Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Week 4 OVV-1 Literatuur ZSO + college aantekeningen

Beoordeling
3.5
(2)
Verkocht
1
Pagina's
28
Geüpload op
02-09-2019
Geschreven in
2018/2019

Samenvatting van alle stof uit week 4 van het vak OVV-1. Handig om te gebruiken als leerstof voor het tentamen. Zowel de literatuur samengevat voor de ZSO als college aantekeningen.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Week 4 OVV

ZSO: Normale ontwikkeling van het kind
Ter voorbereiding op HC ‘De normale ontwikkeling van het kind’.
https://assets.ncj.nl/docs/a4123c31-dbdd-4c65-9ed7-159ca58f57bd.pdf
= van Wiechen ontwikkelingsonderzoek.

Leerdoelen, de student kan:
 De verschillende aspecten van de normale cognitieve en bio-psychosociale ontwikkeling en
de ontwikkelingstaken bij de verschillende ontwikkelingsfasen beschrijven (0-6 jaar, 6-12
jaar, 12-18 jaar).
 De verschillende modellen van normale ontwikkeling uitleggen.
 De normale ontwikkeling, ontwikkelingstaken en ontwikkelingsmodellen
 Sensitieve perioden (kan je goed taal en spreken leren).


Normale ontwikkeling
- Kennis normale ontwikkeling nodig om psychopathologie te begrijpen.
- Sensitieve perioden: periode waarin een kind goed een taal kan leren en spreken.
- Individuele variatie: verschilt per kind of het normaal is voor die leeftijd of psychopathologie.

Ontwikkelingsmodellen
= theoretiseren over het kind en zijn omgeving, in hoeverre deze op elkaar inwerken tijdens
ontwikkeling. Er bestaan 3 modellen waarvan alle andere zijn afgeleid:

1. Trekmodel
- Gaat uit dat de ontwikkeling van het kind bepaald wordt door individuele karakteristieken.
- Houdt geen rekening met effecten van omgeving van het kind.
- Trek (trait): moet worden gezien als aangeboren kenmerk, kan ook verworven eigenschap
zijn zoals coping vaardigheden.
 Als trek is gevestigd, dan blijft deze volgens dit model relatief onbeïnvloedbaar.
- Momenteel wordt dit model verworpen: te veel evidentie dat de omgeving wel degelijk van
invloed is gedurende hele levensloop kind.

2. Omgevingsmodel
- Volgens deze beïnvloeden externe omgevingsfactoren de ontwikkeling van het kind.
Minimaal de volgende contexten die hierbij een rol spelen:
 Prenatale omgeving
 Opvoeding
 School
 Leeftijdgenoten
- De omgeving heeft de belangrijkste invloed op het sociaal-emotioneel functioneren bij de
sterkste variant van dit model, als omgeving verandert > verandert het individu ook.
- Variant op omgevingsmodel: ecologische modellen.
 Bronfenbrenner: maakt onderscheid tussen contexten op micro-, meso- en macroniveau.
 Belsky doet vooral onderzoek naar vroege rol van omgeving tijdens eerste levensjaren op
psychopathologie bij het kind.

3. Interactiemodel
- Volgens dit model bepalen zowel het kind als zijn omgeving de loop van ontwikkeling.
 Centraal de gedachte dat gedrag wordt gevormd door its adaptive adaptibility.

,  De stabiliteit en verandering in het kind moeten steeds worden gezien als functie van
kind kenmerken en omgevingskenmerken die in actieve wisselwerking met elkaar staan.
- Variant op dit model:
 Goodness of fit-model: kindkenmerken interacteren met omgevingskenmerken en
produceren zo nieuw gedrag. De trekken, noch de omgeving veranderen door deze
interactie.
 Het transactioneel model: stelt men dat trekken van het kind met zijn omgeving
interacteren en dat beide als gevolg van die interactie veranderen.



Cognitieve ontwikkeling (Sociaal-emotionele ontwikkeling)

Model van Piaget
- Ontwikkeling denkvermogen kind volgt zich op in fasen.
- Onderwijs volgens de ontwikkeling.
o Je moet het kind niet overvragen, bied iets aan op het niveau van het kind.
- Onderscheidt assimilatie (passieve aanpassing) en accommodatie (actieve aanpassing).
Conservatiebegrip= Voor dit onderzoek liet Piaget kinderen twee glazen zien van dezelfde omvang
en vulde die met gelijke hoeveelheden water. In het bijzijn van het kind werd vervolgens de inhoud
van een van die glazen overgegoten in een smaller glas. Kinderen die nog geen conservatievermogen
hebben, beweren stellig dat in het smalle glas nu meer water zit. Het feit dat ze gezien hebben dat in
beide glazen toch eerst evenveel water zat helpt jonge kinderen niet dit probleem op te lossen.
Vanaf een jaar of vijf, zes zullen kinderen sterk gaan twijfelen en uiteindelijk tot de conclusie komen
dat de hoeveelheid water gelijk gebleven is.

Fasen
1. Sensomotorische fase (0-2 jaar):
- Lichamelijke ontwikkeling: voelen, proeven
- Ontwikkeling motoriek (grove motoriek)
- Ontwikkeling objectpermanentie in het eind van deze fase (als het voorwerp niet gezien
wordt, is het er nog wel)
2. Pre-operationele fase (2-7 jaar):
- Ontwikkeling spreken en motoriek (fijne motoriek)
- Ontwikkeling van het ik, egocentrisme (het kind staat in deze tijd centraal)
- Animisme. Levenloze dingen worden als kind als levend gezien.
- Kunnen nog slechts op 1 ding concentreren.
3. Concreet-operationele fase (7-11 jaar):
- Besef ontwikkeling vergelijken lengte en hoeveelheid, conservatie-proef (zien nu ook de
grootte, in plaats van in de vorige fase alleen de hoeveelheid)
o Bv. nu 2 dropjes geven en kijken of het kind dit meer vindt dan 1 dropje die even
groot is als de 2 bij elkaar.
- Ontwikkeling ordenen, tellen en rekenen
- Nu op meerdere dingen tegelijk kunnen richten
4. Formeel-operationele fase (vanaf 11 jaar):
- Ontwikkeling abstract denken
- Leren logisch te denken en conclusies te trekken

Model van Vygotsky
- Denkvermogen ontwikkelt zich vanuit sociale context (wat je aangereikt krijgt).
- Zone van de naaste ontwikkeling.

, - Onderwijs gaat de ontwikkeling voor.
o Kind wordt iets overvraagd, kind trekt zich hierop aan (bied iets aan wat al iets
moeilijk is voor het kind, niet wat het al kan).

Model van Bowlby
- Bij gevaar zoekt kind bescherming bij vertrouwde volwassenen: gehechtheid zoeken.
- Ervaringen met de manier waarop volwassen reageren, leiden tot een bepaald type
gehechtheid (veilig of onveilig).
 Ouders gaan in op behoeften van kind:
o Kind mogelijkheid geven om te vallen.
o Over bescherming: kinderen worden te angstig.
o Op ze letten, helpen, plezier delen.
- Ouders nodig voor troost en bescherming.

Still-fase project
- Eerst spelen met het kind en veel aandacht geven.
- Daarna niet meer reageren op de baby, baby probeert alle aandacht te krijgen van de
moeder.



Ontwikkelingsfasen

Ontwikkeling 1e jaar
- Lichamelijk
 50% toename lengte
 Geboortegewicht verdrievoudigd
 8 maanden zitten zonder steun
- Cognitief
 Reflexmatig gedrag, na 1 maand doelgerichte gedragingen
 Vanaf 5 maanden: objectpermanentie
 Sensomotorische fase: waarnemen en handelen staan centraal
 8 maanden: objectpermanentie
 Vanaf 6 maanden: geluiden lijken steeds meer op spraak
 10 à 11 maanden: joint attention

- Sociaal-emotioneel
 Rond 6 maanden activering gehechtheidssysteem.


Ontwikkeling peuter 1-3 jaar
- Lichamelijk
 Geboortegewicht viervoudige.
 Halverwege 2e jaar: toren van 3 blokjes bouwen, zelf zitten en loslopen.
 Einde 2e jaar: hardlopen en bal schoppen.
- Cognitief
 Pre-operationele fase: kind leert dat het een eigen kind is, egocentrisme.
 2e helft 2e jaar: gemiddeld 100 woorden.
- Sociaal-emotioneel
 Kan iets niet krijgen: instrumentele agressie.
 Einde 2e jaar: zelfherkenning.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
2 september 2019
Aantal pagina's
28
Geschreven in
2018/2019
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.36
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
6 jaar geleden

6 jaar geleden

3.5

2 beoordelingen

5
0
4
1
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
juliajongejan98 Universiteit van Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
219
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
101
Documenten
112
Laatst verkocht
1 jaar geleden

4.2

63 beoordelingen

5
28
4
19
3
16
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen