Natuurkunde SE3 vwo 6
H15
15.1
Isaac newton = licht = deeltjes wereld
Christiaan Huygens = licht = golfverschijnsel
Door elkaar heen lopende golven kunnen elkaar versterken of verzwakken
Interferentiepatroon = intensiteitspatroon waarin constructieve interferentie
(maximale versterking) en destructieve interferentie (uitdoving) van licht
zichtbaar is
Als de bergen van de ene golf steeds samenvallen met de dalen van de
andere golf dan doven ze elkaar uit
Als de bergen van de ene golf samenvallen met de bergen van de
andere golf komt op die plek een samengestelde trilling met dubbele
amplitude
dubbel spleet experiment = licht van één golflengte dat valt op twee
evenwijdige naast elkaar gelegen zeer smalle spleten
Het interferentiepatroon van licht bestaat uit meerdere lijnen en als de
spleten dicht bij elkaar gaan dan gaan de lijnen verder van elkaar
3 spleten = donkere stukken worden breder en lichte strepen helderder
(hoe meer spleten hoe duidelijker)
Tralie = heeft heel veel spleten en is dus duidelijk
Buiging treedt op bij alle golven in 2 situaties
1. Golven buigen als ze door een opening gaan die in de grootte orde van de golflengtes is. hoe kleiner de
opening hoe meer buiging
2. Golven buigen om objecten heen die kleiner zijn dan hun golflengte
Foto-elektrisch effect = bepaalde straling maakt elektronen vrij uit metaal
In metaal zitten vrije elektronen of geleidingselektronen
Uittree-energie = energie die minimaal nodig is om een vrij elektron uit een metaal los te makne
Kathode wordt bestraald -> vrijgemaakte elektronen bewegen naar de anode -> sommige komen daar aan ->
er ontstaat een stroom die de ampère meter laat uitslaan. Je hebt dit met :
Posulaat = niet-bewezen bewering die je aanvaardt
Verklaring foto-elektrisch effect met 3 posultaten
, > frequentie > fotonenergie ook hoog
Alleen fotonen die een grotere energie hebben dan de uittree-enerige maken elektronen vrij
Interferentie en buiging = golfgedrag
Foto-elektrisch gedrag en botsingen = deeltjes gedrag
Golf-deeltjesdualiteit = één verschijnsel of als één golf of als een deeltje
Quant of golfpakket = heel klein, onafhankelijk wat je ermee doet zowel deeltjes als golfeigenschappen kan
hebben
15.2
Impuls = hoeveelheid beweging, (heeft een grootte en richting)
P=mxv
- P = impuls (kg m s-1)
- M = massa (kg)
- V = snelheid (m s-1)
Behoud van impuls is er (je associeert de eigenschappen met deeltjes)
Botsing röntgenfotonen op elektronen = zowel de energie als de impuls zijn behouden (extra aanwijzing dat
elektromagnetische straling deeltjeseigenschappen heeft)
h
P=
λ
- P = foton impuls (kg m s-1)
- H = constante (binas 7)
- λ = golflengte van het foton (m)
De Broglie zegt = als licht (golven) deeltjes eigenschappen heeft dan hebben elektronen (materie deeltjes)
golfeigen schappen
Golflengte van een deeltje
h h
λ= =
p mxv
- Met bovenstaande eenheden
Elektronen vertonen een golfgedrag als een bundel of object of opening valt die ongeveer even groot is als
de golflengte van de bundel
Er zijn interferentiepatronen van neutronen, protonen en moleculen
Elektronenmicroscoop = golfeigenschap toepassen van elektronen
Bekijken van deeltjes kan alleen met golven die een golflengte hebben die maximaal ongeveer even groot is,
als het deeltje
Elektromagnetische straling heeft teveel energie en impuls dus wat je wilt bekijken gaat kapot
Met elektronen van 10-10 m golflengte kun je wel bekijken
Dubbelspleet-experiment = interferentiepatroon creëren door elektronen te sturen door een dubbel spleet
Elektronen gaan één voor één door de opstelling en zo kunnen ze niet met elkaar interfereren
Eén quant kan tegelijkertijd door beide spleten gaan en zo interfereren met zichzelf (geldt
golfdeeltjesdualiteit)
Quanten = fotonen, elektronen, atomen en moleculen
1. Je meet dat ieder quant maar door één van beide spleten gaat, maar 2. Je meet ook dat het interferentie
patroon dan verdwijnt (zonder verstoren geldt dit)
H15
15.1
Isaac newton = licht = deeltjes wereld
Christiaan Huygens = licht = golfverschijnsel
Door elkaar heen lopende golven kunnen elkaar versterken of verzwakken
Interferentiepatroon = intensiteitspatroon waarin constructieve interferentie
(maximale versterking) en destructieve interferentie (uitdoving) van licht
zichtbaar is
Als de bergen van de ene golf steeds samenvallen met de dalen van de
andere golf dan doven ze elkaar uit
Als de bergen van de ene golf samenvallen met de bergen van de
andere golf komt op die plek een samengestelde trilling met dubbele
amplitude
dubbel spleet experiment = licht van één golflengte dat valt op twee
evenwijdige naast elkaar gelegen zeer smalle spleten
Het interferentiepatroon van licht bestaat uit meerdere lijnen en als de
spleten dicht bij elkaar gaan dan gaan de lijnen verder van elkaar
3 spleten = donkere stukken worden breder en lichte strepen helderder
(hoe meer spleten hoe duidelijker)
Tralie = heeft heel veel spleten en is dus duidelijk
Buiging treedt op bij alle golven in 2 situaties
1. Golven buigen als ze door een opening gaan die in de grootte orde van de golflengtes is. hoe kleiner de
opening hoe meer buiging
2. Golven buigen om objecten heen die kleiner zijn dan hun golflengte
Foto-elektrisch effect = bepaalde straling maakt elektronen vrij uit metaal
In metaal zitten vrije elektronen of geleidingselektronen
Uittree-energie = energie die minimaal nodig is om een vrij elektron uit een metaal los te makne
Kathode wordt bestraald -> vrijgemaakte elektronen bewegen naar de anode -> sommige komen daar aan ->
er ontstaat een stroom die de ampère meter laat uitslaan. Je hebt dit met :
Posulaat = niet-bewezen bewering die je aanvaardt
Verklaring foto-elektrisch effect met 3 posultaten
, > frequentie > fotonenergie ook hoog
Alleen fotonen die een grotere energie hebben dan de uittree-enerige maken elektronen vrij
Interferentie en buiging = golfgedrag
Foto-elektrisch gedrag en botsingen = deeltjes gedrag
Golf-deeltjesdualiteit = één verschijnsel of als één golf of als een deeltje
Quant of golfpakket = heel klein, onafhankelijk wat je ermee doet zowel deeltjes als golfeigenschappen kan
hebben
15.2
Impuls = hoeveelheid beweging, (heeft een grootte en richting)
P=mxv
- P = impuls (kg m s-1)
- M = massa (kg)
- V = snelheid (m s-1)
Behoud van impuls is er (je associeert de eigenschappen met deeltjes)
Botsing röntgenfotonen op elektronen = zowel de energie als de impuls zijn behouden (extra aanwijzing dat
elektromagnetische straling deeltjeseigenschappen heeft)
h
P=
λ
- P = foton impuls (kg m s-1)
- H = constante (binas 7)
- λ = golflengte van het foton (m)
De Broglie zegt = als licht (golven) deeltjes eigenschappen heeft dan hebben elektronen (materie deeltjes)
golfeigen schappen
Golflengte van een deeltje
h h
λ= =
p mxv
- Met bovenstaande eenheden
Elektronen vertonen een golfgedrag als een bundel of object of opening valt die ongeveer even groot is als
de golflengte van de bundel
Er zijn interferentiepatronen van neutronen, protonen en moleculen
Elektronenmicroscoop = golfeigenschap toepassen van elektronen
Bekijken van deeltjes kan alleen met golven die een golflengte hebben die maximaal ongeveer even groot is,
als het deeltje
Elektromagnetische straling heeft teveel energie en impuls dus wat je wilt bekijken gaat kapot
Met elektronen van 10-10 m golflengte kun je wel bekijken
Dubbelspleet-experiment = interferentiepatroon creëren door elektronen te sturen door een dubbel spleet
Elektronen gaan één voor één door de opstelling en zo kunnen ze niet met elkaar interfereren
Eén quant kan tegelijkertijd door beide spleten gaan en zo interfereren met zichzelf (geldt
golfdeeltjesdualiteit)
Quanten = fotonen, elektronen, atomen en moleculen
1. Je meet dat ieder quant maar door één van beide spleten gaat, maar 2. Je meet ook dat het interferentie
patroon dan verdwijnt (zonder verstoren geldt dit)