Toets blok 3
,College 1; Renaissance
− Uitleggen wat wordt verstaan onder het begrip Vroegmoderne geschiedenis en de
periodisering die daarbij hoort beargumenteren;
− Uitleggen wat de belangrijkste oorzaken en gevolgen waren van de Renaissance in
Europa;
− De belangrijkste kenmerken van de Renaissance in schilderijen benoemen en
herkennen
Nieuwe tijd; vroegmoderne geschiedenis
Veranderingen tussen 1350-1750
- Toenemende wetenschappelijke belangstelling
- Reformatie, godsdienstoorlogen en tolerantie
- Proces van dynastieke staatsvorming
- Opkomst handelskapitalisme en wereldhandel
Breuk 1350: Renaissance/humanisme
Breuk 1750 Verlichting
Rond 1350 begon de renaissance op te komen. De renaissance vertaald letterlijk naar
wedergeboorte van de oudheid en het is een overkoepelende term voor de schilderkunst,
architectuur, beeldhouwkunst, wetenschap, literatuur en humanisme.
Het jaar 1500 wordt gezien als het begin van de nieuwe periode door de renaissance,
ontdekkingsreizen van rond dat jaar, de reformatie van 1517 en de opkomst van absolute
monarchen.
De voornaamste reden waarom 1750 als het einde werd gezien is door de verlichting die
toen ongeveer begon. Er waren toen ook politieke veranderingen zoals de Franse revolutie
waardoor koningen minder macht kregen.
Oorzaken van de renaissance
1. Hernieuwde interesse in oude kennis: Mensen wilden de wijsheid en kunst van de
oude Grieken en Romeinen herontdekken.
2. Economische groei: Toegenomen handel bracht rijkdom naar stedelijke centra
waardoor mensen meer behoefte kregen aan luxegoederen zoals kunst
3. Humanisme: Een opkomende denkrichting die de nadruk legde op de waarde van
mensen en hun prestaties.
Gevolgen van de Renaissance:
1. Artistieke vernieuwing: Kunstenaars creëerden realistische, expressieve werken,
ook kwamen wetenschappelijke methoden terug in de kunst (bijv. correcte
anatomie).
2. Wetenschappelijke vooruitgang: De nadruk op onderzoek en ontdekking leidde tot
vooruitgang in wetenschap en technologie.
3. Kennisverspreiding: De uitvinding van de boekdrukkunst maakte boeken
toegankelijker, waardoor ideeën zich snel verspreidden.
4. Sociale verandering: De nadruk op individuele prestaties moedigde onderwijs en
geleerdheid aan, kunstenaars gingen bijvoorbeeld hun werk signeren.
, Kunst in de Renaissance
In de renaissance waren er veel ontwikkelingen op het gebied van kunst:
Realisme
- Perspectief en diepte
- Anatomie
- Houding
- Compositie
- Stoffen
- Natuur
- Geometrische figuren
Thema’s
- Klassieke oudheid
- Bijbel en christendom
Individualisme
1- Vroegrenaissance; 1425-1500
2- Hoog renaissance; 1500-1530
3- Laat renaissance; 1530-1600