Casus 1 – de suikerdood
Leerdoelen:
1. Obesitas
- Definitie
- Epidemiologie
- Risicofactoren
- Diagnostiek
2. Diabetes
- Definitie
- Epidemiologie
- Type I en II (vooral II)
3. Hoe wordt glucose opgenomen, getransporteerd en opgeslagen?
4. Hoe worden vetten, eiwitten en glucose omgezet in energie?
- Bruin vet
5. Wat is de dagelijkse energiebalans?
- Wat is de rol van BMR?
- Algemeen calorieverbruik
Zelf herhalen -> anatomie histologie en fysiologie pancreas
, Leerdoel 1 – obesitas
Definitie:
Obesitas kan o.a. gedefinieerd worden doormiddel van de body mass index (BMI =
kg/m2)
- 25 – 29,9 = overgewicht
- 30 – 34,9 = obesitas
- > 35 = morbide obesitas
Een normaal Europees BMI ligt tussen de 18,5 en 25, voor Aziaten is een normaal gewicht
onder 23 kg/m2.
Een betere manier is bepaling door middel van vetpercentage. Bij mannen heeft iemand
obesitas als het vetpercentage hoger is dan 25% en bij vrouwen is dit bij meer dag 35%.
Obesitas gaat samen met een verhoogde incidentie van diabetes type 2, dyslipidemie,
cardiovasculaire ziekten en kanker. Vooral stapeling van vet in het abdomen is een
risicofactor. Een hoog gewicht kan ook andere klachten zoals slaapapneu en
gewrichtsklachten veroorzaken.
Epidemiologie
Wereldwijd had 39% van de volwassenen overgewicht waarvan 13% obesitas had (2016).
Vanaf 1980 is er een toename van 30-40% geweest. De prevalentie van obesitas neemt
toe met de leeftijd en piekt op 55-60 jaar. In ontwikkelde landen is 2/3 e van de bevolking
te zwaar op die leeftijd en heeft 25-30% obesitas.
Mannen hebben vaker overgewicht, maar vrouwen hebben vaker obesitas. In Nederland
heeft 50% van de bevolking overgewicht en heeft 15,4% obesitas. De prevalentie is het
hoogst in Zuid-Limburg, Drenthe en Flevoland namelijk tussen de 18,1 en 20,5%.
Wereldwijd hebben 41 miljoen kinderen onder de 5 jaar overgewicht en tussen de 5 en 19
jaar meer dan 340 miljoen kinderen (2016). In 2022 werden er 160 miljoen kinderen
geteld met obesitas.
Obesitas komt vaker voor bij mensen van Turkse, Antilliaanse, Marokkaanse en
Surinaamse herkomst. Ook ziet men in lagere sociaaleconomische klassen vaker
obesitas.
Risicofactoren
Risicogroepen voor gewichtstoename zijn mensen die stoppen met roken en vrouwen die
postpartum geen borstvoeding geven.
Risicogroepen bij kinderen zijn kinderen met een snelle groei op zuigelingenleeftijd,
kinderen met een sterke stijging van BMI voor het 6e jaar en kinderen met een ouder met
obesitas.
Leerdoelen:
1. Obesitas
- Definitie
- Epidemiologie
- Risicofactoren
- Diagnostiek
2. Diabetes
- Definitie
- Epidemiologie
- Type I en II (vooral II)
3. Hoe wordt glucose opgenomen, getransporteerd en opgeslagen?
4. Hoe worden vetten, eiwitten en glucose omgezet in energie?
- Bruin vet
5. Wat is de dagelijkse energiebalans?
- Wat is de rol van BMR?
- Algemeen calorieverbruik
Zelf herhalen -> anatomie histologie en fysiologie pancreas
, Leerdoel 1 – obesitas
Definitie:
Obesitas kan o.a. gedefinieerd worden doormiddel van de body mass index (BMI =
kg/m2)
- 25 – 29,9 = overgewicht
- 30 – 34,9 = obesitas
- > 35 = morbide obesitas
Een normaal Europees BMI ligt tussen de 18,5 en 25, voor Aziaten is een normaal gewicht
onder 23 kg/m2.
Een betere manier is bepaling door middel van vetpercentage. Bij mannen heeft iemand
obesitas als het vetpercentage hoger is dan 25% en bij vrouwen is dit bij meer dag 35%.
Obesitas gaat samen met een verhoogde incidentie van diabetes type 2, dyslipidemie,
cardiovasculaire ziekten en kanker. Vooral stapeling van vet in het abdomen is een
risicofactor. Een hoog gewicht kan ook andere klachten zoals slaapapneu en
gewrichtsklachten veroorzaken.
Epidemiologie
Wereldwijd had 39% van de volwassenen overgewicht waarvan 13% obesitas had (2016).
Vanaf 1980 is er een toename van 30-40% geweest. De prevalentie van obesitas neemt
toe met de leeftijd en piekt op 55-60 jaar. In ontwikkelde landen is 2/3 e van de bevolking
te zwaar op die leeftijd en heeft 25-30% obesitas.
Mannen hebben vaker overgewicht, maar vrouwen hebben vaker obesitas. In Nederland
heeft 50% van de bevolking overgewicht en heeft 15,4% obesitas. De prevalentie is het
hoogst in Zuid-Limburg, Drenthe en Flevoland namelijk tussen de 18,1 en 20,5%.
Wereldwijd hebben 41 miljoen kinderen onder de 5 jaar overgewicht en tussen de 5 en 19
jaar meer dan 340 miljoen kinderen (2016). In 2022 werden er 160 miljoen kinderen
geteld met obesitas.
Obesitas komt vaker voor bij mensen van Turkse, Antilliaanse, Marokkaanse en
Surinaamse herkomst. Ook ziet men in lagere sociaaleconomische klassen vaker
obesitas.
Risicofactoren
Risicogroepen voor gewichtstoename zijn mensen die stoppen met roken en vrouwen die
postpartum geen borstvoeding geven.
Risicogroepen bij kinderen zijn kinderen met een snelle groei op zuigelingenleeftijd,
kinderen met een sterke stijging van BMI voor het 6e jaar en kinderen met een ouder met
obesitas.