Begrippenlijst hoofdstuk 2 bij Portaal
Begrippenlijst hoofdstuk 2
In deze begrippenlijst vind je de begrippen van de Kennisbasis Nederlandse taal die besproken
worden in hoofdstuk 2 van Portaal.
Fonologie Leer van het klanksysteem in een taal.
Functies van taal De verschillende gebruiksmogelijkheden van taal, zoals
communiceren of ordenen van de werkelijkheid (conceptualiseren).
Morfologie Leer van de wijze waarop in een taal woordvorming,
woordverbuiging en woordvervoeging tot stand komen. In de
morfologie onderscheidt men binnen woorden morfemen: de
kleinste betekenisdragende eenheden in taal.
Orthografie De wijze van de schriftelijke weergave van een taal, de spelling.
Pragmatiek De studie naar het gebruik van taal in communicatieve situaties,
bijvoorbeeld het gebruik van u of je.
Schooltaalwoorden Woorden die specifiek in onderwijsleersituaties worden gebruikt,
zoals conclusie en tenzij.
Semantiek Studie naar betekenissen en betekenisrelaties in talen. De
betekenisrelaties spelen zich voor een groot deel af op woordniveau
en zinsniveau.
Signaalwoorden Woorden die de lezer informatie verschaffen over de taal- en
denkrelaties in een tekst, zoals bovendien en desondanks.
Syntaxis De leer van de zinsbouw. In de syntaxis onderscheidt men binnen de
zin zinsdelen en woordgroepen.
Taal Taal is een systeem dat deel uitmaakt van ons kennissysteem en dat
een middel vormt tot communicatie.
Taalachterstand Een relatief laag taalvaardigheidsniveau in vergelijking met
moedertaalsprekers van ongeveer dezelfde leeftijd.
Taalvariatie De verscheidenheid in taalgebruik tussen mensen en groepen
mensen. De concrete verschijningsvormen van taalvariatie worden
taalvariëteiten genoemd.
1 van 2
Begrippenlijst hoofdstuk 2
In deze begrippenlijst vind je de begrippen van de Kennisbasis Nederlandse taal die besproken
worden in hoofdstuk 2 van Portaal.
Fonologie Leer van het klanksysteem in een taal.
Functies van taal De verschillende gebruiksmogelijkheden van taal, zoals
communiceren of ordenen van de werkelijkheid (conceptualiseren).
Morfologie Leer van de wijze waarop in een taal woordvorming,
woordverbuiging en woordvervoeging tot stand komen. In de
morfologie onderscheidt men binnen woorden morfemen: de
kleinste betekenisdragende eenheden in taal.
Orthografie De wijze van de schriftelijke weergave van een taal, de spelling.
Pragmatiek De studie naar het gebruik van taal in communicatieve situaties,
bijvoorbeeld het gebruik van u of je.
Schooltaalwoorden Woorden die specifiek in onderwijsleersituaties worden gebruikt,
zoals conclusie en tenzij.
Semantiek Studie naar betekenissen en betekenisrelaties in talen. De
betekenisrelaties spelen zich voor een groot deel af op woordniveau
en zinsniveau.
Signaalwoorden Woorden die de lezer informatie verschaffen over de taal- en
denkrelaties in een tekst, zoals bovendien en desondanks.
Syntaxis De leer van de zinsbouw. In de syntaxis onderscheidt men binnen de
zin zinsdelen en woordgroepen.
Taal Taal is een systeem dat deel uitmaakt van ons kennissysteem en dat
een middel vormt tot communicatie.
Taalachterstand Een relatief laag taalvaardigheidsniveau in vergelijking met
moedertaalsprekers van ongeveer dezelfde leeftijd.
Taalvariatie De verscheidenheid in taalgebruik tussen mensen en groepen
mensen. De concrete verschijningsvormen van taalvariatie worden
taalvariëteiten genoemd.
1 van 2