Vet als bouwstof
Celmembraan
- Dubbele laag fosfolipiden (koppen zijn naar buiten gericht en staarten naar
binnen) tussen die twee lagen is het hydrofobe (slecht met water mengen)
gedeelte.
A – polaire kant en b – polaire kant
Fosfolipiden zijn opgebouwd uit een fosfaatgroep en glycerolgroep.
2 vetzuren
Wat doen eiwit in ons celmembraan? Enzymen, die kunnen stofjes
doorlaten, naar binnen of naar buiten.
Belangrijke bouwstof van onze cellen.
Wij kunnen zelf vetten maken in de vorm van lipogenense dat is een
proces waarin zelf vetten kunnen aanmaken in ons systeem.
Spijsvertering
1. Begint in de mond / keel en slokdarm.
2. Maag Onze maag is heel zuur. De ph word omhoog gebracht.
3. Alvleesklier laat een stofje vrij in de vetering die maagsappen
neutraliseren. Dat doet hij in de vorm van natriumcarbonaat.
4. Galblaas Maakt galzuren vrij. Die zorgen voor dat vetzuren beter
verteert worden. Hier begint de vetverbranding.
5. Lever produceert gal, galblaas slaat het op.
6. Dunne darm
7. Dikke darm
Vet afbraak
- Lever: produceert gal, galblaas slaat het op. Wordt cholesterol omgezet
naar gal zouten.
- Galzure zouten emulgeren vetdruppeltjes (opbreken).
- Enzym lipase splitst vet. Dat is het verteringsenzym van vet.
- Opname voedingstoffen voor het grootste deel in dunne darm.
Opslag van vetten
- Vet als energievoorraad, dat doen we in de vorm van visceraal vet (dat
licht onderhuids tussen de organen).
- Vet is ook een bescherming, maar te veel is ongezonder. Als je er te veel
van hebt kan je diabetes ontwikkelen.
- Bruin vet: heeft heel veel mitochondriën. Die kunnen heel veel energie
produceren en dus veel afbreken. Baby heeft heel veel bruin vet, dat is
nodig om te overleven, warm te blijven. Achterkant van je hoofd in je nek
zit ook bruin vet. Zorgt voor lichaamswarmte.
Pathologie spijsvertering
- Vormen van kanker: slokdarm kanker, maag kanker en darm kanker.
, - Galstenen: als je te veel vet eet heb je grote kans op galstenen. Je kan het
niet meer goed afbreken. Je gaat een cholesterol overlood creëren in je
lever en in je galblaas.
- Malabsorptie: Niet al het vet kan worden geabsorbeerd. Dus dan krijg je
vetdiarree. Dan verlies je veelste veel vet.
- Aderverkalking. Te vet gegeten waardoor er een ader naar het hart is dicht
geslipt hierdoor moet er een omleiding komen. Om dat het hart niet
genoeg bloed krijgt.
Bloedsomloop
Grote bloedsomloop:
- Naar het hele lichaam
Kleine bloedsomloop:
- Naar de longen zuurstof.
- Hemoglobine kan zuurstof kan binden in het bloed. Die
kan ervoor zorgen dat het lichaam zuurstof rijk bloed
krijgt.
Hart werkt als een pomp met de volgorde: Long Hart
Lichaam Hart Longen
Hartkamers (kamers (ventrikels) en boezems (atria))
- Linkerboezem: ontvangen het bloed en pompen de kamers vol.
- Linker kamer: zorgen ervoor dat het bloed door het hele lichaam word
gestuurd.
- Rechterboezem: ontvangen het bloed en pompen de kamers vol.
- Rechterkamer: hier word het arm bloed via de longen weer uitgeademd
CO2
Grote vaten van het hart
- Venae pulmonalis: longslagader die komt van de longen die neemt het
rijke bloed mee naar het hart.
- Aorta: De aorta zorgt ervoor dat het rijke bloed door het lichaam wordt
gepompt.