Par. 7.1 Energievoorziening
Met energie kun je:
warmte produceren
iets laten bewegen
nieuwe stoffen maken
In de loop van de jaren stijgt het gebruik van energie.
Je hebt twee soorten energiebronnen waar energie uit word gehaald:
Fossiele brandstoffen
o Schadelijk voor het milieu, door de uitstoot van CO2
(broeikaseffect), raken op.
o Voorbeelden:
Duurzame energiebronnen
o Niet schadelijk voor mens en milieu, raken niet op.
o Voorbeelden: Zon, wind, biomassa, aardwarmte en stromend
water.
Par 7.2 Zuinig met energie
In Nederland gebruiken we voor 85% aan fossiele brandstoffen. We
moeten proberen over te stappen naar duurzame energie en minder
energie te gebruiken.
Bespaartips:
Overbodige apparaten niet kopen
Apparaten kopen die weinig energie verbruiken.
Een energielabel geeft aan hoeveel energie een apparaat verbruikt. Hoe
hoger het rendement, hoe zuiniger het apparaat is.
Ongeveer 75% van de energie in huis, wordt gebruikt om het huis op te
warmen. Op een thermogram kun je zien waar warmte is en dus ook waar
de warmte ontsnapt.
De hoeveelheid warmte die per seconde verdwijnt, hangt af van:
Het temperatuurverschil
o Hoe groter het temperatuurverschil, hoe meer warmte er
verdwijnt.
De soort stof
o Door een goede warmtegeleider, verdwijnt meer warmte.
De dikte van de wand
o Hoe dunner de wand, hoe meer warmte er verdwijnt.
Dor te isoleren kun je warmteverlies beperken.