Week 2: vaststellingsovereenkomst
1. Welk wetsartikel geeft de definitie van de vaststellingsovereenkomst en welke
elementen bevat deze definitie?
Art. 7:900 lid 1 BW.
a. Een overeenkomst;
b. Gericht op de onzekerheid of voorkoming van een geschil;
c. Over wat tussen partijen geldt.
2. Bedenk vanuit je eigen (werk)omgeving een voorbeeld van een vaststellings-
overeenkomst, waarbij je de partijen benoemt en de elementen concreet uitwerkt.
Als de grens van de buren en mijn tuin niet vaststaat kan deze grens in een
vaststellingsovereenkomst worden vastgelegd. Dit ter voorkoming of beëindiging van
onzekerheid of een geschil in de toekomst. Als de vaststellingsovereenkomst afwijkt van
de echte grens, dan gaan de vaststellingsovereenkomst voor.
3. Wat is het doel van een vaststellingsovereenkomst? Welk verband bestaat er tussen dat
doel en de artikelen 7:902 en 7:905 BW?
Het doel is het beëindigen of voorkomen van een bepaalde onzekerheid, scheppen van
rechtszekerheid in het midden van de overeenkomst. Dit doel blijft bestaan in art. 7:902
BW, ook al gaat het tegen het dwingend recht in, tenzij het is strijd met de goede zeden
of de openbare orde. Ook blijft dit doel bestaan in art. 7:905 BW want het kan niet
eenzijdig worden ontbonden.
4. Bij de wettelijke regeling van de vaststellingsovereenkomst spelen drie begrippen een
belangrijke rol: ‘vaststellingsovereenkomst’, ‘beslissing’ en ‘vaststelling’. Licht deze
begrippen toe en geef aan in welke wetsartikelen deze begrippen aan de orde komen.
Vaststellingsovereenkomst -> het doel is beëindiging of voorkoming van een bepaalde
onzekerheid. Gericht op (rechts)zekerheid. Art. 7:900 lid 1 jo. art. 7:905 BW.
Beslissing -> de vaststelling komt tot stand door een beslissing. Dit is een
rechtshandeling. Afhankelijk van de inhoud van de vaststellingsovereenkomst komt deze
beslissing aan partijen gezamenlijk, aan één van hen of aan een derde toe (art. 7:900 lid
2 BW). Komt de beslissing aan partijen gezamenlijk toe, dan vallen
vaststellingsovereenkomst en beslissing samen. Komt de beslissing aan één der partijen
toe of aan een derde toe, dan is dat niet het geval. De beslissing kan ook met de
vaststelling samenvallen. Art. 7:900 lid 2 jo. art. 7:901 lid 1 jo. 7:904 BW.
Vaststelling -> de vaststelling is het beoogde resultaat van een
vaststellingsovereenkomst. Hoewel het woord ‘’vaststelling’’ misschien anders
suggereert, is de vaststelling in de hier bedoelde betekenis geen handeling maar een
toestand: de rechtstoestand die het gevolg is van nakoming van de
vaststellingsovereenkomst. Art. 7:900 lid 1 jo. lid 2 jo. art. 7:901, 902, 903, 906 BW.
5. Welke hoofdverplichtingen hebben partijen bij een vaststellingsovereenkomst op grond
van Boek 7 BW? Vermeld ook de wetsartikelen.
De verplichtingen van partijen zijn neergelegd in art. 7:901 BW. Art. 7:901 lid 1 BW
schrijft voor welke vereisten in acht moeten worden genomen bij het verwezenlijken van
, de beoogde rechtstoestand. Er moet worden uitgegaan van de mogelijkheid dat de thans
bestaande rechtstoestand afwijkt van de beoogde rechtstoestand. De geldende vereisten
zijn de vereisten die gelden voor omzetting van deze afwijkende rechtstoestand in de
beoogde rechtstoestand. Volgens het meer algemene art. 7:901 lid 2 BW zijn partijen
verplicht om datgene te verrichten wat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de in
de vaststellingsovereenkomst neergelegde afspraak.
Casus 1
Vastgrond bv en Heipaal nv hebben al een tijdje onenigheid over de hoogte van een
betaling. De overeenkomst die aan de betaling ten grondslag ligt is niet duidelijk en ook in de
uitvoering van de overeenkomst is er het een en ander mis gegaan. Verder heeft geen van
beide bedrijven zorgvuldig genoeg bijgehouden wat zij over en weer van elkaar te vorderen
hebben. Op een gegeven moment zijn de bestuurders van beide bedrijven het beu en zij
sluiten een overeenkomst om aan deze onzekerheid een eind te maken. Tegen finale
kwijting moet Heipaal Vastgrond nog € 35.246,39 betalen. Een maand later duiken alsnog
documenten op waaruit blijkt dat Heipaal minstens € 100.000 verschuldigd is. De directeur
van Vastgrond bv vindt dat Heipaal nu ook het resterende bedrag moet gaan betalen.
a. Kan Vastgrond bv met succes het resterende bedrag van Heipaal nv vorderen?
Nee, op grond van art. 7:900 lid 1 BW. De vaststellingsovereenkomst geldt ook als zij
afwijkt van de tevoren bestaande rechtstoestand
Stel dat de boekhouder na het sluiten van de overeenkomst tot finale kwijting toch €
100.000 overmaakt. Heipaal wil dit bedrag als onverschuldigd betaald terug vorderen.
b. Zal Heipaal met succes het bedrag terug kunnen vorderen?
Art. 6:3 BW, de natuurlijke verbintenis. Vastgrond BV heeft een vordering van
€100.00,- op Heipaal NV. Door de vaststellingsovereenkomst is het niet meer
afdwingbaar. Hier is dan niet onverschuldigd betaald, want de vordering was er wel,
maar het was niet meer afdwingbaar. Het geld kan dus niet meer worden gevorderd.
1. Welk wetsartikel geeft de definitie van de vaststellingsovereenkomst en welke
elementen bevat deze definitie?
Art. 7:900 lid 1 BW.
a. Een overeenkomst;
b. Gericht op de onzekerheid of voorkoming van een geschil;
c. Over wat tussen partijen geldt.
2. Bedenk vanuit je eigen (werk)omgeving een voorbeeld van een vaststellings-
overeenkomst, waarbij je de partijen benoemt en de elementen concreet uitwerkt.
Als de grens van de buren en mijn tuin niet vaststaat kan deze grens in een
vaststellingsovereenkomst worden vastgelegd. Dit ter voorkoming of beëindiging van
onzekerheid of een geschil in de toekomst. Als de vaststellingsovereenkomst afwijkt van
de echte grens, dan gaan de vaststellingsovereenkomst voor.
3. Wat is het doel van een vaststellingsovereenkomst? Welk verband bestaat er tussen dat
doel en de artikelen 7:902 en 7:905 BW?
Het doel is het beëindigen of voorkomen van een bepaalde onzekerheid, scheppen van
rechtszekerheid in het midden van de overeenkomst. Dit doel blijft bestaan in art. 7:902
BW, ook al gaat het tegen het dwingend recht in, tenzij het is strijd met de goede zeden
of de openbare orde. Ook blijft dit doel bestaan in art. 7:905 BW want het kan niet
eenzijdig worden ontbonden.
4. Bij de wettelijke regeling van de vaststellingsovereenkomst spelen drie begrippen een
belangrijke rol: ‘vaststellingsovereenkomst’, ‘beslissing’ en ‘vaststelling’. Licht deze
begrippen toe en geef aan in welke wetsartikelen deze begrippen aan de orde komen.
Vaststellingsovereenkomst -> het doel is beëindiging of voorkoming van een bepaalde
onzekerheid. Gericht op (rechts)zekerheid. Art. 7:900 lid 1 jo. art. 7:905 BW.
Beslissing -> de vaststelling komt tot stand door een beslissing. Dit is een
rechtshandeling. Afhankelijk van de inhoud van de vaststellingsovereenkomst komt deze
beslissing aan partijen gezamenlijk, aan één van hen of aan een derde toe (art. 7:900 lid
2 BW). Komt de beslissing aan partijen gezamenlijk toe, dan vallen
vaststellingsovereenkomst en beslissing samen. Komt de beslissing aan één der partijen
toe of aan een derde toe, dan is dat niet het geval. De beslissing kan ook met de
vaststelling samenvallen. Art. 7:900 lid 2 jo. art. 7:901 lid 1 jo. 7:904 BW.
Vaststelling -> de vaststelling is het beoogde resultaat van een
vaststellingsovereenkomst. Hoewel het woord ‘’vaststelling’’ misschien anders
suggereert, is de vaststelling in de hier bedoelde betekenis geen handeling maar een
toestand: de rechtstoestand die het gevolg is van nakoming van de
vaststellingsovereenkomst. Art. 7:900 lid 1 jo. lid 2 jo. art. 7:901, 902, 903, 906 BW.
5. Welke hoofdverplichtingen hebben partijen bij een vaststellingsovereenkomst op grond
van Boek 7 BW? Vermeld ook de wetsartikelen.
De verplichtingen van partijen zijn neergelegd in art. 7:901 BW. Art. 7:901 lid 1 BW
schrijft voor welke vereisten in acht moeten worden genomen bij het verwezenlijken van
, de beoogde rechtstoestand. Er moet worden uitgegaan van de mogelijkheid dat de thans
bestaande rechtstoestand afwijkt van de beoogde rechtstoestand. De geldende vereisten
zijn de vereisten die gelden voor omzetting van deze afwijkende rechtstoestand in de
beoogde rechtstoestand. Volgens het meer algemene art. 7:901 lid 2 BW zijn partijen
verplicht om datgene te verrichten wat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de in
de vaststellingsovereenkomst neergelegde afspraak.
Casus 1
Vastgrond bv en Heipaal nv hebben al een tijdje onenigheid over de hoogte van een
betaling. De overeenkomst die aan de betaling ten grondslag ligt is niet duidelijk en ook in de
uitvoering van de overeenkomst is er het een en ander mis gegaan. Verder heeft geen van
beide bedrijven zorgvuldig genoeg bijgehouden wat zij over en weer van elkaar te vorderen
hebben. Op een gegeven moment zijn de bestuurders van beide bedrijven het beu en zij
sluiten een overeenkomst om aan deze onzekerheid een eind te maken. Tegen finale
kwijting moet Heipaal Vastgrond nog € 35.246,39 betalen. Een maand later duiken alsnog
documenten op waaruit blijkt dat Heipaal minstens € 100.000 verschuldigd is. De directeur
van Vastgrond bv vindt dat Heipaal nu ook het resterende bedrag moet gaan betalen.
a. Kan Vastgrond bv met succes het resterende bedrag van Heipaal nv vorderen?
Nee, op grond van art. 7:900 lid 1 BW. De vaststellingsovereenkomst geldt ook als zij
afwijkt van de tevoren bestaande rechtstoestand
Stel dat de boekhouder na het sluiten van de overeenkomst tot finale kwijting toch €
100.000 overmaakt. Heipaal wil dit bedrag als onverschuldigd betaald terug vorderen.
b. Zal Heipaal met succes het bedrag terug kunnen vorderen?
Art. 6:3 BW, de natuurlijke verbintenis. Vastgrond BV heeft een vordering van
€100.00,- op Heipaal NV. Door de vaststellingsovereenkomst is het niet meer
afdwingbaar. Hier is dan niet onverschuldigd betaald, want de vordering was er wel,
maar het was niet meer afdwingbaar. Het geld kan dus niet meer worden gevorderd.