Literatuur: Matlin (hst 3, hst 4), Baddeley (hst 3), Eysenck (hst 6) & Mercado (hst 5)
Werkgeheugen / Kortetermijngeheugen (vignet A)
Transient memories: kortdurende en tijdelijke herinneringen, die soms maar voor een paar
seconden aanhouden. Twee typen transient memories:
Sensory memories: korte, vergankelijke sensaties van wat je net hebt waargenomen
wanneer je iets hebt gezien, gehoord of geproefd.
- Iconic memory: houdt visuele informatie vast voor een paar seconden. Hierdoor
verhoogt de tijd waarin visuele informatie beschikbaar is voor ons.
- Echoic memory: houdt auditieve informatie vast voor een paar seconden.
Short-term memory: iets wordt al waargenomen door je sensory geheugen, maar
het is de taak van het kortetermijngeheugen om deze informatie tijdelijk te
behouden door middel van active rehearsal (actief herhalen van de informatie). Het
kortetermijngeheugen is zowel gelimiteerd in capaciteit als in waar je je aandacht op
kunt richten (vb. door afleiding).
Van kortetermijngeheugen naar langetermijngeheugen: hoe actiever je nieuwe informatie
probeert te verwerken (vb. door het toe te passen op betekenisvolle manieren), hoe groter
de kans dat je deze informatie onthoudt = depth of processing. (vb. het is effectiever om
oefeningen te maken dan termen uit je hoofd te leren).
Het kortetermijngeheugen verwijst dus vooral naar een tijdelijke opslag van informatie. Het
werkgeheugen verwijst daarnaast naar het behouden en manipuleren van informatie uit het
kortetermijngeheugen, zodat mensen complexe activiteiten kunnen uitvoeren.
George Miller’s “Magical Number Seven”: volgens Miller is het aantal items dat we kunnen
vasthouden in het kortetermijngeheugen gelimiteerd. We zouden ongeveer zeven (tussen de
vijf en negen) items vast kunnen houden. Hij stelde dat het kortetermijngeheugen ongeveer
zeven chunks vasthoudt: dit is een eenheid die bestaat uit verschillende componenten die
sterk met elkaar zijn geassocieerd (vb. je huisnummer is 147, dus dit is 1 chunck in het
telefoonnummer 06 147 891 08). Chunking is een proces waarbij je meerdere items
combineert tot één chunk, gebaseerd op het langetermijngeheugen.
Kritiek: het kortetermijngeheugen zou maar 4 chunks kunnen vasthouden.
Uit onderzoek zijn twee methoden gevonden die kunnen meten hoeveel informatie het
kortetermijngeheugen kan vasthouden:
1. The Brown/Peterson & Peterson technique: deze techniek toonde aan dat materiaal
dat minder dan een minuut in het kortetermijngeheugen wordt vastgehouden, vaak
wordt vergeten. Mensen werden gevraagd 3 letters te bestuderen. Vervolgens
kregen ze een driecijferig getal waar ze steeds 3 van af moesten halen. Door dit tellen
hadden de participanten niet de mogelijkheid de 3 letters te herhalen. Tot slot
moesten ze de drie letters ophalen. Na meerdere trials deden de mensen het
slechter, doordat er sprake was van interference met de eerdere letters.
, 2. The recency effect: het serial position effect verwijst naar de U-vormige relatie
tussen de positie van een woord in een lijst en de kans op ophalen. Hierbij is vooral
sprake van een recency effect (items aan het einde van een lijst beter onthouden),
maar ook van een primacy effect (items aan het begin van een lijst beter onthouden).
Dit effect is vaak aantoonbaar bij de methode free recall: participanten krijgen een
reeks items te zien die ze vervolgens moeten herhalen (zonder vaste volgorde).
Verklaring recency effect: de laatste woorden van een lijst blijven in het
werkgeheugen zitten, omdat daarna geen nieuwe woorden volgen die deze uit het
werkgeheugen duwen. De inhoud van het werkgeheugen is gemakkelijk op te halen
en dat zijn dus de laatste woorden van de lijst.
Verklaring primacy effect: bij het horen van de eerste woorden gaan mensen deze
vaak in zichzelf herhalen (memory rehearsal). Hoe meer woorden er volgen, hoe
meer de aandacht moet worden verdeeld. Daardoor zijn woorden later in de lijst
minder vaak herhaald dan eerdere woorden. Door deze herhaling hebben de eerdere
woorden een grotere kans te worden opgenomen in het langetermijngeheugen en
kunnen dus later beter worden opgehaald. Variabelen die de impact van het
langetermijngeheugen op het primacy effect beïnvloeden:
- Snelheid van presentatie: langzamer is beter.
- Woord frequentie: bekende woorden zijn makkelijker.
- Inbeeldbaarheid van woorden: woorden die je kunt visualiseren zijn beter.
- Leeftijd van participanten: jongvolwassenen onthouden het meest.
- Fysiologische staat: drugs en alcohol beperken prestatie.
Information-processing model van Atkinson en Shiffrin (Multi-store model): volgens hen
zouden herinneringen uit het kortetermijngeheugen binnen 30 seconden kunnen
verdwijnen, tenzij ze worden herhaald. Mensen kunnen control processes (zoals herhaling)
gebruiken om hun geheugen te verbeteren.
Twee andere factoren die een belangrijk effect hebben op werkgeheugen:
Pronunciation time (=word length effect): hoeveel tijd je nodig hebt voor het
uitspreken van woord heeft sterke invloed op het aantal items dat we kunnen
vasthouden in het werkgeheugen. Vb. mensen kunnen gemiddeld 4.2 woorden
onthouden van een lijst landen met korte namen, terwijl dit bij landen met lange
namen maar 2.8 woorden was. Het vergeten van lange woorden vindt zowel plaats
tijdens herhaling als tijdens het ophalen, omdat dit langer duurt om uit te voeren.
Semantic similarity of the items in working memory: hierbij ligt de focus op
semantics, oftewel de betekenis van woorden en zinnen. Proactive interference
houdt in dat mensen moeite hebben met het leren van nieuw materiaal, omdat het
eerder geleerde materiaal interfereert met nieuw leren. Vb. je hebt drie items
geleerd bestaande uit drie letters. Dan zul je moeite hebben met het leren van het
vierde item letters, vanwege interference van de eerdere items. Maar het is
gemakkelijker wanneer je de categorie van het item verandert van letters naar cijfers,
dit heet release from proactive interference. Dit verschijnsel kan ook plaatsvinden
wanneer je de semantische categorie van de items verandert (vb. van fruitsoorten
naar beroepen).