H1 Inleiding
Kenmerken van kleuters
Friedrich Fröbel, jonge kinderen zijn op de binnenwereld gericht: ze worden
beheerst door impulsen van binnenuit. Ze groeien en ontwikkelen van binnen
naar buiten.
Geurtz, jonge kinderen leven in een toestand van ‘onbewuste
vanzelfsprekendheid van het bestaan’.
Typisch kleuters
- emotionele beleving, jonge kinderen beleven emoties heel intens, hun
werkelijkheid beleven ze als totaliteit waarbij hoofd en hart niet gescheiden
zijn.
- intuïtief, het weinige begrip van de wereld om hen heen moeten jonge
kinderen compenseren, dit doen ze met hun intuïtie.
- egocentrisme, kleuters kunnen zich nog niet verplaatsen in het
perspectief van een ander. Het is een cognitieve ontwikkeling die
doorgemaakt moet worden.
- hang naar gewoontes en routines, de wereld wordt inzichtelijker en
grijpbaarder als je kunt terugvallen op gewoonte.
- concentratievermogen, wanneer een activiteit van binnenuit komt, kan
een kleuter heel lang geconcentreerd blijven. Minder lange concentratie is
te verwachten als hun iets wordt opgelegd.
- behoefte aan handelen en beweging, er is een behoefte aan motorische
activiteit, houdt hier rekening mee met het ontwerpen van je lessen.
- magisch denken, de wetten van logica, oorzaak en gevolg, middel en doel
zijn niet interessant voor jonge kinderen.
- geen scherp onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid, kleuters
hebben de mogelijkheid tot spelen het geloven in doen alsof spellen.