, thema
5 regeling
paragraaf s 1 .
homeostase en
regelkringen
homeostase
G het in stand houden milieu
van een dynamisch evenwicht in het inwendige van organismen
een voorbeeld van zelfregulatie van een organisme
-
organisme houat zichzelf hierdoor in leven
-
je lichaam handhaaft veel factoren rondom een bepaalde waarde - normwaarde
-
zuurstofconcentratie +
glucoseconcentratie in het bloed
-
osmotische waarde van lichaamsvloeistoffen
-
lichaamstemperatuur
*
deze waarden zijn niet altijd precies gelijk ( constants, maar niet te veel afwijken van
mogen
de normwaarde z
dynamisch evenwicht
↑
regellering zorgt ervoor dat je lichaam de juiste waardes blijft hebben
↳
zintuigen
betrokken bij homeostase
3.
zintuigen
·
het zenuwstelsel
het hormoonstelsel
·
regelkringen
↓ toename het resultaat een het
een van
remming van
-
- ~
negatieve terug hoppeling proces veroorzaakt
afname het resultaat veroorzaakt een
↳, hormoon een van
-
stimulering van het proces
2
+
hormoon
positieve terughoppeling
-
-
een toename van het resultaat het proces versterkt
↳ +
T
hormoon
hormoon 21
bij meercellige organismen hebben de meeste cellen
geen contact met uitwendig milieu
G omdat ze door andere cellen worden omgeven
tussen de Cellen van een weefsel bevindt zich Weefselvloeistof
[ milieu
+
bloed z inwendig
wanneer iets in jebloedbaan zit pas in het lichaam
, tussen milieu teminste
inwendig en
uitwendig 1
cellaag
uitwendige milieu
G darmen
longen
blaas
homeostatische regelkringen in je lichaam zorgen ervoor dat de
omstandigheden in het
inwendige milieu niet te veel veranderen