Natuurkunde SE2 vwo 6
12.1
→ Gelijksoortige lading stoot elkaar af (++ of --)
→ Ongelijke ladingen trekken elkaar aan (+ en -)
→ Lading (Q, q) = coulomb (C)
→ Afstand voorwerp groot = elektrische kracht kleiner
→ Kernkracht = alle + deeltjes in de kern bij elkaar houden
→ Atoom is neutraal = evenveel + als –
→ Positief ion = elektron te weinig
→ Negatief ion = extra elektron
→ Elementairladingsquantum e = binas 7A
→ Geleiders = lading kan erdoor stromen
→ Isolatoren = lading kan niet of nauwelijks erdoor stromen
→ Elektroscoop = aantonen dat een voorwerp geladen is
𝑞𝑥𝑄
→ Fel = f x 𝑟²
- Fel = elektrische kracht tussen de twee ladingen (N)
- F = evenredigheidsconstante
- Q en q = ladingen (C)
- R = afstand tussen lading Q en q (m)
→ ++ of -- = Fel is positief
→ + en - = Fel is negatief
→ Lijkt op formule gravitatiekracht, alleen gravitatiekracht is altijd aantrekkend en Fel kan ook afstotend zijn
→ Vdw kracht is kleiner dan de kracht in een ionrooster
12.2
→ Inslag bliksem = als het elektrische veld tussen wolk en auto groot genoeg is
→ Veldlijnen = geven in ieder punt de richting van het elektrische veld aan
→ Richting van het veld = richting van de kracht op een positieve proeflading
→ Elektrisch veld rond lading q onderzoeken met proeflading q
→ + lading zijn de veldlijnen van de lading afgericht
→ - lading zijn de veldlijnen naar de lading toe gericht
→ Radiaal elektrisch veld = veldlijnen zijn te tekenen van of naar 1 punt
→ Veldlijnendichtheid wordt kleiner als de afstand tot de lading groter wordt
→ Veldlijnen
- Van + naar –
- Loodrecht op oppervlakte van de geleider
- Op de richting van het veld en snijden elkaar niet
- Veldlijndichtheid is de maat voor de sterkte van het elektrisch veld
→ kromme veldlijn = raaklijn tekenen
→ homogeen veld = elektrisch veld overal even sterk
- goed voor onderzoek, want de variabele blijft gelijk
, → veldsterkte E = fel / q in N/c of E = f x Q/r²
→ kracht Fel geef je aan met een vector
→ veldlijnen eindigen bij een metalen omhulsel
12.3
→ potentiële energie = zwaarte energie bijvoorbeeld, waarbij veldkracht arbeid kan verrichten
→ ∆el = q x u
→ ∆ el = verandering van elektrische energie van lading q (J)
→ Q = lading (C)
→ U = spanning (V)
→ ∆ek = - ∆ek
→ In een röntgenbuis versnellen elektroden tussen + kathode en – anode waarbij straling en warmte vrijkomt
bij de botsing met de anode (19B0
→ Lineaire versneller waar deeltjes verschillende keren een spanning doorlopen en versnellen waarbij de polen
worden gewisseld en het deeltje versneld in de elektrode
13.1
→ Permanente magneten behouden hun magnetische eigenschappen die kunstmatig worden gemaakt
→ Magneet heeft een noordpool en een zuidpool (n,z) en ze zijn aantrekkend en afstotend
→ Ruimte rond magneet = magnetisch veld en kun je aantonen met een kompasnaald
- Grootte en richting van het magnetisch veld in punt p geef je aan met vector ->B waarbij je de
kompasnaald in punt p plaatst en de n-pool van de kompasnaald geeft dan de richting van het
magnetisch veld
→ Elke veldlijn begint op de n-pool en eindigt op de z-pool
→ Binnen de magneet lopen veldlijnen van z naar n
→ Veldlijndichtheid is het grootst en de magnetische veldsterkte ->B ook
→ Richting magnetisch veld = raaklijn p
→ Veldlijnen snijden elkaar nooit
12.1
→ Gelijksoortige lading stoot elkaar af (++ of --)
→ Ongelijke ladingen trekken elkaar aan (+ en -)
→ Lading (Q, q) = coulomb (C)
→ Afstand voorwerp groot = elektrische kracht kleiner
→ Kernkracht = alle + deeltjes in de kern bij elkaar houden
→ Atoom is neutraal = evenveel + als –
→ Positief ion = elektron te weinig
→ Negatief ion = extra elektron
→ Elementairladingsquantum e = binas 7A
→ Geleiders = lading kan erdoor stromen
→ Isolatoren = lading kan niet of nauwelijks erdoor stromen
→ Elektroscoop = aantonen dat een voorwerp geladen is
𝑞𝑥𝑄
→ Fel = f x 𝑟²
- Fel = elektrische kracht tussen de twee ladingen (N)
- F = evenredigheidsconstante
- Q en q = ladingen (C)
- R = afstand tussen lading Q en q (m)
→ ++ of -- = Fel is positief
→ + en - = Fel is negatief
→ Lijkt op formule gravitatiekracht, alleen gravitatiekracht is altijd aantrekkend en Fel kan ook afstotend zijn
→ Vdw kracht is kleiner dan de kracht in een ionrooster
12.2
→ Inslag bliksem = als het elektrische veld tussen wolk en auto groot genoeg is
→ Veldlijnen = geven in ieder punt de richting van het elektrische veld aan
→ Richting van het veld = richting van de kracht op een positieve proeflading
→ Elektrisch veld rond lading q onderzoeken met proeflading q
→ + lading zijn de veldlijnen van de lading afgericht
→ - lading zijn de veldlijnen naar de lading toe gericht
→ Radiaal elektrisch veld = veldlijnen zijn te tekenen van of naar 1 punt
→ Veldlijnendichtheid wordt kleiner als de afstand tot de lading groter wordt
→ Veldlijnen
- Van + naar –
- Loodrecht op oppervlakte van de geleider
- Op de richting van het veld en snijden elkaar niet
- Veldlijndichtheid is de maat voor de sterkte van het elektrisch veld
→ kromme veldlijn = raaklijn tekenen
→ homogeen veld = elektrisch veld overal even sterk
- goed voor onderzoek, want de variabele blijft gelijk
, → veldsterkte E = fel / q in N/c of E = f x Q/r²
→ kracht Fel geef je aan met een vector
→ veldlijnen eindigen bij een metalen omhulsel
12.3
→ potentiële energie = zwaarte energie bijvoorbeeld, waarbij veldkracht arbeid kan verrichten
→ ∆el = q x u
→ ∆ el = verandering van elektrische energie van lading q (J)
→ Q = lading (C)
→ U = spanning (V)
→ ∆ek = - ∆ek
→ In een röntgenbuis versnellen elektroden tussen + kathode en – anode waarbij straling en warmte vrijkomt
bij de botsing met de anode (19B0
→ Lineaire versneller waar deeltjes verschillende keren een spanning doorlopen en versnellen waarbij de polen
worden gewisseld en het deeltje versneld in de elektrode
13.1
→ Permanente magneten behouden hun magnetische eigenschappen die kunstmatig worden gemaakt
→ Magneet heeft een noordpool en een zuidpool (n,z) en ze zijn aantrekkend en afstotend
→ Ruimte rond magneet = magnetisch veld en kun je aantonen met een kompasnaald
- Grootte en richting van het magnetisch veld in punt p geef je aan met vector ->B waarbij je de
kompasnaald in punt p plaatst en de n-pool van de kompasnaald geeft dan de richting van het
magnetisch veld
→ Elke veldlijn begint op de n-pool en eindigt op de z-pool
→ Binnen de magneet lopen veldlijnen van z naar n
→ Veldlijndichtheid is het grootst en de magnetische veldsterkte ->B ook
→ Richting magnetisch veld = raaklijn p
→ Veldlijnen snijden elkaar nooit