MCOS
Inhoudsopgave
Periode 1................................................................................................................................................2
Methode.............................................................................................................................................2
Hoorcollege 1..................................................................................................................................2
Hoorcollege 2..................................................................................................................................2
Hoorcollege 3..................................................................................................................................4
Hoorcollege 4..................................................................................................................................4
Hoorcollege 5..................................................................................................................................6
Statistiek.............................................................................................................................................8
Hoorcollege 6..................................................................................................................................8
Hoorcollege 7..................................................................................................................................9
Hoorcollege 8..................................................................................................................................9
Hoofdstuk 9..................................................................................................................................10
Hoorcollege 10..............................................................................................................................11
Periode 2..............................................................................................................................................12
Hoorcollege 11..............................................................................................................................12
Hoorcollege 12..............................................................................................................................14
Hoorcollege 13..............................................................................................................................16
Hoorcollege 14..............................................................................................................................17
Hoorcollege 15..............................................................................................................................19
Hoorcollege 16..............................................................................................................................20
Hoorcollege 17..............................................................................................................................21
Hoorcollege 18..............................................................................................................................22
Hoorcollege 18..............................................................................................................................22
Hoorcollege 19..............................................................................................................................24
Hoorcollege 20..............................................................................................................................25
Hoorcollege 21..............................................................................................................................26
, 2
Periode 1
Methode
Hoorcollege 1
Website voor informati e: ica of nefca
Wat is communicatiewetenschap?
Communicatiewetenschappers onderzoeken de inhoud, toepassing en gevolgen van media en
communicatie.
Wetenschap bestaat uit kennis, proces en gemeenschap.
Het doel van wetenschap is het creëren van ware kennis EN onware kennis als zodanig te
ontmaskeren.
Gemeenschap= iedereen die zich bezighoudt met wetenschap
Kennis= wetenschappelijke kennis is anders dan alledaagse kennis. Wetenschappelijke kennis
door proces, zie hieronder.
Proces= systematisch proces van vergaring van theoretische kennis door middel van
observatie
Wetenschap= cumulatief empirisme.
Niet-wetenschappelijke kennis:
Geloven, intuïtie
Overeenstemming, meeste mensen denken het
Autoriteit
Gewoonlijke observatie
Informatieve logica
Wetenschappelijke kennis:
Empirisch toetsbaar (eigen waarnemingen gebruiken)
Objectief (niet- persoonsgebonden)
Falsificeerbaar (op zoek naar tegenbewijs)
Repliceerbaar (een studie moet herhaald kunnen worden en dezelfde resultaten geven)
Transparant en openbaar (voor iedereen toegankelijk)
Logisch consistent/intern coherent (consistent in ideeën, verwachtingen en conclusies)
1 nooit af (constante twijfel en zelfreflectie)
Resultaten geven steun voor theorie of hypothese, maar geen bewijs.
De empirische cyclus
Observatie inductie deductie toetsing evaluatie
Hoorcollege 2
Moeilijke woorden
, 3
Paradigma= een zienswijze, gedeelde opvattingen en aannames (=gedeeld wereldbeeld). Nieuwe
kennis van tot een paradigmaverschuiving leiden.
Ontologie= zijnsleer, wat is echt volgens ons, opvattingen over hoe de sociale werkelijkheid is
opgebouwd. Ontologie bepaalt hoe wetenschappers onderzoeken.
Epistemologie= kennisleer, opvattingen over wat als kennis telt en hoe kennis moet worden vergaard.
Dit bepaalt welke onderzoeksmethoden worden gebruikt.
2 stromingen in CW:
Empirisch-analytisch (kwantitatief onderzoek) worldview 1=
nadruk op nomothetische kennis (generaliseren)
objectief (derde persoon)
reductionistisch (eenheid tot variabelen)
Empirisch-interpretatief (kwalitatief onderzoek) worldview 2=
nadruk op ideografische kennis (uniek)
holistisch (eenheid als geheel)
subjectief (eerste persoon)
Ontologisch
paradigma’s
epistemologie
Empirische cyclus
Observatie
Inductie= redeneringswijze - van bijzonder naar algemeen.
Deductie= afleiding – van algemeen van bijzonder. DN-model: algemene uitspraak – aanname –
hypothese.
Toetsen= wat gaan we hoe meten? Vind je in je onderzoeksvraag en hypothese. Dit kan door
verificatie of falsificatie. Door falsificatie kan je met meer zekerheid je hypothese bevestigen.
Evaluatie= advies vervolgonderzoek
Onderzoeksplan= een systematisch geheel van methodische beslissingen.
Probleemstelling onderzoeksmethode dataverzameling
Probleemstelling, wat en waarom wil je weten? Hoe werkt dat?
doelstelling
onderzoeksvraag