College 1.
Vertegenwoordiging
- Onmiddellijke en middellijke
- Echte vertegenwoordiging in de zin van BW = onmiddellijk
- Kenmerken:
o Handelen in naam van achterman/principaal, hoeft niet altijd uitdrukkelijk te
gebeuren, maar vaak is wel duidelijk dat de tussenpersoon in naam van de principaal
heeft gehandeld.
o Rechtshandeling toegerekend aan achterman
o Vertegenwoordiger “valt er tussenuit”
- Middellijke vertegenwoordiging
- Kenmerken:
o Handelen in eigen naam (van tussenpersoon), wel voor rekening van de principaal,
maar die blijft vaak onzichtbaar voor de wederpartij. Wel weet je soms als
wederpartij dat het een tussenpersoon is zoals een commissionair, dus dat er een
achterman is, maar wie niet, maar dat maakt niet uit want je raakt niet gebonden
aan die principaal. De rechtshandelingen niet wordt toegerekend aan de principaal,
maar tussenpersoon zelf gebonden.
o Tussenpersoon raakt zelf gebonden
Levering aan onmiddellijke vertegenwoordiger
Optreedt aan de kant van de ontvanger.
1. Tussen wie is de koopovereenkomst nu gesloten? Koop komt tot stand tussen vervreemder
en A. Dus tussen v en a wordt de koop gesloten. Tussen c en a lastgevingovereenkomst,
maakt niet uit of het onmiddellijk of middellijk is.
2. Vervreemder gaat eigendom overdragen. De zaak wordt aan c meegegeven, dus het lijkt
alsof dat de bezitter wordt. Bezitsverschaffing is hier nodig om eigendom over te laten gaan.
Maar art. 3:110 BW rechtsverhouding c en a (lastgeving) dat alles wat c ontvangt,
onmiddellijk gaat houden voor a. Dus hij kan geen bezitter worden, slechts houder geworden
voor a. Dus bezit is overgegaan, rechtstreeks van verkoper naar A.
3. Is eigendom nu ook over gegaan? Wie heeft nu aan wie geleverd, bezitsverschaffing is wijze
geleverd. Dus wie aan wie bezit verschaft? V rechtstreeks bezit verschaft dmv 3:110 BW aan
a. Dus niet geleverd van v aan c, v rechtstreeks bezit geleverd (3:84) aan A.
4. Beschikkingsbevoegd? Ga maar van uit.
5. Dan titel? Koopovereenkomst tussen v en a. Dus eigendom gaat over en slaat C over. Dit om
te voorkomen dat bij faillissement het goed bij C in het bezit valt.
,Levering aan middellijk vertegenwoordiger
Optreedt aan de kant van de ontvanger.
Zaak geleverd door verkoper aan c. Wie heeft nu met wie overeenkomst gesloten? C in eigen naam
en heeft dus zichzelf gebonden. Dus koopovereenkomst is gesloten tussen v en c.
Tussen wie is nu geleverd (bezitsverschaffing)? Van wie is het bezit over gegaan op wie? Feitelijk op c
maar art. 3:110 BW grijpt in, dus C wordt geen bezitter, maar gaat direct houden voor A. Dus bezit is
verschaft door V rechtstreeks aan A.
V beschikkingsbevoegd? Ja ga maar van uit.
Geldige titel levering? Eerst kijken wie bezit verschaft, dit is dus van V naar A direct geleverd. Maar
welke titel dan want koopovereenkomst is alleen tussen V en A. Maar nu koop tussen V en C
lastgeving tussen C en A, door die lastgeving is art. 3:110 BW van toepassing. Dus koopovereenkomst
+ lastgevingsovereenkomst is samengestelde titel.
Levering door onmiddellijk vertegenwoordiger
Optreedt aan kant van vervreemder.
C gaat onderhandelen met K de koper, en sluit koopovereenkomst in naam van A. De koop wordt
geacht te zijn gesloten door A zelf, en wordt toegerekend aan A en C valt er tussenuit. C heeft zaak in
handen, wetende dat A eigenaar is, en is dus houder en zal zaak aan K moeten geven.
Rechtshandeling wordt toegerekend aan A. Dus hier heeft A zelf geleverd, want levering is ook een
rechtshandeling. Dus levering van A naar K. Feitelijk door C uitgevoerd, maar toegerekend aan A. En
bezit en eigendom gaat rechtstreeks van A naar K. En C wordt op geen enkel moment bezitter en
heeft het slechts als houder. Koopovereenkomst dus tussen A en K.
, Levering door middellijke vertegenwoordiger
Optreedt aan kant van vervreemder.
C in eigen naam sluit de koop met de Koper, dus niet toegerekend aan A. Dus koopovereenkomst
tussen C en A. C als houder de zaak onder zich. Tussen A en C is lastgeving, en nu moet C de tweede
rechtshandeling: eerst koopovereenkomst gesloten, nu nog leveren. Verricht in eigen naam en wordt
niet toegerekend aan A, dus dat A hier zelf heeft gehandeld geldt hier niet. Levering vindt plaats
tussen C en K. C is houder en geen bezitter, en toch is hij in staat bezit te verschaffen. C verschaft het
bezit dat aan A toebehoort, dus heeft de beschikkingsbevoegdheid om het van A naar K te laten
overgaan. Dus eisen van 3:84 voldaan, dan gaat eigendom over. Titel? C en K is koopovereenkomst is
voldoende om de levering te rechtvaardigen. Geen samengestelde titel? Heb je niet nodig want 3:84
BW staat daar nodig: levering door beschikkingsbevoegd op grond van geldige titel, dus die levering
die ondersteunt moet worden door geldige titel, dus tussen wie is nu geleverd? Ondanks het feit dat
het bezit van A naar K overgaat, vindt de levering als rechtshandeling plaats tussen C en K, dus dan
volstaat het koopovereenkomst tussen C en K en is een samengestelde titel nodig. Dus eerst kijken
wie levert nu aan wie.
Afhankelijkheid van zekerheidsrecht
Hypotheek en pand enige goederenrechtelijke zekerheidsrechten recht ter
verzekering/ versterking van een vordering die je hebt, dus het gaat om een
schuldeiser die naast het feit dat die een vordering heeft, nog extra
bevoegdheden heeft bedongen om bij uitblijven van betaling, juridische
maatregelen te nemen voorrang boven andere crediteuren kan verhalen op
een goed. Het gaat telkens om een recht ter verzekering van een vordering.
Andersom: zekerheidsrecht van pand en hypotheek heeft geen bestaansrecht
als er geen vordering is.
A is schuldeiser en B is schuldenaar, A heeft een vordering op B en ter
versterking daarvan ook een hypotheek of pandrecht op een zaak die aan B
toebehoort. Als A niets meer te vorderen heeft van B dan mag die dat
pandrecht niet uitoefenen, doet die dat toch maatregelen bijv. onrechtmatige daad. Nee als A
geen vordering meer heeft op B, dan bestaat het hypotheek of pandrecht niet meer. Dus kom niet
eens meer tot onrechtmatige uitoefening toe want er valt niets meer uit te oefenen het is
weg/vervallen, dit bereik je met het beginsel afhankelijkheid/accessoriteit. Het kan ook zijn dat de
vordering niet vervalt/afbetaald wordt, maar dat A die vordering verkoopt en vervreemd d.m.v.
cessie aan een andere crediteur .
Afhankelijkheid
C is bereid om heel pakket vorderingen (op tekening maar 1)
van A over te nemen. Dan worden bijv. alle 20 jaar lopende
leningen met hypotheekrechten compleet gebundeld, daar
wordt prijs voor bepaald en die vorderingen wordt verkocht
en gecedeerd aan C. Hypotheekrechten verhuizen
automatisch mee, zou raar zijn als die bij A blijven, want die