruatie. Minstens één van de volgende symptomen;
affectlabiliteit, geïrriteerd zijn, depressief gevoel en angstig zijn en ook één van de volgende:
afgenomen interesse, moeite met concentreren, veranderingen in eetlust, slaapproblemen,
controleverlies en lichamelijke klachten
1
, - Disruptive mood dysregulation disorder; kinderen die meer dan drie keer per week forse
woede uitbarsting (temper outburst) kennen in combinatie met een chronisch geïrriteerde
stemming gedurende meer dan 1 jaar. Klachten ontstaan tussen 6e en 10e levensjaar en de
classificatie mag alleen gebruikt worden tot het 18e jaar
- Persistent depressive disorder; samenvoeging van dysthyme stoornis en chronische
depressieve stoornis
Verfijning
- De aanduiding met psychotische kenmerken kan nu ook bij lichte en matige ernst van
klachten gesteld worden en niet alleen bij ernstige
- Nieuw kenmerken; ‘with anxious distress’; twee of meer angstsymptomen ten tijde van de
depressie; gespannenheid, onrust, moeite met concentratie of piekeren, angstige
verwachtingen en angst voor controleverlies
- ‘with mixed features’ (door de scheidingslijn tussen bipolair en depressie); Wanneer tijdens
een depressie sprake is van bipolaire diathesis moeten minstens drie (hypo)mane
symptomen aanwezig zijn tijdens de meeste dagen van de depressie: euforie (=overdreven
goed e stemming hebben), verhoogd zelfgevoel, toegenomen spreekbehoefte,
gedachtevlucht, toegenomen energie, aangaan van risicovolle activiteiten en afgenomen
slaapbehoefte.
- Post partum was er al maar kan nu ook al tijdens de zwangerschap aanwezig zijn.
Rouwcriterium
In de DSM-4; duurden de depressieve klachten voortkomend uit rouw langer dan 2 maanden, dan
diende alsnog een depressie geclassificeerd te worden als tenminste aan de criteria werd voldaan.
In de DSM-5; is het rouwcriteria vervallen, omdat het lastig is onderscheid te maken tussen
rouwsymptomen en depressie. Er zijn geen essentiële verschillen tussen rouw en depressie als het
gaat om genetische kwetsbaarheid, comorbiditeit en beloop. Daarom is het rouwcriteria vervallen en
wordt nu aan de clinicus overgelaten of klachten ontstaan na verlies en die voldoen aan de criteria
voor een depressieve stoornis, uiteindelijk toch beter als rouw geduid kunnen worden. Clinicus wordt
geadviseerd om eerder aan rouw te denken als: er meer gevoelens van leegte zijn dan van
somberheid, vooral gedachte aan overledene, suïcidaliteit voorkomt uit een behoefte om de
overledene te volgen.
Bipolaire stoornissen
Wijzingen zijn relatief beperkt gebleven. Criteria voor bipolaire I-stoornis, bipolaire II-stoornis en
cyclothymie zijn niet gewijzigd.
- Criteria voor hypomane episode iets strenger. Naast de stemmingsverandering gedurende
minstens 4 dagen, moet er ook sprake zijn nu van een duidelijke stijging in activiteiten of
energieniveau (daarmee de diagnose bipolaire II-stoornis zuiniger gesteld)
- DSM-4 diagnose ‘bipolaire I-stoornis, gemengde episode’ → DSM-5 ‘with mixed features’
- Kenmerk ‘with anxious distress’
Bij depressie zijn er meer cognitieve symptomen zoals waardeloosheid, lage zelfwaardering en
suïcidale gedachten. Daarbij laten ze minder positieve emoties zijn dan bij rouw.
2
,Franken, I., Muris, P., & Denys, D. (Eds.). (2015). Psychopathologie : Oorzaken, diagnostiek en
behandeling (Tweede druk. ed.). Utrecht: De Tijdstroom. (Hoofdstuk 11: Bipolaire Stoornissen, pag.
181-200)
1. KENMERKEN EN DIAGNOSTISCHE CRITERIA
Bipolaire stoornissen zijn recidiverende stemmingsstoornissen die zich in de vroege volwassenheid
aandienen en waarbij depressieve, manische, hypomanische en gemengde episoden optreden,
afwisselend met symptoomvrije episoden. Als synoniem wordt soms de oudere term manisch-
depressieve stoornis gebruikt, hoewel deze term oorspronkelijk zowel de recidiverende depressies
als de manisch-depressieve stoornis in ergere zin omvatte.
Unipolair = depressief
Bipolair = afwisselend manisch en depressief
In de DSM-5 wordt binnen de bipolaire stoornissen onderscheid gemaakt tussen:
- Bipolaire-I-stoornis (depressie in combinatie met manie)
- Bipolaire-II-stoornis (depressie in combinatie met hypomanie, maar nooit met een manie)
- Cyclothyme stoornis (wisselende milde depressieve en hypomanische symptomen, zonder
ooit volledige stemmingsepisoden)
- Stemmingsepisoden door lichamelijke ziekte of het gebruik van (genees)middelen
- Restgroep ‘andere gespecificeerde bipolaire stoornis’ en ‘ongespecificeerde bipolaire
stoornis’
3
, Bipolaire stoornissen laten zich beschrijven in twee dimensies; polariteit (manie en depressie) en
cycliciteit (het wisselende en recidiverende beloop).
- Bij een depressie is er sprake van remming met een gedaalde stemming, een negatieve kijk
op zichzelf en een verminderde activiteit en vitaliteit.
- Bij een manie is er juist sprake van ontremming met een verhoogde, expansieve stemming,
zelfoverschatting en een toegenomen activiteit en vitaliteit.
o Een lichte vorm van een manie wordt hypomanie genoemd, een toestand die geen
grote beperkingen in het relationeel, sociaal of beroepsmatig functioneren met zich
meebrengt.
*in ernstige gevallen kunnen beide een psychotische vorm aannemen
Depressieve episode
Kernsymptomen (tenminste één) Bijkomende symptomen (4 of meer)
Depressieve stemming Verandering van gewicht of eetlust
Verlies van interesse of plezier Insomnia (te weinig slaap, slapeloosheid) of
hypersomnia (overmatige slaperigheid)
Psychomotore agitatie (onrustige bewegingen)
of remming
Moeheid of verlies van energie
Gevoelens van waardeloosheid of schuld
Verminderde concentratie of besluiteloosheid
Doodgedachten of suïcidegedachten
*symptomen duren tenminste 2 weken en veroorzaken significant lijden of beperkingen van het
functioneren
Manische episode
Kernsymptomen (beide aanwezig) Bijkomende symptomen (3 of meer)
Abnormaal en persisterend verhoogde, Opgeblazen eigenwaarde of grootheidsideeën
expansieve en prikkelbare stemming
Abnormaal en persisterend verhoogde Afgenomen behoefte aan slaap
doelgerichte activiteit of energie
Spreekdrang
Gedachtevlucht
Verhoogde afleidbaarheid
Toegenomen activiteit of psychomotorische
agitatie
Activiteiten met sociaal pijnlijke gevolgen
*symptomen duren tenminste 1 week (of elke duur indien de patiënt opgenomen wordt) en
veroorzaken significant lijden of beperkingen van het functioneren
Hypomane episode
Kernsymptomen en bijkomende symptomen als bij een manische episode, maar er zijn geen
psychotische verschijnselen en opname is niet noodzakelijk. Geen medische behandeling nodig, maar
het kan wel.
Symptomen duren minstens 4 dagen, gaan gepaard met een onmiskenbare en waarneembare
verandering van het functioneren, maar veroorzaken geen significante beperkingen van het
functioneren.
2. EPIDEMIOLOGIE
4