Blok 1 – Psychodiagnostiek in de midden-kindertijd en adolescentie
Thema 1
Executive dysfunction in autism – Hill (2004)
Doel artikel:
- Review van cognitieve gedragsstudies naar plannen, mentale flexibiliteit en inhibitie
in autisme
Executief functioneren:
- Overkoepelende term voor functies als plannen, werkgeheugen, impuls controle,
inhibitie en mentale flexibiliteit
- Initiëren en het monitoren van acties
- Deze functies zijn vaak slechter bij individuen die schade hebben in een frontale
kwabben of als zij neurologische ontwikkelingsstoornissen hebben
o ADHD
o OCD
o Tourettes
o ASS
- Executief disfunctioneren, kan ook worden geobserveerd in niet-frontale
hersengebieden
ASS:
- Ontwikkelingsstoornis:
o Slechtere sociale interactie en communicatie
o Repetitief gedrag
o Beperkte interesses
- 3 keer meer mannen dan vrouwen
- Ongeveer 70% heeft een leerstoornis
Cognitieve theorieën over de link tussen hersenen en gedrag in autisme:
- Twee theorieën samen verklaren veel van de beperkingen en de pluspunten
geassocieerd met autisme → theory of mind deficit en weak central coherence
• Theory of mind deficit:
o TOM = de mogelijkheid om mentale staten zoals overtuigingen en
verlangens te identificeren, toe te schrijven aan anderen en te
manipuleren
o TOM ontwikkelt zich erg snel bij normale kinderen, erg langzaam bij
ASS → veel gebruikte test = Sally Anne test (mand, doos, bal plaatje)
o Hersennetwerken die actief zijn tijdens mentaliseren zijn veel minder
actief bij mensen met ASS
• Weak central coherence:
o Central coherence = een verwerkingsstijl
o Sterk: minder aandacht voor en geheugen van details
o Zwak: focus op details, in plaats van op de betekenis van het geheel
(mensen met ASS hebben een zwakke central coherence)
- Executief functioneren:
• Verklaard de herhaaldelijke gedragingen en beperkte interesses het best
,Executief functioneren in autisme:
- Planning:
• Complexe operatie waarin een volgorde van geplande acties constant
moeten worden gemonitord, geëvalueerd en geüpdatet
• Kinderen, adolescenten en volwassenen met autisme scoren slecht op
planning testen, zoals de tower of london:
o Mensen moeten schijven verplaatsen van een vooraf opgestelde
volgorde naar drie houtjes om een doel te matchen die is vastgesteld
door de onderzoeker. Dit moet gedaan in zo min mogelijk zetten en
door specifieke regels te volgen
o Deze beperking blijft bestaan over tijd
• Studie met een soortgelijke test (Stockings op Cambridge) → kinderen en
adolescenten met autisme werden vergelijken met 2 controle groepen (1 met
dezelfde leerstoornis, de andere met normaal ontwikkelende kinderen met
dezelfde verbale en non-verbale leeftijd als die van de autistische kinderen):
o De autistische groep deed het slechter dan de controlegroepen, maar
deze beperking was alleen zichtbaar als de puzzel om meerdere
volgordes van zetten vroeg
o Succes was positief gerelateerd aan de non-verbale mentale leeftijd
van de deelnemers
o Conclusie: algemeen vermogen heeft tenminste een beetje invloed
op het succesvol planningsvermogen → autisme kan een bijkomende
factor zijn. Autisme + een leerstoornis kan lijden tot een bijkomende
beperking
- Mentale flexibiliteit:
• Slechte mentale flexibiliteit:
o Dwingend stereotyperend gedrag en moeilijkheden in de regulatie en
modulatie van motorgedragingen
o Probleem in de mogelijkheid om over te schakelen naar een nieuwe
gedachten of acties volgens veranderingen in een situatie
o Test: Wisconsin Card Sorting Test (WCST)
Participant moet kaarten sorteren volgens kleur, vorm of aantal
volgens een onbesproken regel. De testleider vertelt of je de
regel goed volgt en wanneer je moet wisselen van regel
- Inhibitie:
• Autisten presteren vaak hetzelfde op de Stroop Test (test inhibite), maar ook
op andere testen die inhibitie testen, zoals Negative Priming en neutrale
inhibitie condities als de Go/No-Go taak
o Go/No-Go → cirkel en driehoek op een scherm:
Neutrale inhibitie: altijd reageren op dezelfde (Go) stimulus →
cirkel of driehoek
Prepotente inhibitie: go stimulus is tegenovergestelde van
degene in de neutrale inhibitie conditie → ASS vaak slechter
op prepotente respons
Flexibiliteitsconditie: wisselen van het ene patroon naar het
andere
o Negative priming:
Kijken hoe hoog het interference level is van een participant
wanneer de target de distractor wordt in een opvolgende trial
o Stop-signal:
Categorisatietaak
• Conclusie: verschillende soorten testen geven verschillende scores op
inhibitievaardigheden → de regels van sommige executieve testen lijken
arbitrair voor sommige autisten, dit lijkt de moeilijkheden te veroorzaken.
, Executieve testen die geen gebrek hebben aan een rationale worden wel
goed gemaakt
Taakcomplexiteit:
- Taakcomplexiteit kan de interpretatie van resultaten in de war laten gaan
• Taken zoals de WCST zijn multi-component processen en presenteren niet
alleen 1 aspect van executief verwerken
o Flexibiliteit, inhibitie, werkgeheugen en monitoring zijn betrokken bij
zo’n taak → er moet beter worden gekeken naar hoe iemand presteert
op elke aparte functie
Executief functioneren als diagnostische marker voor autisme?
- Studies vinden over het algemeen een specifiek patroon van executief
disfunctioneren die autisme onderscheid van andere stoornissen zoals ADHD
• ADHD ook verstoring in inhibitie, maar minder in planning
Suggesties voor beter onderzoek:
- Prestatie moet getest worden met:
• Grote range taken
• Duidelijke fases van vooruitgang
• Streng gematchte controle taken in goed gematchte controlegroepen
- Duidelijke conceptualisatie van hoe executief functioneren ontwikkelt door het leven
van autisten
Conclusie:
- Alle schoolgaande kinderen en volwassenen hebben een slechter executief
functioneren en een slechtere planning en laten een vorm van dwingend gedrag zien,
wat een beperking in mentale flexibiliteit laat zien
• Ze laten geen verslechterde inhibitie controle zijn per sé, maar ze laten wel
een verslechtere inhibitie zien op een prepotente respons in verschillende
gevallen → dit reflecteert wellicht de geforceerde applicatie van een
willekeurige regel
- Er is meer onderzoek nodig om het executieve systeem in autisme in kleinere
stukken op te splitsen om zo een grote range van executieve functies te
onderzoeken samen met hun neuro-anatomische correlaten over het leven van een
individu met autisme
Thema 1
Executive dysfunction in autism – Hill (2004)
Doel artikel:
- Review van cognitieve gedragsstudies naar plannen, mentale flexibiliteit en inhibitie
in autisme
Executief functioneren:
- Overkoepelende term voor functies als plannen, werkgeheugen, impuls controle,
inhibitie en mentale flexibiliteit
- Initiëren en het monitoren van acties
- Deze functies zijn vaak slechter bij individuen die schade hebben in een frontale
kwabben of als zij neurologische ontwikkelingsstoornissen hebben
o ADHD
o OCD
o Tourettes
o ASS
- Executief disfunctioneren, kan ook worden geobserveerd in niet-frontale
hersengebieden
ASS:
- Ontwikkelingsstoornis:
o Slechtere sociale interactie en communicatie
o Repetitief gedrag
o Beperkte interesses
- 3 keer meer mannen dan vrouwen
- Ongeveer 70% heeft een leerstoornis
Cognitieve theorieën over de link tussen hersenen en gedrag in autisme:
- Twee theorieën samen verklaren veel van de beperkingen en de pluspunten
geassocieerd met autisme → theory of mind deficit en weak central coherence
• Theory of mind deficit:
o TOM = de mogelijkheid om mentale staten zoals overtuigingen en
verlangens te identificeren, toe te schrijven aan anderen en te
manipuleren
o TOM ontwikkelt zich erg snel bij normale kinderen, erg langzaam bij
ASS → veel gebruikte test = Sally Anne test (mand, doos, bal plaatje)
o Hersennetwerken die actief zijn tijdens mentaliseren zijn veel minder
actief bij mensen met ASS
• Weak central coherence:
o Central coherence = een verwerkingsstijl
o Sterk: minder aandacht voor en geheugen van details
o Zwak: focus op details, in plaats van op de betekenis van het geheel
(mensen met ASS hebben een zwakke central coherence)
- Executief functioneren:
• Verklaard de herhaaldelijke gedragingen en beperkte interesses het best
,Executief functioneren in autisme:
- Planning:
• Complexe operatie waarin een volgorde van geplande acties constant
moeten worden gemonitord, geëvalueerd en geüpdatet
• Kinderen, adolescenten en volwassenen met autisme scoren slecht op
planning testen, zoals de tower of london:
o Mensen moeten schijven verplaatsen van een vooraf opgestelde
volgorde naar drie houtjes om een doel te matchen die is vastgesteld
door de onderzoeker. Dit moet gedaan in zo min mogelijk zetten en
door specifieke regels te volgen
o Deze beperking blijft bestaan over tijd
• Studie met een soortgelijke test (Stockings op Cambridge) → kinderen en
adolescenten met autisme werden vergelijken met 2 controle groepen (1 met
dezelfde leerstoornis, de andere met normaal ontwikkelende kinderen met
dezelfde verbale en non-verbale leeftijd als die van de autistische kinderen):
o De autistische groep deed het slechter dan de controlegroepen, maar
deze beperking was alleen zichtbaar als de puzzel om meerdere
volgordes van zetten vroeg
o Succes was positief gerelateerd aan de non-verbale mentale leeftijd
van de deelnemers
o Conclusie: algemeen vermogen heeft tenminste een beetje invloed
op het succesvol planningsvermogen → autisme kan een bijkomende
factor zijn. Autisme + een leerstoornis kan lijden tot een bijkomende
beperking
- Mentale flexibiliteit:
• Slechte mentale flexibiliteit:
o Dwingend stereotyperend gedrag en moeilijkheden in de regulatie en
modulatie van motorgedragingen
o Probleem in de mogelijkheid om over te schakelen naar een nieuwe
gedachten of acties volgens veranderingen in een situatie
o Test: Wisconsin Card Sorting Test (WCST)
Participant moet kaarten sorteren volgens kleur, vorm of aantal
volgens een onbesproken regel. De testleider vertelt of je de
regel goed volgt en wanneer je moet wisselen van regel
- Inhibitie:
• Autisten presteren vaak hetzelfde op de Stroop Test (test inhibite), maar ook
op andere testen die inhibitie testen, zoals Negative Priming en neutrale
inhibitie condities als de Go/No-Go taak
o Go/No-Go → cirkel en driehoek op een scherm:
Neutrale inhibitie: altijd reageren op dezelfde (Go) stimulus →
cirkel of driehoek
Prepotente inhibitie: go stimulus is tegenovergestelde van
degene in de neutrale inhibitie conditie → ASS vaak slechter
op prepotente respons
Flexibiliteitsconditie: wisselen van het ene patroon naar het
andere
o Negative priming:
Kijken hoe hoog het interference level is van een participant
wanneer de target de distractor wordt in een opvolgende trial
o Stop-signal:
Categorisatietaak
• Conclusie: verschillende soorten testen geven verschillende scores op
inhibitievaardigheden → de regels van sommige executieve testen lijken
arbitrair voor sommige autisten, dit lijkt de moeilijkheden te veroorzaken.
, Executieve testen die geen gebrek hebben aan een rationale worden wel
goed gemaakt
Taakcomplexiteit:
- Taakcomplexiteit kan de interpretatie van resultaten in de war laten gaan
• Taken zoals de WCST zijn multi-component processen en presenteren niet
alleen 1 aspect van executief verwerken
o Flexibiliteit, inhibitie, werkgeheugen en monitoring zijn betrokken bij
zo’n taak → er moet beter worden gekeken naar hoe iemand presteert
op elke aparte functie
Executief functioneren als diagnostische marker voor autisme?
- Studies vinden over het algemeen een specifiek patroon van executief
disfunctioneren die autisme onderscheid van andere stoornissen zoals ADHD
• ADHD ook verstoring in inhibitie, maar minder in planning
Suggesties voor beter onderzoek:
- Prestatie moet getest worden met:
• Grote range taken
• Duidelijke fases van vooruitgang
• Streng gematchte controle taken in goed gematchte controlegroepen
- Duidelijke conceptualisatie van hoe executief functioneren ontwikkelt door het leven
van autisten
Conclusie:
- Alle schoolgaande kinderen en volwassenen hebben een slechter executief
functioneren en een slechtere planning en laten een vorm van dwingend gedrag zien,
wat een beperking in mentale flexibiliteit laat zien
• Ze laten geen verslechterde inhibitie controle zijn per sé, maar ze laten wel
een verslechtere inhibitie zien op een prepotente respons in verschillende
gevallen → dit reflecteert wellicht de geforceerde applicatie van een
willekeurige regel
- Er is meer onderzoek nodig om het executieve systeem in autisme in kleinere
stukken op te splitsen om zo een grote range van executieve functies te
onderzoeken samen met hun neuro-anatomische correlaten over het leven van een
individu met autisme