23-02-24
College 1:
Pietisme: Strenge vorm van Lutherimse
Terug naar de kernwaarden van het geloof
Despotisme: Een persoon heeft de macht over een groep mensen
Hetzelfde als absolutisme
o Absolutisme gaat over vorst (erfelijke troonopvolging)
Historisch redeneren: Inhoudelijke begrippen:
Concrete begrippen: Je kunt het aanraken, voorwerpen of personen
Abstract begrip: Het is iets wat je niet vast kunt pakken. Hebben we nodig om de wereld om ons
heen beter te kunnen begrijpen.
Uniek begrip: Wordt gebruikt in specifieke context, alleen op die context van toepassing
Generiek begrip: Begrip is toe te passen op meerdere voorbeelden
Containerbegrippen: Begrip waar andere begrippen aan kunnen worden gehangen om het uit te
leggen. Soort overkoepelend begrip voorbeeld: Tweede-Wereldoorlog
Schema over samenhang tussen drie vroegmoderne tijdvakken
Lichtblauw: sociaaleconomische aspecten
Groen: mentaal-culturele aspecten
Paars: politiek-staatkundige aspecten
De verlichting: Kennis wordt voortgebracht door het logisch beredeneren van verschijnselen die zich
in de natuur voordoen, maar ook in de sociale context van de mensheid
Cultureel-mentale ontwikkeling:
o Proberen tot een betere wereld te komen
o Verandering van het wereldbeeld van mensen:
- Kenmerken:
o "Eeuw van de Rede“: De rede Het gebruiken van het verstand en het logisch
nadenken om tot nieuwe kennis te komen.
o Tolerantie en gewetensvrijheid
, o Emancipatie
o Vooruitgangsgeloof: Het idee dat als we met zijn allen onderzoek doen dat het
uiteindelijk tot een betere wereld zal lijden.
o Tijd van secularisering
o Opkomst superioriteitsdenken ‘Westerse witte man’
o Wetenschappelijke onderzoeksstrategieën van empirisme, rationalisme en empirisch
rationalisme.
Empirisme: Zelf onderzoek doen en niet zomaar geloven wat er staat
Geen vooroordeel
- Gaat over zintuigelijke waarneming
- Gaat uit van het onbeschreven blad: Tabula Rasa
o Mensen worden geboren
als onbeschreven blad en
doormiddel van
zintuigelijke waarnemingen
komt men tot kennis.
- Inductieve methode:
o Uitkomst bij inductie is
observatie
o Iets is altijd waar totdat het
tegendeel bewezen wordt
Rationalisme: De rede staat centraal om
tot geldende conclusies te komen.
- Zintuigen zijn niet betrouwbaar als bron van kennis
Kunnen voor de gek gehouden worden
- Mens wordt geboren met bepaalde waarheden
o Lastig, zijn waarheden waarvan wij nu zeggen dat het niet perse waarheden zijn.
- Major permisse: Algemene waarheid die zeker waar is
- Minor permisse: Kleinere algemene waarheid
Deze met elkaar in verband brengen om tot conclusie te komen
- Deductische methode:
o Bij deductie is theorie
uitkomst
o Beginnen met het algemene
idee/begrip van bladeren en
van daaruit een apart blad
beschrijven.
o Ook syllogismen: alle vogels
zijn dieren, alle raven zijn
vogels, dus alle raven zijn dieren
Empirisch-Rationalisme: Hypothese geeft verwachting aan. Dit gaan we dan proberen te bewijzen
Waarom is de verlichting significant:
- Voortzetting of katalysator processen van secularisering en individualisering
- “nieuwe” wetenschappelijke methodes
- Verspreiding naar andere onderzoeksvelden
- Popularisering en politisering
- Veranderende visie op de samenleving
, - Voortzetting in de 19e eeuw
Kernbegrippen KA:
- Abolitionisme: beweging tot afschaffing van de slavernij
- Ancien régime: Het Oude Regime: de politieke en maatschappelijke organisatie van het
Franse koninkrijk vanaf de late middeleeuwen tot aan de Franse Revolutie van 1789
- Democratische revolutie: omwentelingen in het bestuur van een land waarbij het volk meer
macht krijgt ten koste van de vorst
- Grondrechten: rechten die burgers de vrijheid geven om zonder bemoeienis van de overheid
te leven
- Grondwet: Regels voor inrichting van de staat
- Plantagekolonie: Koloniën waarbij Europeanen, vaak gebruik makend van slavenarbeid,
bulkgoederen teelden voor de export naar Europa, waarbij zij voor hun eigen
levensbehoeften afhankelijk bleven van de import uit Europa
- Rationalisme: De rede staat centraal om tot geldende conclusies te komen.
- Sociale verhoudingen: Onderlingen verhoudinge geven een bepaalde zin aan de sociale
interactie want in of doorheen de sociale interactie worden gevoelens, ideeën en strevingen
uitgedrukt
- Staatsburger: een lid van de bevolking van een staat of bijvoorbeeld een gemeente; meer
specifiek gaat het over zijn of haar rechtsverhouding tot een overheidsorganisatie
- Trans-Atlantische slavenhandel: de handel in slaven uit Afrika naar Amerika, bedreven door
Europeanen
- Verlicht absolutisme: de verlichte vorst zich inzette voor het algemeen belang en het volk
meer vrijheid gaf, maar geen inspraak
- Verlichting: een periode waarin gestreefd werd naar meer licht in de duisternis, dat wil
zeggen: meer kennis, meer geluk.
College 1:
Pietisme: Strenge vorm van Lutherimse
Terug naar de kernwaarden van het geloof
Despotisme: Een persoon heeft de macht over een groep mensen
Hetzelfde als absolutisme
o Absolutisme gaat over vorst (erfelijke troonopvolging)
Historisch redeneren: Inhoudelijke begrippen:
Concrete begrippen: Je kunt het aanraken, voorwerpen of personen
Abstract begrip: Het is iets wat je niet vast kunt pakken. Hebben we nodig om de wereld om ons
heen beter te kunnen begrijpen.
Uniek begrip: Wordt gebruikt in specifieke context, alleen op die context van toepassing
Generiek begrip: Begrip is toe te passen op meerdere voorbeelden
Containerbegrippen: Begrip waar andere begrippen aan kunnen worden gehangen om het uit te
leggen. Soort overkoepelend begrip voorbeeld: Tweede-Wereldoorlog
Schema over samenhang tussen drie vroegmoderne tijdvakken
Lichtblauw: sociaaleconomische aspecten
Groen: mentaal-culturele aspecten
Paars: politiek-staatkundige aspecten
De verlichting: Kennis wordt voortgebracht door het logisch beredeneren van verschijnselen die zich
in de natuur voordoen, maar ook in de sociale context van de mensheid
Cultureel-mentale ontwikkeling:
o Proberen tot een betere wereld te komen
o Verandering van het wereldbeeld van mensen:
- Kenmerken:
o "Eeuw van de Rede“: De rede Het gebruiken van het verstand en het logisch
nadenken om tot nieuwe kennis te komen.
o Tolerantie en gewetensvrijheid
, o Emancipatie
o Vooruitgangsgeloof: Het idee dat als we met zijn allen onderzoek doen dat het
uiteindelijk tot een betere wereld zal lijden.
o Tijd van secularisering
o Opkomst superioriteitsdenken ‘Westerse witte man’
o Wetenschappelijke onderzoeksstrategieën van empirisme, rationalisme en empirisch
rationalisme.
Empirisme: Zelf onderzoek doen en niet zomaar geloven wat er staat
Geen vooroordeel
- Gaat over zintuigelijke waarneming
- Gaat uit van het onbeschreven blad: Tabula Rasa
o Mensen worden geboren
als onbeschreven blad en
doormiddel van
zintuigelijke waarnemingen
komt men tot kennis.
- Inductieve methode:
o Uitkomst bij inductie is
observatie
o Iets is altijd waar totdat het
tegendeel bewezen wordt
Rationalisme: De rede staat centraal om
tot geldende conclusies te komen.
- Zintuigen zijn niet betrouwbaar als bron van kennis
Kunnen voor de gek gehouden worden
- Mens wordt geboren met bepaalde waarheden
o Lastig, zijn waarheden waarvan wij nu zeggen dat het niet perse waarheden zijn.
- Major permisse: Algemene waarheid die zeker waar is
- Minor permisse: Kleinere algemene waarheid
Deze met elkaar in verband brengen om tot conclusie te komen
- Deductische methode:
o Bij deductie is theorie
uitkomst
o Beginnen met het algemene
idee/begrip van bladeren en
van daaruit een apart blad
beschrijven.
o Ook syllogismen: alle vogels
zijn dieren, alle raven zijn
vogels, dus alle raven zijn dieren
Empirisch-Rationalisme: Hypothese geeft verwachting aan. Dit gaan we dan proberen te bewijzen
Waarom is de verlichting significant:
- Voortzetting of katalysator processen van secularisering en individualisering
- “nieuwe” wetenschappelijke methodes
- Verspreiding naar andere onderzoeksvelden
- Popularisering en politisering
- Veranderende visie op de samenleving
, - Voortzetting in de 19e eeuw
Kernbegrippen KA:
- Abolitionisme: beweging tot afschaffing van de slavernij
- Ancien régime: Het Oude Regime: de politieke en maatschappelijke organisatie van het
Franse koninkrijk vanaf de late middeleeuwen tot aan de Franse Revolutie van 1789
- Democratische revolutie: omwentelingen in het bestuur van een land waarbij het volk meer
macht krijgt ten koste van de vorst
- Grondrechten: rechten die burgers de vrijheid geven om zonder bemoeienis van de overheid
te leven
- Grondwet: Regels voor inrichting van de staat
- Plantagekolonie: Koloniën waarbij Europeanen, vaak gebruik makend van slavenarbeid,
bulkgoederen teelden voor de export naar Europa, waarbij zij voor hun eigen
levensbehoeften afhankelijk bleven van de import uit Europa
- Rationalisme: De rede staat centraal om tot geldende conclusies te komen.
- Sociale verhoudingen: Onderlingen verhoudinge geven een bepaalde zin aan de sociale
interactie want in of doorheen de sociale interactie worden gevoelens, ideeën en strevingen
uitgedrukt
- Staatsburger: een lid van de bevolking van een staat of bijvoorbeeld een gemeente; meer
specifiek gaat het over zijn of haar rechtsverhouding tot een overheidsorganisatie
- Trans-Atlantische slavenhandel: de handel in slaven uit Afrika naar Amerika, bedreven door
Europeanen
- Verlicht absolutisme: de verlichte vorst zich inzette voor het algemeen belang en het volk
meer vrijheid gaf, maar geen inspraak
- Verlichting: een periode waarin gestreefd werd naar meer licht in de duisternis, dat wil
zeggen: meer kennis, meer geluk.