OPLOSSINGSGERICHT
PERSPECTIEF
De Wolf, E., & Le Fevere de Ten Hove, M. (2014). Oplossingsgericht
perspectief. In A. Savenije & M. J. van Lawick. Handboek systeemtherapie
(2e druk) (pp. 325-337). Boom de Tijdstroom.
INLEIDING
Shazer en Berg startten brief family therapy centre, gericht op
problem solving. Voortschrijdend inzicht wees uit dat er een verschil
was tussen problem talk en solution talk. De focus verschoof hierdoor
naar solution building, wat het begin was van solution-focused brief
therapy. Hierdoor gingen therapeutische gesprekken meer over het
opbouwen van een gewenste toekomst door middel van taal (en werd de
aandacht af gehaald van de aard van problemen). Er wordt, met andere
woorden, eerst een ideale situatie geschetst waarin de problemen niet
bestaan, vervolgens wordt er naar die situatie toe gewerkt. Er werden in
onderzoeken goede resultaten gevonden van deze therapieën.
GESCHIEDENIS
in mijn ogen niet echt belangrijk voor het tentamen en ook niet relevant
om te kennen ;)
ONTWIKKELING
Voordat problem solving-technieken zomaar werden verwijderd, werd er
eerst systematisch onderzoek gedaan wat het effect was van het
verwijderen van 1 van de technieken uit de behandeling (eliminatie). Het
weghalen van het analyseren en diagnosticeren van problemen, bleek
de effectiviteit niet te hinderen. Vervolgens werden er dingen toegevoegd
, Samenvatting Oplossingsgerichte Therapie – door Lydia Dekker-Klein Nibbelink
die wel werkten, gebaseerd op ‘therapeutische toevalligheden’. Hieruit
kwamen een aantal inzichten voort:
1. Praten over wat je wil bereiken en praten over momenten dat het
probleem er niet was, verhoogde het effect van de therapie
2. Wat werkt bij cliënt A hoeft niet automatisch ook voor cliënt B te
werken. Daarom moet je tussendoor goed evalueren om te kijken
wat de cliënt daadwerkelijk nodig heeft.
UITGANGSPUNTEN
Aan de basis van het oplossingsgerichte perspectief liggen de volgende
ideeën:
1. aansluiten bij de betekeniswereld van cliënten
2. uitgaan van wat er al bij de cliënten en in de context aanwezig is
3. niet theoretiseren over het functioneren van cliënten
4. nadruk op werkbaarheid van hypothesen (en niet op de waarheid
ervan)
5. Kleine verschillen kunnen groot verschil maken
Daarbij kwam het idee dat een probleem en de oplossing ervan, niet
noodzakelijk met elkaar verbonden hoeven te zijn. Daardoor ontstonden
de uitgangspunten van de solution-focused approach:
1. Wat niet stuk is, moet je niet maken: werk alleen met wat een cliënt
anders wil of wil bereiken
2. Als iets werkt, doe er meer van: beoordeel een oplossing op de
werkzaamheid
3. Als iets niet werkt, doe iets anders: alternatieven proberen
4. De klasse van de problemen behoort niet tot de klasse van
oplossingen: er zit geen causaal verband tussen problemen en
oplossingen.
Later kwamen daar nog bij: