Oefentoets module 1, jaargang 2022-2023
1. Waar bestaat de embryoblast uit?
2. Uit welke 3 dingen bestaat de blastocyst?
3. Naar wat groeien deze 3 dingen uit?
4. Hoe heet het proces waar de 2-lagige kiemschijf een 3-lagige kiemschijf word?
5. Hoe heten die 3 lagen en wat word elke laag uiteindelijk?
6. Rond welke week begint de organogenese?
7. En welke week de neurolatie?
8. Hoe komt de vrucht in het begin aan zijn voeding?
9. Wat is het verschil tussen de indifferente en differente periode in de ontwikkeling van de
genitalien en wanneer vind dit zich plaats?
10. Wanneer is de placentatie klaar?
11. Wat is een gameet?
12. Wat is het verschil tussen mitose en meiose?
13. Wat is crossing-over en waar is dit goed voor?
14. Wat gebeurt er in profase, metafase, anafase en telofase?
15. Welke cellen produceren testosteron?
16. In welke staat zijn de follikels van een vrouw voor de puberteit?
17. Wanneer word meiose 1 afgemaakt in de oogenese?
18. Beschrijf wat het cognitieve perspectief is.
19. Wat is wetenschap?
20. Waar is wetenschapsfilosofie goed voor?
21. Wat is een paradigma?
22. Welke informatie hebben zorgverleners nodig voor klinische epidemiologie (5x)?
23. Waarom is EBM belangrijk voor de verloskunde?
24. Leg uit wat primaire, secundaire en tertiaire preventie is.
25. Noem de 4 morele basisprincipes.
26. Noem 3 ontwikkelingen in de verloskunde, waarvan de oorsprong vroeger anders was.
27. Homeostase-mechanismes in het lichaam, noem er 4.
28. Hoe werkt de echo? (benoem de basisprincipes)
29. Welke echo’s krijgt men standaard? Wat voor soort echo’s heb je nog meer en waarom zou
je die kunnen krijgen/doen?
30. Welke screeningsmogelijkheden zijn er op de 1 e lijn? (4x)
31. Wat is het doel van screening bij de zwangere?
32. Welke adviezen geef je bij een pre-conceptioneel advies gesprek? En bij het intake gesprek?
33. Waar bestaat het weke baringskanaal uit?
34. Benoem en beschrijf de 4 tijdperken van de fysiologische baring.
35. Noem 5 kenmerken van een fysiologische baring.
36. Hoe heten die puntjes van je bekken, die voor de inwendige spildraai zorgen bij de baby?
37. Na hoeveel weken is de involutie van de uterus voltooid?
38. Welke onderzoeken doet de verloskundige bij moeder en baby in de kraamweek?
39. De borstvoeding komt op gang door….?
40. Hoe ontstaat er obstipatie bij de moeder in de kraamweek? (5x)
41. Wat is de oorzaak van fysiologische icterus?
42. Wat produceert FSH en LH?
43. Wat is een direct risico op roken tijden de zwangerschap?
1. Waar bestaat de embryoblast uit?
2. Uit welke 3 dingen bestaat de blastocyst?
3. Naar wat groeien deze 3 dingen uit?
4. Hoe heet het proces waar de 2-lagige kiemschijf een 3-lagige kiemschijf word?
5. Hoe heten die 3 lagen en wat word elke laag uiteindelijk?
6. Rond welke week begint de organogenese?
7. En welke week de neurolatie?
8. Hoe komt de vrucht in het begin aan zijn voeding?
9. Wat is het verschil tussen de indifferente en differente periode in de ontwikkeling van de
genitalien en wanneer vind dit zich plaats?
10. Wanneer is de placentatie klaar?
11. Wat is een gameet?
12. Wat is het verschil tussen mitose en meiose?
13. Wat is crossing-over en waar is dit goed voor?
14. Wat gebeurt er in profase, metafase, anafase en telofase?
15. Welke cellen produceren testosteron?
16. In welke staat zijn de follikels van een vrouw voor de puberteit?
17. Wanneer word meiose 1 afgemaakt in de oogenese?
18. Beschrijf wat het cognitieve perspectief is.
19. Wat is wetenschap?
20. Waar is wetenschapsfilosofie goed voor?
21. Wat is een paradigma?
22. Welke informatie hebben zorgverleners nodig voor klinische epidemiologie (5x)?
23. Waarom is EBM belangrijk voor de verloskunde?
24. Leg uit wat primaire, secundaire en tertiaire preventie is.
25. Noem de 4 morele basisprincipes.
26. Noem 3 ontwikkelingen in de verloskunde, waarvan de oorsprong vroeger anders was.
27. Homeostase-mechanismes in het lichaam, noem er 4.
28. Hoe werkt de echo? (benoem de basisprincipes)
29. Welke echo’s krijgt men standaard? Wat voor soort echo’s heb je nog meer en waarom zou
je die kunnen krijgen/doen?
30. Welke screeningsmogelijkheden zijn er op de 1 e lijn? (4x)
31. Wat is het doel van screening bij de zwangere?
32. Welke adviezen geef je bij een pre-conceptioneel advies gesprek? En bij het intake gesprek?
33. Waar bestaat het weke baringskanaal uit?
34. Benoem en beschrijf de 4 tijdperken van de fysiologische baring.
35. Noem 5 kenmerken van een fysiologische baring.
36. Hoe heten die puntjes van je bekken, die voor de inwendige spildraai zorgen bij de baby?
37. Na hoeveel weken is de involutie van de uterus voltooid?
38. Welke onderzoeken doet de verloskundige bij moeder en baby in de kraamweek?
39. De borstvoeding komt op gang door….?
40. Hoe ontstaat er obstipatie bij de moeder in de kraamweek? (5x)
41. Wat is de oorzaak van fysiologische icterus?
42. Wat produceert FSH en LH?
43. Wat is een direct risico op roken tijden de zwangerschap?