Leerdoelen fysiologie Thema 6
Week 1
Kan de belangrijkste neurologische, neuropsychologische en psychologische aandoeningen na CVA benoemen
Voorkennis:
4 Verschillende lobben:
Frontale lob: motoriek
Pariëtale lob: sensorisch van het lichaam: proprioceptie
Occipitale lob: sensorisch/ zien visueel
Temporale lob: sensorisch/ auditief (voor geluid)
Hersenbeschadiging (CVA)
Er zijn drie domeinen van stoornissen:
1. Neurologisch
2. Neuropsychologisch
3. Psychologisch
Deze domeinen hebben invloed op de motoriek en op de sensoriek aanvankelijk van de aandoening à Vb Primair: parese =
motorisch & anestesie= sensorisch
Elke sensorische gebied/lob heeft:
Primair gebied: waarnemen
Secundair gebied herkennen
Tertiar gebied: interpretatie & combineren (geen apart gebied, maar ligt ongeveer in het midden)
Elke motorische gebied/ lob heeft:
Primair gebied: aansturing/ somatotopie (sturen naar de juiste locatie)
Secundair gebied: maken van beweeg plan = planning
Tertiar gebied: bedenken hoe je gaat handelen/ wat ga ik doen
,1. Neurologisch: Primaire schors (waarnemen alle 5 zintuigen: proeven, zien, ruiken, voelen horen)
Parese: Gedeeltelijke verlamming à frontale lob
Paralyse: Volledige verlamming à frontale lob
Anesthesie: Zorgt voor een verdoofd gevoel qua tast à pariëtale lob
Anesthesie: sensorisch
Anopsie: Niet kunnen zien à occipitale lob
Anopsie: sensorisch
2. Neuropsychologisch: secundaire schors
Afasie: taalstoornis (Broca of Wernicke)
Broca: Motorische afasie: Komt niet uit je woorden à Frontale lob
Wernicke: Sensorische afasie: Weet niet wat hij zegt, geeft niet het goede antwoord op de vraag à Temporale lob
Agnosie: Verlies van vermogen om personen, voorwerpen, geluiden & geuren te herkennen. (bv. tactiel(voelen),
visueel(zien), akoestisch(horen))
Agnosie= Sensorisch
Apraxie: Problemen met doelgerichte bewegingen àfrontale lob
Apraxie= motorisch
3. Psychologisch: Breder verspreid in de hersenen met name
frontale lob: tertiare schors
Gedrag
Stemming
Persoonlijkheid
, Kan het verschil in functie tussen de verschillende sensorische schorsgebieden (primair, secundair, tertiair)
uitleggen.
Elke sensorische gebied/lob heeft:
Primair gebied: waarnemen
Secundair gebied: herkennen
Tertiar gebied: interpretatie & combineren (geen apart gebied, maar ligt ongeveer in het midden)
Je hoort een vogel fluiten à info komt binnen op de primair auditieve schors.
Je ziet daarna de vogel à info komt binnen op de primair visuele schors
Op hetzelfde moment raakt iemand je aan à info komt binnen op de primair
somatosensorische schors (gyrus postcentralis) à de contouren van de
prikkel worden hier herkenbaar, maar je kan ze nog niet plaatsen.
Vervolgens komt al deze info aan op de secundaire schors (niet aangewezen
op de afbeelding maar zit om de primaire schors heen) à hier wordt de
prikkel gecategoriseerd à je weet dat je een vogel hebt gezien en/of
gehoord.
De prikkel gaat verder naar de tertiaire sensorische schors à alle prikkels
komen hier samen en je gaat ze met elkaar verbinden (associëren) à
Hierdoor herken je het vogeltje: een mus
Kan het verschil in functie tussen de verschillende motorische
schorsgebieden (primair, secundair, tertiair) uitleggen
Elke motorische gebied/ lob heeft:
Primair gebied: aansturing/ somatotopie (sturen naar de juiste locatie)
Secundair gebied: maken van beweeg plan
Tertiar gebied: bedenken hoe je gaat handelen/ wat ga ik doen
, Bij motoriek is het precies andersom. Je wilt een balletje gaan gooien, dit wordt verzonnen in het tertiare motorische schors à
dan gaat het door naar secundaire motorische schors: hier wordt er een beweegprogramma gemaakt àVervolgens gaat het
door naar de primair motorische schors en deze zorgen voor de aansturing van de spieren.
Hogere sensorische schorsgebieden
Voorbeeld, je loopt langs een schoolplein, en je ziet kinderen die aan het voetballen zijn. Op een gegeven moment hoor je een knal.
Vervolgens zie je iets ronds, die prikkel wordt omgezet van primair auditief omgezet naar secundair auditief, dus de knal komt van
iemand die tegen de bal geschopt heeft. Ook gaat het primair visueel omgezet naar secundair visueel, je ziet een bal die richting
jou komt. Je voelt iets hards tegen je hoofd aan komen, de bal komt tegen je hoofd aan en de informatie gaat naar het tertiaire
schors waar je het gaat herkennen en je er een emotie aan gaat binden, dus je vindt het bijvoorbeeld heel irritant omdat je dit al
vaker hebt meegemaakt waardoor er een handeling op volgt.
Kan beredeneren welke symptomen kunnen duiden op een stoornis in één van deze cortexgebieden
Hersen- Locatie van Normale functie Stoornis Beperking (er zijn hierbij verschillende
gebied laesie antwoorden mogelijk)
1. Linker hemisfeer, Motoriek gezicht (evt. Hemiparese of hemiplegie Bijv. onhandige uitvoeringen tijdens eten
frontale lob, arm) rechts rechterarm gezicht/arm
primair
motorische cortex
2. Linker hemisfeer, Taalgebruik Afasie van Broca / Moeilijk uit je woorden komen. Moeilijk
frontale lob, motorische afasie / een gesprek kunnen voeren
gebied van Broco expressieve afasie
3. Linker hemisfeer, Sensoriek (tast + Hemianesthesie Slepen met been, moeite met lopen,
pariëtale lob, propriocepsis) been + moeite met rompstabiliteit
primair romp
somatosensorisc
he cortex
4. Linker hemisfeer, Herkennen van beelden Visuele agnosie Het visueel niet kunnen herkenning van
occipitale lob, objecten of soms zelfs gezichten
secundair visuele (prosopagnosie)
cortex
5. Linker hemisfeer, Begrip van taal Afasie van Wernicke / (gesproken) taal niet goed begrijpen
Week 1
Kan de belangrijkste neurologische, neuropsychologische en psychologische aandoeningen na CVA benoemen
Voorkennis:
4 Verschillende lobben:
Frontale lob: motoriek
Pariëtale lob: sensorisch van het lichaam: proprioceptie
Occipitale lob: sensorisch/ zien visueel
Temporale lob: sensorisch/ auditief (voor geluid)
Hersenbeschadiging (CVA)
Er zijn drie domeinen van stoornissen:
1. Neurologisch
2. Neuropsychologisch
3. Psychologisch
Deze domeinen hebben invloed op de motoriek en op de sensoriek aanvankelijk van de aandoening à Vb Primair: parese =
motorisch & anestesie= sensorisch
Elke sensorische gebied/lob heeft:
Primair gebied: waarnemen
Secundair gebied herkennen
Tertiar gebied: interpretatie & combineren (geen apart gebied, maar ligt ongeveer in het midden)
Elke motorische gebied/ lob heeft:
Primair gebied: aansturing/ somatotopie (sturen naar de juiste locatie)
Secundair gebied: maken van beweeg plan = planning
Tertiar gebied: bedenken hoe je gaat handelen/ wat ga ik doen
,1. Neurologisch: Primaire schors (waarnemen alle 5 zintuigen: proeven, zien, ruiken, voelen horen)
Parese: Gedeeltelijke verlamming à frontale lob
Paralyse: Volledige verlamming à frontale lob
Anesthesie: Zorgt voor een verdoofd gevoel qua tast à pariëtale lob
Anesthesie: sensorisch
Anopsie: Niet kunnen zien à occipitale lob
Anopsie: sensorisch
2. Neuropsychologisch: secundaire schors
Afasie: taalstoornis (Broca of Wernicke)
Broca: Motorische afasie: Komt niet uit je woorden à Frontale lob
Wernicke: Sensorische afasie: Weet niet wat hij zegt, geeft niet het goede antwoord op de vraag à Temporale lob
Agnosie: Verlies van vermogen om personen, voorwerpen, geluiden & geuren te herkennen. (bv. tactiel(voelen),
visueel(zien), akoestisch(horen))
Agnosie= Sensorisch
Apraxie: Problemen met doelgerichte bewegingen àfrontale lob
Apraxie= motorisch
3. Psychologisch: Breder verspreid in de hersenen met name
frontale lob: tertiare schors
Gedrag
Stemming
Persoonlijkheid
, Kan het verschil in functie tussen de verschillende sensorische schorsgebieden (primair, secundair, tertiair)
uitleggen.
Elke sensorische gebied/lob heeft:
Primair gebied: waarnemen
Secundair gebied: herkennen
Tertiar gebied: interpretatie & combineren (geen apart gebied, maar ligt ongeveer in het midden)
Je hoort een vogel fluiten à info komt binnen op de primair auditieve schors.
Je ziet daarna de vogel à info komt binnen op de primair visuele schors
Op hetzelfde moment raakt iemand je aan à info komt binnen op de primair
somatosensorische schors (gyrus postcentralis) à de contouren van de
prikkel worden hier herkenbaar, maar je kan ze nog niet plaatsen.
Vervolgens komt al deze info aan op de secundaire schors (niet aangewezen
op de afbeelding maar zit om de primaire schors heen) à hier wordt de
prikkel gecategoriseerd à je weet dat je een vogel hebt gezien en/of
gehoord.
De prikkel gaat verder naar de tertiaire sensorische schors à alle prikkels
komen hier samen en je gaat ze met elkaar verbinden (associëren) à
Hierdoor herken je het vogeltje: een mus
Kan het verschil in functie tussen de verschillende motorische
schorsgebieden (primair, secundair, tertiair) uitleggen
Elke motorische gebied/ lob heeft:
Primair gebied: aansturing/ somatotopie (sturen naar de juiste locatie)
Secundair gebied: maken van beweeg plan
Tertiar gebied: bedenken hoe je gaat handelen/ wat ga ik doen
, Bij motoriek is het precies andersom. Je wilt een balletje gaan gooien, dit wordt verzonnen in het tertiare motorische schors à
dan gaat het door naar secundaire motorische schors: hier wordt er een beweegprogramma gemaakt àVervolgens gaat het
door naar de primair motorische schors en deze zorgen voor de aansturing van de spieren.
Hogere sensorische schorsgebieden
Voorbeeld, je loopt langs een schoolplein, en je ziet kinderen die aan het voetballen zijn. Op een gegeven moment hoor je een knal.
Vervolgens zie je iets ronds, die prikkel wordt omgezet van primair auditief omgezet naar secundair auditief, dus de knal komt van
iemand die tegen de bal geschopt heeft. Ook gaat het primair visueel omgezet naar secundair visueel, je ziet een bal die richting
jou komt. Je voelt iets hards tegen je hoofd aan komen, de bal komt tegen je hoofd aan en de informatie gaat naar het tertiaire
schors waar je het gaat herkennen en je er een emotie aan gaat binden, dus je vindt het bijvoorbeeld heel irritant omdat je dit al
vaker hebt meegemaakt waardoor er een handeling op volgt.
Kan beredeneren welke symptomen kunnen duiden op een stoornis in één van deze cortexgebieden
Hersen- Locatie van Normale functie Stoornis Beperking (er zijn hierbij verschillende
gebied laesie antwoorden mogelijk)
1. Linker hemisfeer, Motoriek gezicht (evt. Hemiparese of hemiplegie Bijv. onhandige uitvoeringen tijdens eten
frontale lob, arm) rechts rechterarm gezicht/arm
primair
motorische cortex
2. Linker hemisfeer, Taalgebruik Afasie van Broca / Moeilijk uit je woorden komen. Moeilijk
frontale lob, motorische afasie / een gesprek kunnen voeren
gebied van Broco expressieve afasie
3. Linker hemisfeer, Sensoriek (tast + Hemianesthesie Slepen met been, moeite met lopen,
pariëtale lob, propriocepsis) been + moeite met rompstabiliteit
primair romp
somatosensorisc
he cortex
4. Linker hemisfeer, Herkennen van beelden Visuele agnosie Het visueel niet kunnen herkenning van
occipitale lob, objecten of soms zelfs gezichten
secundair visuele (prosopagnosie)
cortex
5. Linker hemisfeer, Begrip van taal Afasie van Wernicke / (gesproken) taal niet goed begrijpen