Inhoudsopgave
HC1 Wo 6 september............................................................................................................................................................... 2
HC2 Do 7 september................................................................................................................................................................ 3
HC3 Wo 13 september............................................................................................................................................................. 6
HC4 Vrijdag 15 september........................................................................................................................................................ 7
HC5 Woensdag 20 september.................................................................................................................................................. 8
HC6 Vrijdag 22 september...................................................................................................................................................... 10
HC7 vragenuurtje voor het deeltentamen.............................................................................................................................. 12
HC8 Woensdag 4 oktober....................................................................................................................................................... 12
HC9 Vrijdag 6 Oktober............................................................................................................................................................ 13
HC10 Maandag 9 Oktober...................................................................................................................................................... 14
HC11 Vrijdag 13 Oktober........................................................................................................................................................ 15
HC12 Maandag 16 Oktober.................................................................................................................................................... 16
HC13 Vrijdag 20 Oktober (gaat echt nergens over??).............................................................................................................. 17
Grasple experimenteel en integriteit...................................................................................................................................... 18
1
,HC1 Wo 6 september
Wetenschappelijk onderzoek:
1. Empirisch = gebaseerd op systematische waarnemingen
2. Controleerbaar = Peer review = controle van collega
3. Probabilistisch = het vinden van ondersteuning en theorie maar altijd een statement in onzekerheid
Goede wetenschappelijke theorie
1. Ondersteund door data
2. Falsifiseerbaar = theorie moet weerlegd kunnen worden
3. Spaarzaam = het moet eenvoudig zijn. Eerder uitbreiden, niet complexer maken.
Onderzoeksvragen
1. Fundamenteel = het antwoord op die vraag draagt bij aan de kennis in de wereld
2. Toegepast = niet alleen kennis maar praktische kennis waar we iets mee kunnen in de praktijk.
Verschil kan heel klein zijn
Onderzoeksontwerp
1. Wat voor empirische gegevens verzamelen
2. Kwalitatief of kwantitatief
3. Hoe verzamelen we
4. Bij wie verzamelen we
Doel van kwalitatief onderzoek:
1. Sociale fenomenen begrijpen vanuit natuurlijke context
2. Empirische patronen vinden
3. Startpunt theorievorming
2
, HC2 Do 7 september
SPI(C)E:
Setting
Perspective = vanuit wiens perspectief zijn we geïnteresseerd in dit onderwerp
Interest
Comparison
Evaluation
Dataverzaming
Kwalitatief interview = een gesprek met een interviewer (en een of meerdere respondenten/informanten
over gedrag, ideeën, ervaringen, etc.
- Focusgroep
o Interactie tussen deelnemers
o Nadeel: vertrouwelijkheid en anonimiteit is lastig
o Specifieker onderwerp is nodig om het gesprek tussen meerderen op koers te houden
o Interviewer is de moderator/regelt een moderator
o Groepssamenstelling:
Moderator
Leiden/activeren/prettige sfeer/onafhankelijk (niet
oordelen)/enthousiast/kan goed luisteren
6-8 pers.
Homogeen qua achtergrond (functie in bedrijf, geen leidinggevenden bijv.)
Hetrogeen wel breed scala aan ervaringen voor verschillende antwoorden
- Kwalitatief interview
o Gesprek over ideeën motieven ervaringen
o Nadeel: sociaal wenselijke antwoorden
Hoe kom je tot de echte antwoorden = heel ingewikkeld
o Geïnterviewde: informant (die iets kan vertellen over het onderwerp) of respondent (van
wie je het perspectief ook daadwerkelijk wilt horen)
o Schaal van interviews: open vragen naar gesloten vragen
Ongestructureerd (kwalitatief interview)
Semigestructureerd (kwalitatief interview)
Gestructureerd (survey)
Steekproef = select deel van de populatie waarnaar een conclusie getrokken kan worden over de populatie.
Kwalitatief onderzoek is meer diepgaand
Participanten selecteren kan heel verschillend zijn door verschillende participanten groepen
- Vaste sociale groep zoals studenten = makkelijk te bereiken
- Ouderen die thuis wonen die sinds kort opnieuw zijn gaan daten = moeilijk te bereiken
Selecte steekproeven:
- Doelgerichte steekproef
o Opzoek naar specifieke personen die specifieke informatie kunnen geven
- Gemakssteekproef
o Eenvoudig te bereiken:
3
HC1 Wo 6 september............................................................................................................................................................... 2
HC2 Do 7 september................................................................................................................................................................ 3
HC3 Wo 13 september............................................................................................................................................................. 6
HC4 Vrijdag 15 september........................................................................................................................................................ 7
HC5 Woensdag 20 september.................................................................................................................................................. 8
HC6 Vrijdag 22 september...................................................................................................................................................... 10
HC7 vragenuurtje voor het deeltentamen.............................................................................................................................. 12
HC8 Woensdag 4 oktober....................................................................................................................................................... 12
HC9 Vrijdag 6 Oktober............................................................................................................................................................ 13
HC10 Maandag 9 Oktober...................................................................................................................................................... 14
HC11 Vrijdag 13 Oktober........................................................................................................................................................ 15
HC12 Maandag 16 Oktober.................................................................................................................................................... 16
HC13 Vrijdag 20 Oktober (gaat echt nergens over??).............................................................................................................. 17
Grasple experimenteel en integriteit...................................................................................................................................... 18
1
,HC1 Wo 6 september
Wetenschappelijk onderzoek:
1. Empirisch = gebaseerd op systematische waarnemingen
2. Controleerbaar = Peer review = controle van collega
3. Probabilistisch = het vinden van ondersteuning en theorie maar altijd een statement in onzekerheid
Goede wetenschappelijke theorie
1. Ondersteund door data
2. Falsifiseerbaar = theorie moet weerlegd kunnen worden
3. Spaarzaam = het moet eenvoudig zijn. Eerder uitbreiden, niet complexer maken.
Onderzoeksvragen
1. Fundamenteel = het antwoord op die vraag draagt bij aan de kennis in de wereld
2. Toegepast = niet alleen kennis maar praktische kennis waar we iets mee kunnen in de praktijk.
Verschil kan heel klein zijn
Onderzoeksontwerp
1. Wat voor empirische gegevens verzamelen
2. Kwalitatief of kwantitatief
3. Hoe verzamelen we
4. Bij wie verzamelen we
Doel van kwalitatief onderzoek:
1. Sociale fenomenen begrijpen vanuit natuurlijke context
2. Empirische patronen vinden
3. Startpunt theorievorming
2
, HC2 Do 7 september
SPI(C)E:
Setting
Perspective = vanuit wiens perspectief zijn we geïnteresseerd in dit onderwerp
Interest
Comparison
Evaluation
Dataverzaming
Kwalitatief interview = een gesprek met een interviewer (en een of meerdere respondenten/informanten
over gedrag, ideeën, ervaringen, etc.
- Focusgroep
o Interactie tussen deelnemers
o Nadeel: vertrouwelijkheid en anonimiteit is lastig
o Specifieker onderwerp is nodig om het gesprek tussen meerderen op koers te houden
o Interviewer is de moderator/regelt een moderator
o Groepssamenstelling:
Moderator
Leiden/activeren/prettige sfeer/onafhankelijk (niet
oordelen)/enthousiast/kan goed luisteren
6-8 pers.
Homogeen qua achtergrond (functie in bedrijf, geen leidinggevenden bijv.)
Hetrogeen wel breed scala aan ervaringen voor verschillende antwoorden
- Kwalitatief interview
o Gesprek over ideeën motieven ervaringen
o Nadeel: sociaal wenselijke antwoorden
Hoe kom je tot de echte antwoorden = heel ingewikkeld
o Geïnterviewde: informant (die iets kan vertellen over het onderwerp) of respondent (van
wie je het perspectief ook daadwerkelijk wilt horen)
o Schaal van interviews: open vragen naar gesloten vragen
Ongestructureerd (kwalitatief interview)
Semigestructureerd (kwalitatief interview)
Gestructureerd (survey)
Steekproef = select deel van de populatie waarnaar een conclusie getrokken kan worden over de populatie.
Kwalitatief onderzoek is meer diepgaand
Participanten selecteren kan heel verschillend zijn door verschillende participanten groepen
- Vaste sociale groep zoals studenten = makkelijk te bereiken
- Ouderen die thuis wonen die sinds kort opnieuw zijn gaan daten = moeilijk te bereiken
Selecte steekproeven:
- Doelgerichte steekproef
o Opzoek naar specifieke personen die specifieke informatie kunnen geven
- Gemakssteekproef
o Eenvoudig te bereiken:
3