Thema 3
Can callous-unemotional traits enhance the understanding, diagnosis, and treatment of
serious conduct problems in children and adolescents? A comprehensive review - Frick
Doel artikel:
- Review van onderzoek naar ongevoelige en niet-emotionele (CU) eigenschappen
voor het aanwijzen van een belangrijke subgroep kinderen en volwassenen met
ernstige gedragsproblemen
Cognitieve karakteristieken:
- Kinderen en adolescenten met gedragsproblemen en niet-normatieve levels van CU
eigenschappen verschillen van jongeren met gedragsproblemen door:
o Abnormaliteiten in het verwerken van punishment cues
o Meer deviante sociale doelen
o Tekorten in affectieve empathie te laten zien
- Tekorten in cognitieve empathie en cognitief perspectief nemen zijn niet consistent
gevonden bij mensen met verhoogde CU eigenschappen
- Adolescenten met zowel gedragsproblemen als verhoogde CU eigenschappen
waren:
o Minder verslechterd in hun verbale vaardigheden
o Minder kans op een gewelddadige attributie bias
o Meer flexibiliteit in het ontwikkelingen van oplossingen in sociale situaties
➔ In vergelijking met adolescenten met alleen gedragsproblemen
o Bovenstaande is niet gevonden in alle studies → meer onderzoek is nodig
Emotionele karakteristieken:
- Tekorten op responsiviteit tot en herkenning van cues van angst en verdriet in
anderen
- Een studie geeft de suggestie dat de tekorten in het herkennen van stress in anderen
bij jongens met CU gerelateerd kan zijn aan het niet maken van oogcontact met
anderen → dit kan waarschijnlijk verholpen worden met specifieke instructies
Biologische correlaten:
- De biologische markers zijn specifiek tot CU eigenschappen en niet gerelateerd aan
andere ernstige gedragsproblemen in het algemeen
- Tekorten in de amygdala en de verbindingen hiervan met de prefrontale cotex
kunnen ook gerelateerd zijn aan CU eigenschappen
- Hoog CU → minder emotionele reactiviteit bepaalde stimuli
Temperament en persoonlijkheid:
- CU eigenschappen zijn geassocieerd met lagere levels angst en anxiety
o Ernstige gedragsproblemen zijn positief geassocieerd met anxiety
o Deze differentiële associatie tussen angst, gecombineerd met een positieve
correlatie tussen CU eigenschappen en gedragsproblemen, leidt vaak tot een
suppressor effect wanneer alle drie de variabelen samen bestudeerd worden
▪ De positieve correlatie tussen gedragsproblemen en anxiety wordt
vaak groter wanneer er gecontroleerd wordt voor CU eigenschappen
▪ De negatieve associatie tussen anxiety en CU eigenschappen wordt
vaak nog negatiever wanneer gecontroleerd wordt voor
gedragsproblemen
, - Kinderen met hoge CU eigenschappen laten lagere levels van anxiety zien, wat de
suggestie geeft dat ze minder stress ervaren bij de effecten van hun gedragingen op
hunzelf en anderen = minder angstig van eigen gedrag (boeit minder, minder last)
Ouderschap en peer risicofactoren:
- Harsh en dwingend ouderschap heeft sterkere associaties met gedragsproblemen
met kinderen zonder hoge levels CU
o Dit ondersteunt het idee dat deze twee groepen (CU en gedragsproblemen
apart) verschillende etiologische factoren hebben
o Dit onderzoek geeft niet de suggestie dat ouderschap onbelangrijk is voor
kinderen en adolescenten met verhoogde CU eigenschappen
▪ Sommige studies zeggen dat warmte direct en negatief gerelateerd is
aan CU eigenschappen of aan gedragsproblemen bij kinderen en
jongeren met verhoogde CU eigenschappen
▪ Er kunnen subgroepen zijn van kinderen en adolescenten met
verhoogde CU van wie de problemen waarschijnlijk een resultaat zijn
vaan harsch en mishandelend onderschap
- Kinderen en adolescenten met hoog CU associeren zichzelf vader met delinquente
en antisociale peers → meer dan mensen met alleen gedragsproblemen
- Hoge CU en hoge angst → vaker seksueel misbruik meegemaakt / mishandeling
Clinical and predictive utility van CU eigenschappen:
- Het laten zien van hogere psychopatische eigenschappen, waaronder CU
eigenschappen, in de kindertijd lijkt een gemiddeld risico met zich meet e brengen
voor het laten zien van psychopatische eigenschappen in de volwassenheid
Implicaties voor de diagnostische classificatie:
- Er zijn gegronde zorgen over potentiële stigmatiserende effecten van diagnostische
labels die geplakt worden op antisociaal gedrag en eigenschappen, vooral in
forensische settings
- Een diagnostische term moet duidelijk beschrijvend zijn van het construct, maar moet
stigmatisering limiteren → in de DSM-5 heet het daarom: beperkte pro-sociale
emoties
Behandeling:
- Kinderen en jongeren met CU eigenschappen en gedragsproblemen zijn een moeilijk
behandelbare groep
- Bepaalde intensieve interventies kunnen het level van antisociaal gedrag
verminderen (minder gedragsproblemen, agressie en delinquentie) van kinderen en
jongeren met CU eigenschappen
o Weinig onderzoek heeft zich gefocust op CU eigenschappen zelf reageren op
de behandeling
- Als interventies intensief én aangepast zijn aan de unieke emotionele, cognitieve en
motivationele stijl van kinderen en adolescenten met CU kunnen behandelingen
effect zijn
Samenvatting:
- Veel steun voor de potentiële rol van CU-eigenschappen in het aanwijzen van een
etiologisch te onderscheiden subgroep van kinderen en volwassenen met ernstige
gedragsproblemen
- Het gebruik van gedragsmetingen, samen met psychofysiologische indexen, jongeren
met ernstige gedragsproblemen en verhoogde CU-eigenschappen laten tekorten zien
in hun reactie tot punishment cues en in hun emotionele respons tot tekenen van
angst en stress in anderen
Can callous-unemotional traits enhance the understanding, diagnosis, and treatment of
serious conduct problems in children and adolescents? A comprehensive review - Frick
Doel artikel:
- Review van onderzoek naar ongevoelige en niet-emotionele (CU) eigenschappen
voor het aanwijzen van een belangrijke subgroep kinderen en volwassenen met
ernstige gedragsproblemen
Cognitieve karakteristieken:
- Kinderen en adolescenten met gedragsproblemen en niet-normatieve levels van CU
eigenschappen verschillen van jongeren met gedragsproblemen door:
o Abnormaliteiten in het verwerken van punishment cues
o Meer deviante sociale doelen
o Tekorten in affectieve empathie te laten zien
- Tekorten in cognitieve empathie en cognitief perspectief nemen zijn niet consistent
gevonden bij mensen met verhoogde CU eigenschappen
- Adolescenten met zowel gedragsproblemen als verhoogde CU eigenschappen
waren:
o Minder verslechterd in hun verbale vaardigheden
o Minder kans op een gewelddadige attributie bias
o Meer flexibiliteit in het ontwikkelingen van oplossingen in sociale situaties
➔ In vergelijking met adolescenten met alleen gedragsproblemen
o Bovenstaande is niet gevonden in alle studies → meer onderzoek is nodig
Emotionele karakteristieken:
- Tekorten op responsiviteit tot en herkenning van cues van angst en verdriet in
anderen
- Een studie geeft de suggestie dat de tekorten in het herkennen van stress in anderen
bij jongens met CU gerelateerd kan zijn aan het niet maken van oogcontact met
anderen → dit kan waarschijnlijk verholpen worden met specifieke instructies
Biologische correlaten:
- De biologische markers zijn specifiek tot CU eigenschappen en niet gerelateerd aan
andere ernstige gedragsproblemen in het algemeen
- Tekorten in de amygdala en de verbindingen hiervan met de prefrontale cotex
kunnen ook gerelateerd zijn aan CU eigenschappen
- Hoog CU → minder emotionele reactiviteit bepaalde stimuli
Temperament en persoonlijkheid:
- CU eigenschappen zijn geassocieerd met lagere levels angst en anxiety
o Ernstige gedragsproblemen zijn positief geassocieerd met anxiety
o Deze differentiële associatie tussen angst, gecombineerd met een positieve
correlatie tussen CU eigenschappen en gedragsproblemen, leidt vaak tot een
suppressor effect wanneer alle drie de variabelen samen bestudeerd worden
▪ De positieve correlatie tussen gedragsproblemen en anxiety wordt
vaak groter wanneer er gecontroleerd wordt voor CU eigenschappen
▪ De negatieve associatie tussen anxiety en CU eigenschappen wordt
vaak nog negatiever wanneer gecontroleerd wordt voor
gedragsproblemen
, - Kinderen met hoge CU eigenschappen laten lagere levels van anxiety zien, wat de
suggestie geeft dat ze minder stress ervaren bij de effecten van hun gedragingen op
hunzelf en anderen = minder angstig van eigen gedrag (boeit minder, minder last)
Ouderschap en peer risicofactoren:
- Harsh en dwingend ouderschap heeft sterkere associaties met gedragsproblemen
met kinderen zonder hoge levels CU
o Dit ondersteunt het idee dat deze twee groepen (CU en gedragsproblemen
apart) verschillende etiologische factoren hebben
o Dit onderzoek geeft niet de suggestie dat ouderschap onbelangrijk is voor
kinderen en adolescenten met verhoogde CU eigenschappen
▪ Sommige studies zeggen dat warmte direct en negatief gerelateerd is
aan CU eigenschappen of aan gedragsproblemen bij kinderen en
jongeren met verhoogde CU eigenschappen
▪ Er kunnen subgroepen zijn van kinderen en adolescenten met
verhoogde CU van wie de problemen waarschijnlijk een resultaat zijn
vaan harsch en mishandelend onderschap
- Kinderen en adolescenten met hoog CU associeren zichzelf vader met delinquente
en antisociale peers → meer dan mensen met alleen gedragsproblemen
- Hoge CU en hoge angst → vaker seksueel misbruik meegemaakt / mishandeling
Clinical and predictive utility van CU eigenschappen:
- Het laten zien van hogere psychopatische eigenschappen, waaronder CU
eigenschappen, in de kindertijd lijkt een gemiddeld risico met zich meet e brengen
voor het laten zien van psychopatische eigenschappen in de volwassenheid
Implicaties voor de diagnostische classificatie:
- Er zijn gegronde zorgen over potentiële stigmatiserende effecten van diagnostische
labels die geplakt worden op antisociaal gedrag en eigenschappen, vooral in
forensische settings
- Een diagnostische term moet duidelijk beschrijvend zijn van het construct, maar moet
stigmatisering limiteren → in de DSM-5 heet het daarom: beperkte pro-sociale
emoties
Behandeling:
- Kinderen en jongeren met CU eigenschappen en gedragsproblemen zijn een moeilijk
behandelbare groep
- Bepaalde intensieve interventies kunnen het level van antisociaal gedrag
verminderen (minder gedragsproblemen, agressie en delinquentie) van kinderen en
jongeren met CU eigenschappen
o Weinig onderzoek heeft zich gefocust op CU eigenschappen zelf reageren op
de behandeling
- Als interventies intensief én aangepast zijn aan de unieke emotionele, cognitieve en
motivationele stijl van kinderen en adolescenten met CU kunnen behandelingen
effect zijn
Samenvatting:
- Veel steun voor de potentiële rol van CU-eigenschappen in het aanwijzen van een
etiologisch te onderscheiden subgroep van kinderen en volwassenen met ernstige
gedragsproblemen
- Het gebruik van gedragsmetingen, samen met psychofysiologische indexen, jongeren
met ernstige gedragsproblemen en verhoogde CU-eigenschappen laten tekorten zien
in hun reactie tot punishment cues en in hun emotionele respons tot tekenen van
angst en stress in anderen