Toetsing van:
Project Veiligheid en Justitie
1819 HBR-1-PR-17-VJ
Aantal woorden
Deelopdracht 1: 1354
, Requisitoir
Inzake verdachte:
K. van Wal, geboren op 10 mei 1986 te Gouda
Meervoudige Kamer bij de rechtbank van Den Haag, d.d. 10 mei 2019
Parketnummer: 09/654321-19
Geachte voorzitter, Edelachtbaar college,
De heer S. Van Sauers is slachtoffer geworden van eenvoudige mishandeling. In
mijn requisitoir zal ik ingaan op hetgeen wat verdachte ten laste wordt gelegd.
Ten tweede zal ik alle feiten op een rijtje zetten waarna ik de bewijsmiddelen en
de bewezenverklaring uit zal leggen. Ten derde zal ik ingaan op de strafbaarheid
van het delict en tot slot op welke wijze deze zaak afgedaan dient te worden.
1. Tenlastelegging
De tenlastelegging in deze zaak is als volgt. Verdachte wordt eenvoudige
mishandeling, zoals beschreven in art. 300 Sr, tenlastegelegd. Verdachte zou S.
Van Sauers op of omstreeks 1 april 2019 tussen 13:00 uur en 15:00 uur een
klap hebben gegeven tegen zijn linkeroor/ wang en daarbij pijn en/of opzettelijk
letsel hebben toegebracht. Mijns inziens is het verwijt zoals primair omschreven
te weten de eenvoudige mishandeling wettig en overtuigend te bewijzen.
2. Feitenrelaas
Om te beginnen is het nodig om alle feiten eerst door te nemen. Op 1 april 2019
rond 13.00 uur ging Kees van Wal (hierna verdachte) boodschappen doen met
zijn zoon bij de Lidl te Gouda. Verdachte kwam vaker met zijn zwaar autistische
zoon bij de desbetreffende Lidl. Op het moment dat verdachte boodschappen