H11.1 kostenstructuur
Vaste kosten <-> variabele kosten
Er bestaan 3 soorten variabele kosten:
1. Proportioneel
2. Progressief
3. Degressief
Directe kosten: kosten zijn wel verbonden aan het productieproces, denk aan grondstoffen,
materiaal, onderdelen en directe arbeid zoals afdeling inkoop/verkoop.
Indirecte kosten: zijn niet verbonden aan het productieproces, denk aan gas, water, licht,
afschrijvingen, algemeen personeel en verzekeringen.
H11.2 Break-evenanalyse
- Break-evenafzet = Vaste kosten / (verkoopprijs – variabele kosten per eenheid)
(ook wel; q = C / (p – v))
- Break-evenomzet = Break-evenafzet * verkoopprijs
- Dekkingsbijdrage = (p-v), verkoopprijs – variabele kosten per eenheid
Veiligheidsmarge is hoe ver (in procenten) ligt de omzet boven het break-even niveau.
, H11.3 de hefboomwerking van de kostenstructuur
De hefboomwerking van de kostenstructuur geeft aan in welke mate de winst toeneemt bij een
toename van de afzet.
Voorbeeld:
De afzet neemt toe met een bepaald percentage, stel 10%. De totale kosten nemen toe met slechts
5%. De totale opbrengsten stijgen sneller: winst neemt toe met 20%. Hefboomwerking van de
kostenstructuur; een factor 4 ((5%) -> 20%)
Hefboom: een kleine verandering van de afzet heeft een groot effect op de winst.
Het indifferentiepunt: vergelijking waarin bij een bepaalde afzet hoeveelheid evenveel winst wordt
gemaakt.
Formule hiervoor is; verschil in constante kosten / verschil in variabele kosten per eenheid
Hoofdstuk 12
De integrale kostprijs is een kostprijs van een product, waarin zowel variabele als vaste kosten zijn
verwerkt.
Integrale kostprijs = tarief voor vaste kosten + tarief voor variabele kosten
Formule: C/N + V/W
- C = constante kosten in een bepaalde periode
- N = de normale bezetting. Dat is de gemiddelde bezetting van de capaciteit, die voor de
eerstkomende jaren wordt verwacht. (voor een aantal jaren vastgesteld. N = alleen te
gebruiken bij constante kosten).
- V = de totale variabele kosten voor een bepaalde periode, bijvoorbeeld een maand.
- W = de werkelijke bezetting of de verwachte bezetting op de korte termijn.
Integrale kostprijs = constante kosten/de normale bezetting + variabele kosten/werkelijke bezetting
Kostprijs = C + V = per stuk
Fabricage kosten = constante productie kosten/normale productie +
variabele productiekosten/werkelijke productie
Verkoopkosten = constante verkoopprijs per stuk/normale afzet + variabele verkoopprijs/werkelijke
afzet
Transactie resultaat = afzet * (verkoopprijs – kostprijs)
Bezettingsresultaat = (W-N) * C/N (= positief of negatief)
- productie -> (W productie – N productie) * C productie kosten/N van de productie
- afzet -> (W afzet – N afzet) * C verkoopkosten/ N afzet