5-krachten model -> nodig om industrieën te analyseren
SWOT -> sterkte, zwakte, kans, bedreigingen
manier om na te denken om de omgeving
1. Interne concurrentie -> strijden tussen marktaandeel binnen een
industrie
a. 1e aspect -> Wat is de markt?
i. Wie zijn onze concurrenten en wie niet
b. 2 aspect -> Prijs vs. non prijs concurrentie
e
i. Kan inzetten op de prijs
ii. Ook op brand, marketing, smaak
2. Entry -> potentiële toetreders
a. Als het makkelijk is om toe te treden is het moeilijk om je
concurrentiepositie sterk te houden
i. Als er toetreders zijn daalt het marktaandeel en zal de
interne concurrentie toenemen
b. Hoe kan het voor toetreders moeilijker gemaakt worden
i. Exogene en endogene toetredingsdrempels
1. Exogene -> regelgeving of problemen die niet
direct veroorzaakt worden door de bedrijven die in
de markt zitten
2. Endogene -> kan als bedrijf ervoor zorgen dat er
een hoge instapprijs is
a. RND -> technologie is heel erg goed
beschermt door patenten en daarom kunnen
bedrijven moeilijk toetreden
Voorbeelden:
Uitdelen diploma van universiteit
Apple bijvoorbeeld
Beperkt aantal plekken
, 3. Substituten en complimenten -> vraag naar goederen en diensten
nemen hierdoor af of toe
a. Belangrijke punten:
i. Identificatie op basis van kwaliteit en karakteristieken
1. Hierdoor kan je zien of je iets als substituut ziet of
niet
ii. Price-value substituten en complementen
1. Gezonde maaltijden en ongezonde maaltijden
a. Value is lager bij ongezond, maar prijs is ook
lager
b. Value is hoger bij gezond, maar prijs is ook
hoger
i. Dus deze kunnen concurreren
iii. Prijselasticiteit -> hoeveel zal de vraag naar een product
dalen als de prijs van een product stijgt
1. Als er niet echt een substituut is zal de elasticiteit
laag zijn -> kunnen de prijs makkelijk
veranderen, want er is toch niet echt een
alternatief
4. Leverancier en consumenten kracht -> de toeleverancier en de
koper hebben een bepaalde macht op een bedrijf (dat is die
horizontale macht)
a. Toeleverancier en klanten met heel veel
onderhandelingsmacht zorgt ervoor dat er weinig winst wordt
behaald
i. Toeleverancier heeft op 2 manieren macht (buyer werkt
op dezelfde manier):
1. Indirect -> wanneer de mark-ups heel laag zijn,
kan de leverancier gewoon geen lagere prijs geven
2. Direct -> wanneer het een monopolie is
Onderhandelingskracht leveranciers en consumenten:
5-krachten -> gaat alleen uit van
concurrentie
,Co-opetition -> gaat uit van samenwerken voor een grotere geheel
Kan zijn dat we onze concurrenten nodig hebben om beter te worden
Horizontale grenzen van een onderneming:
Verschillende soorten bedrijfsstrategieën in verschillende sectoren:
Dominantie aantal grote spelers
o Luchtvaart, microprocessors
Zeer veel kleine spelers
o Design, restaurants
Enkele grote + enkele kleine spelers
o Computer software, bierindustrie
Heineken, maar ook kleinere brouwers
Schaalvoordelen -> we drijven de productie op, dan zullen de gemiddelde
kosten dalen
Wanneer zijn er schaalvoordelen
o Als de MC van de laatst geproduceerde eenheid < gemiddelde
kosten
Omgekeerde is schaalnadelen
Voorbeelden van AC:
Vanaf MES zijn je schaalvoordelen behaald
Schaalvoordelen -> kosten daling per eenheid door uitbreiding van
productie volume
1. Gemiddelde kosten zijn meer bij 1 tafel te bedienen van 5
Ervaringsvoordelen -> kosten daling per eenheid door opgebouwde
ervaring, door te tijd geleerd hoe je 5 klanten beter kan bedienen
Bronnen van schaalvoordelen:
1. Ondeelbaarheid en spreiden van vaste kosten
, o Inputs productie niet deelbaar
o Kapitaalintensief -> hoge vaste kosten
o Arbeidsintensief -> hoge variabele kosten
Er bestaan korte en lange termijn schaalvoordelen:
Als er een lage productie is dan is de donkere lijn
handiger, maar als er een hogere productie zal
zijn zal de groene lijn beter zijn
2. Hogere productiviteit van variabele productiekosten
o Specialisatie -> pas bij een groot genoegen markt loont het
dat iedereen zich specialiseert
Markt moet groot genoeg zijn voor bijvoorbeeld
studenten die les gegeven moet worden zal een
professor zich specialiseren
Zo investering terugverdienen
3. Andere bronnen
o Economies of density -> kostenbesparing door intensieve
gebruik van een transport netwerk
Voorbeeld PostNL kan heel veel in 1 ronde bezorgen
o Inkoop -> grotere afnemer kaan meer korting afnemen
o R en D -> ontwikkeling van nieuwe producten zitten hoge
vaste kosten aan
Meer verkoop -> meer spreiding van de R en D kosten
Medicijnen
o Daarom zijn medicatie voor zeldzame ziekte
veel hoger, want brengt veel hogere R en D
kosten per patiënt
o Adverteren -> brandvalue kan gedragen worden door veel
meer winkels kunnen de kosten veel meer gedragen worden
over veel meer klanten
Individuele Mcdonald’s grote reclames onmogelijk
o Fysieke eigenschappen -> ontwerp productieproces zorgt voor
besparingen bij hogere output
Kosten container
Volume stijging levert meer op