Samenvatting
Bijeenkomst 1. Rechtsvormen (algemeen) en
personenvennootschappen (interne verhoudingen)
Kroeze, Timmerman, Wezeman 2017
Hoofdstuk 1. Ondernemingsvormen
Het onderdeel van het privaatrecht dat ondernemingsrecht wordt genoemd, bestrijkt de
rechtsvormen met behulp waarvan ondernemingen gedreven worden. De rechtsvorm is een
hulpmiddel om een onderneming in rechte te kunnen laten functioneren; de onderneming en haar
functioneren zijn het doel. De rechtsvormen van het ondernemingsrecht zijn facilitair. Het gevolg
hiervan is dat de juridische ondernemingsvormen een sterke invloed ondergaan van wat het goed
functioneren van een onderneming bijv. op het gebied van efficiency vereist.
Het ondernemingsrecht regelt vooral 3 onderwerpen /hoofdthema’s:
a. Hoe steekt de interne structuur van een onderneming in elkaar (de juridische organisatie, de
inrichting), dus organisatierecht;
b. Wie mogen en kunnen voor de onderneming transacties afsluiten (vragen van
vertegenwoordiging);
c. Hoe zijn de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de gang van zaken in de
onderneming uitgewerkt?
Ondernemingen zijn op winst, op het behalen van economische voordelen gericht. als
ondernemingsvorm komen vooral rechtsvormen in aanmerking die toelaten winst uit te keren aan
degenen die in de onderneming participeren. De wens tot winstgerichtheid heeft voor de opzet en
inrichting van het ondernemingsrecht een belangrijk gevolg. Het ondernemingsrecht dient zo te zijn
ingericht dat het ruimte laat voor het maken van winst, dit zelfs stimuleert.
Tabel
Rechtsvormen
- Naamloze vennootschap (nv);
- Besloten vennootschap (bv);
- De coöperatie;
- De maatschap;
- De vennootschap onder firma (vof);
- Commanditaire vennootschap (cv).
1. Bv
Art. 2:175 BW geeft een omschrijving van de bv. Kenmerkend is dat deze in een of meer
overdraagbare aandelen verdeeld kapitaal heeft. Men kan slechts in een bv participeren via een
aandeel in haar kapitaal. Om deze reden wordt de bv gerekend tot de zogenaamde
kapitaalassociaties /kapitaalvennootschappen. Er dient bij oprichting in ieder geval een aandeel te
worden uitgegeven. Het nominale bedrag van de aandelen en het daarop te storten bedrag kan laag
zijn, bijv. €1,-. Als er meer dan een aandeel wordt uitgegeven, wat in de regel het geval is, mogen de
aandelen in handen zijn van een aandeelhouder. De eenpersoons-bv in het Nederlandse recht een
legaal verschijnsel.
In de eerste plaats zijn aandelen voor de bv een middel om vermogen aan te trekken. De
aandeelhouder brengt vermogen in de bv in. Hij verkrijgt als tegenprestatie van de bv een of meer
aandelen. Deze inbrengverplichting houdt in dat de aandeelhouder vermogen aan de bv ter
beschikking moet stellen, in beginsel ter grootte van het nominale bedrag waarvoor hij aandelen
,neemt. In de statuten van een bv staat steeds vermeld hoe hoog dit nominale bedrag voor een
bepaalde soort aandelen is. Dit kan bijv. €0,01 of €750 per aandeel zijn.
In de tweede plaats is aan het aandeel doorgaans stemrecht in de aandeelhoudersvergadering
verbonden (art. 2:228 BW). Met het aandeel kan zeggenschap in de bv worden uitgeoefend
zeggenschapsfunctie. Hoe meer aandelen iemand houdt, des te machtiger is hij in de
aandeelhoudersvergadering en daarmee in de vennootschap. Dit kan echter in de statuten van een
bv anders worden geregeld (art. 22:228 lid 4 BW). Zo zijn zelfs aandelen zonder stemrecht
toegelaten, voor zover de statuten dit regelen.
Ten slotte vervult het aandeel vaak een winstverdelingsfunctie: in beginsel geeft ieder
aandeel recht op een gedeelte van de winst (art. 2:216 BW). De door de bv behaalde winst wordt
over de aandelen verdeeld. Men noemt d winstuitkering op een aandeel ook wel dividend. Hoe meer
aandelen men bezit, des te groter is in beginsel het winstrecht van de betrokkene (maar afwijkingen
zijn mogelijk; art. 2:216 lid 6 en 7 BW).
De bv is besloten. Dit houdt in dat de door haar uitgegeven aandelen op naam staan en overdracht
ervan in beginsel niet vrijelijk kan plaatsvinden. Een aandeelhouder in een bv die zijn aandelen wil
overdragen, dient in beginsel zijn over te dragen aandelen aan de medeaandeelhouders aan te
bieden (art. 2:195 lid 1 BW). Blokkeringsregelingen hebben tot gevolg dat aandelen in een bv niet
zonder meer vrij verhandelbaar zijn. Overdracht kan slechts bij notariële akte. Alle houders
opgenomen in register (art. 2:194 BW).
De aandeelhouders zijn in beginsel niet aansprakelijk voor hetgeen in naam van de bv is verricht. een
aandeelhouder is niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt
verricht en is niet gehouden boven het bedrag dat op zijn aandelen behoort te worden gestort in de
verliezen van de vennootschap bij te dragen (art. 2:175 BW).
De bv wordt geregeerd door haar statuten. Dit zijn door de oprichters/aandeelhouders van de bv zelf
opgestelde regels voor haar organisatie. Bepalingen: art. 2:175-274 BW, art. 2:1-25 en 2:308-333I,
2:334a-334ii, 2:335-359, 2:360-446 BW.
Bij de oprichting dienen voor de eerste keer statuten te worden vastgesteld (art. 2:117 BW).
De wet geeft aan wat de minimale inhoud van de statuten dient te zijn. Zij dienen aan te geven de
naam, de zetel en het doel van de vennootschap (art. 2:177 BW). Met het in de statuten vermelde
doel bedoelt de wetgever een omschrijving van het werkterrein van de vennootschap. Ook dienen de
statuten het aantal en het bedrag van de aandelen te vermelden.
2. Nv
Vooral geschikt voor grote ondernemingen. Het minimumkapitaal van een nv bedraagt €45.000 (art.
2:67 lid 2 BW). Dit maakt de nv-vorm voor kleinere ondernemingen minder aantrekkelijk dan de bv-
vorm.
Een nv kent een in aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal (art. 2:64 BW). Voor de bv is
het maatschappelijk kapitaal facultatief. Voor de bv kan bovendien volstaan worden met de uitgifte
van een enkel aandeel.
Net als de bv is de nv een kapitaalassociatie. Het aandeel vervult bij een nv dezelfde functies
als bij een bv. Zie art. 2:80, 2:105 en 2:118 BW.
Bij een nv behoeven aandelen niet op naam te luiden. Een nv mag ook aandelen aan toonder
uitgeven die door hun aard vrij overdraagbaar zijn. De namen van houders van toonderaandelen
worden niet in een aandeelhoudersregister opgenomen. Als gevolg hiervan kan bij een nv
gemakkelijk de situatie bestaan dat zij niet weet wie haar aandeelhouders zijn. Vandaar naamloze
vennootschap. Nv mag eigenlijk wel degelijk aandelen op naam uitgeven (art. 2:82 BW). Als een nv
aandelen op naam uitgeeft, moet het bestuur een register bijhouden met de namen van de
,aandeelhouders op naam (art. 2:85 BW). Op de nv zijn de nv-bepalingen van toepassing art. 2:64-164
BW.
7. Rechtspersoon
Rechtspersoon zijn o.a. de bv, nv en coöperatie (art. 2:3 BW). Personenvennootschappen zijn geen
rechtspersonen, maar bijzondere typen van overeenkomsten.
Rechtspersoonlijkheid heeft als belangrijkste gevolg dat de rechtspersoon zelf drager van
rechten en plichten kan zijn. Het is een rechtssubject, ook vermogensrechtelijke handelingen
verrichten. Hiermee staat de rechtspersoon met een natuurlijk persoon gelijk.
Bij de personenvennootschappen zijn de vennoten gezamenlijk de dragers van de rechten en
plichten die verband houden met de maatschap of de vof.
Voor het handelen is de rechtspersoon afhankelijk van mensen van vlees en bloed. De
rechtspersoon kan slechts in het maatschappelijke leven optreden, wanneer andere personen als
vertegenwoordiger voor hem optreden. Hij kan slechts bij de gratie van vertegenwoordiging bestaan.
De wetgever stelt in art. 2:1-3 BW vast welke lichamen rechtspersonen zijn: het staat partijen
niet vrij om ander typen rechtspersonen op te richten dan die genoemd zijn gesloten systeem.
Art. 2:14-16, 2:24b, 2:4BW. Omzettingsregeling is art. 2:18 BW, samenvoegen art. 2:308-334 BW.
8. Eenmanszaak
Een onderneming kan met behulp van de hierboven aangeduide ondernemingsvormen, zoals bv, nv
of vof worden gedreven. Een natuurlijk persoon kan een onderneming ook drijven zonder dat hij
gebruik maakt van deze ondernemingsvormen. Zo’n natuurlijk persoon drijft dan zijn eigen
onderneming en is aansprakelijk voor de schulden die namens of door hem zijn aangegaan. Geen
onderscheid tussen privéschulden en zakelijke schulden. Dient in handelsregister te worden
ingeschreven (art. 5 sub b Hrgw 2007). Er kunnen werknemers werkzaam zijn. Ook wel handelszaak
genoemd, kan in geheel worden verkocht, maar niet als een geheel geleverd worden, omdat de
eenmanszaak geen goed is in de zin van art. 3:1 BW. Elk afzonderlijk goed van de zaak moet worden
geleverd op de door de wet voorgeschreven wijze.
9. Vereniging en stichting
Zijn minder geschikt als ondernemingsvorm omdat ze geen winstuitkeringen mogen doen aan de
leden respectievelijk aan hun oprichters en personen die van hun organen deel uitmaken (art. 2:26
lid 3 BW respectievelijk art. 2:285 lid 3 BW). Voor een stichting geldt nog dat deze slechts uitkeringen
mag doen aan anderen dan haar oprichters en degenen die deel uitmaken van haar organen, voor
zover deze uitkeringen een ideële strekking hebben.
De stichting is een rechtsvorm die voor uiteenlopende maatschappelijke activiteiten wordt
ingezet, bijv. betaald-voetbalclubs, ziekenhuizen, scholen etc. Het voordeel van een stichting boven
een vereniging is dat de stichting geen leden en dus ook geen ledenvergadering kent. Voor de
stichting geldt een ledenverbod (art. 2:285 lid 1 BW).
Wat is rechtens, indien de vereniging of stichting een winstuitkering doet in strijd met art.
2:26 lid 3 en art. 2:285 lid 3 BW? Op verzoek van het OM kan de rechthebbende de desbetreffende
vereniging of stichting ontbinden (art. 2:21 lid 3 BW).
12. Verschillende typen nv’s en bv’s
Allereerst kennen wij het gewone regime van de nv en bv. Hieronder berust het recht om
bestuurders te benoemen en te ontslaan bij de algemene vergadering (art. 2:132/242, respectievelijk
art. 2:134/244 BW). De raad van commissarissen is bij zo’n gewone nv of bv geen verplicht orgaan.
Wanneer een nv of een bv aan bepaalde criteria voldoet (geplaatst kapitaal + reserves van ten minste
€16 miljoen; meer dan 100 werknemers; een verplicht ingestelde ondernemingsraad; art. 2:153/263
BW), geldt bij vervulling van een aantal nadere voorwaarden een bijzonder regime voor de
, organisatie van de nv en de bv structuurregime. Dan is de raad van commissarissen is dan een
verplicht orgaan.
Sommige zijn hiervan vrijgesteld, o.a. voor nv’s en bv’s die afhankelijke maatschappij zijn van
een structuurvennootschap (art. 2:152/262 jo. 2:153.263 lid 2 onder a BW). Andere
vennootschappen zijn gedeeltelijk aan het structuurregime onderworpen (art. 2:155/265 en art.
2:155a/265a BW).
Onder dat verzwakte structuurregime blijft de bevoegdheid tot benoeming in handen van de
aandeelhoudersvergadering.
Een andere bijzondere type nv of bv is de zogenaamde eenpersoons-nv of bv. Hierbij houdt
een persoon alle aandelen (of huwelijksgemeenschap). Er wordt verlangd dat de naam van de nig
aandeelhouder in het handelsregister wordt opgenomen. Ook moet daar de woonplaats van de
betrokkene te vinden zijn. Een andere bijzondere regel is art. 2:137/247 BW. Dit eist dat transacties
tussen de nv of de bv en de enig aandeelhouder op straffe van vernietigbaarheid schriftelijk worden
vastgelegd. De eis van schriftelijke vastlegging geldt niet als de desbetreffende transacties tot de
gewone bedrijfsvoering van de vennootschap behoren.
Bv’s en nv’s worden ook verschillend behandeld op grond van grootte. Zo kent het
jaarrekeningenrecht uiteenlopende inrichtings- en openbaarmakingsregimes al naar gelang de
grootte van de rechtspersonen die onder titel 9 van boek 2 BW vallen (art. 2:395a-398 BW).
Een bijzondere type naamloze vennootschap is de aan de Amsterdamse effectenbeurs
Euronext genoteerde vennootschap.
13. Belangenpluralisme
De Nederlandse wetgeving en rechtspraak gaan ervan uit dat een nv of bv bij haar handelen het
belang van alle bij de vennootschap betrokkenen in aanmerking dient te nemen. Tot die betrokkenen
worden aandeelhouders, werknemers en schuldeisers van de vennootschap gerekend. Een
Nederlandse vennootschap mag bij haar handelen dus niet uitsluitend het belang van de
aandeelhouders behartigen, zij dient telkens een pluraliteit van belangen in aanmerking te nemen.
Dit betekent dat het bestuur van een vennootschap bij het verlenen van medewerking aan een
overname van de vennootschap door een andere vennootschap, niet alleen aandacht mag besteden
aan het belang van de aandeelhouders, maar ook aan het belang van de werknemers en van andere
bij de vennootschap betrokkenen.
Bestuur en aandeelhouders zijn gebonden aan allerlei normen en dienen uiteenlopende
belangen in aanmerking te nemen. Het ondernemingsrecht is faciliteit en waarborg tegelijk.
Onder andere het gevolg van deze leer van het belangenpluralisme is dat het nv- en bv-recht
een aantal spanningen kent waarvan het handig is deze te onderkennen: er kunnen conflicten over
het te volgen beleid ontstaan tussen bestuurders en aandeelhouders; deze kunnen hierop o.a.
vanwege hun verschillende belangenposities een uiteenlopende kijk hebben. Ook kunnen er
spanningen ontstaan tussen de aandeelhouders onderling.