Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

Samenvatting Blok 1.2 Geneeskunde Universiteit Maastricht

Beoordeling
5.0
(1)
Verkocht
20
Pagina's
95
Geüpload op
14-05-2012
Geschreven in
2011/2012

Samenvatting omvat de hele stof over hart, bloedsomloop en longen. Perfect voor studenten die bijv. in 2012 starten met jaar 1 Geneeskunde te Maastricht, het omvat alle stof van blok 1.2 en omvat vele plaatjes met uitleg!

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

SV LEERSTOF BLOK 1.2. CIRCULATIE & ADEMHALING Sally Hees, OWG 23

Thema 1: Bloeddruk, hartfrequentie en hun regulatie

 Bloeddruk (tensie) is de vloeistofdruk in het slagadersysteem, het is dus de kracht die bloed uitoefent
ste
tegen de bloedvaatwand  de 1 kracht hierachter is het hart die zorgt voor de cardiac output
 Flow is de hoeveelheid bloed die per minuut door het bloedvat stroomt
 De bloedcellen die in het midden van het bloedvat zitten, stromen sneller dan die wat dicht tegen de
wand aan zitten. Dit wordt laminaire flow genoemd, en is te wijten aan de weerstand tussen het
bloed en de vaatwand.
 Weerstand is de mate van wrijving die het bloed in het vat ondergaat (je hebt ook nog visceuze
weerstand maar dat is door de vloeistof zelf)
 De gemiddelde bloeddruk (MAP) = cardiac output x perifere weerstand (volgens andere bron ook MAP
= bloedstroom x R met bloedstroom = bloedvolume x cardiac output)
 Cardiac output = slagvolume (SV) x hartfrequentie (HR)
het slagvolume is hierbij te beïnvloeden door preload en contractiliteit en de HR door de sympaticus
 De hartslagfrequentie is het aantal hartslagen per min. En staat onder controle van de sympatische en
parasympatische zenuwstelsels vanuit het verlengde merg  normaal is 70beats/min  Het
sympathische stelsel werkt via een netwerk van zenuwen, de zogenaamde ‘sympathische plexus', en
via de hormonen epinefrine en NE, die worden afgegeven door de bijnieren en de zenuw uiteinden.
Het parasympathisch stelsel werkt via de rechter & linker nervus vagus, die acetylcholine afgeeft
 Verschillen in bloeddruk kunnen ontstaan door cardiale (slagvolume, hartfrequentie) of vasculaire
(perifere weerstand, rekbaarheid van het vaatstel) veranderingen.
 De bloeddruk wordt uitgedrukt in mmHg  dit betekend dat bijv. 120 overeenkomt met het omhoog
duwen van kwik in een speciale kolom tot 120 mm
 De systolische druk of bovendruk is de max. druk die wordt opgebouwd in de aorta of
hoofdlichaamsslagader bij het samentrekken van de linker hartkamer  normaal 120mmHg
 De diastolische druk of onderdruk is het minimum van de druk die optreedt tussen 2 samentrekkingen
van het hart in (als de linkerkamer zich weer met bloed vult)  normaal 80mmHg (70 is optimaal)
 Polsdruk is het verschil tussen diastole en systole en is dus normaal ongeveer gelijk aan 40mmHg
 P gemiddeld = (Psystolisch + 2x Pdiastolisch) / 3
Rond de 120/80 mm Hg: optimale bloeddruk (voor volwassenen)  Minder dan 140/90 mm Hg:
normaal  Meer dan 160/95 mm Hg: hypertensie  Minder dan 90/60 mm Hg: hypotensie
 Factoren die de arteriële bloeddruk bepalen
1) Hart  cardiac output (=hartminuutvolume) wordt bepaald door de hartslagfrequentie en de
contractiliteit (het slagvolume)
2) Arteriolen  perifere weerstand wordt door diameter arteriolen bepaald, door vasoconstrictie
neemt de bloeddruk bijvoorbeeld toe
3) Venen  bevatten in rust 60% van het bloedvolume, door vasoconstrictie verplaats bloed zich naar
de arteriën en andere delen waardoor bloeddruk stijgt
4) Circuleren bloedvolume  in rust circuleert ±2.5L van de in totaal 5L bloed, het overige bloed
bevindt zich namelijk in de bloeddepots (milt, huid, maag-darm kanaal), door verkleining van de
depots neemt de arteriële druk toe
 De bloeddruk wordt gereguleerd door 2 feedbacksystemen
1) de neurale regulatie: vooral korte termijn regulatie
2) de humorale regulatie: lange termijn regulatie o.i.v. diverse hormonen
 Neurale regulatie Het belangrijkste orgaan in de neurale regulatie van de bloeddruk is gelegen in het
verlengde merg, een deel van de hersenstam. Dit zenuwcentrum staat bekend onder de naam
vasomotorisch centrum. Het reageert op veranderingen in de gemiddelde bloeddruk.
 het sympatische systeem heeft een bloeddrukverhogende werking en het parasympatische een
bloeddrukverlagende (truncus sympaticus & N. Vagus zijn in rust even actief waarbij N.Vagus
(parasympatisch) overheerst op het hart en de truncus sympaticus op de vaten)
 barosensoren in de wand (tunica adventitia) van de aorta (sinus aorticus) en bij de halsslagaders
(sinus caroticus) zijn gevoelig voor rek in de vaatwand en worden dus gestimuleerd bij verhoging
van BD  actiepotentialen in hun afferente vezels hebben werking op ’t para- en sympatische deel
 daarnaast kunnen ook chemosensoren gestimuleerd worden door crisis factoren die zorgen voor

SV. Circulatie & Ademhaling, Blok 1.2 | 1

, een (verlaagde) pH en een (verhoogde) pCO2, en de perifere in de wand van de aorta ook een
daling van de pO2  de impuls die de chemoreceptoren dan afgeven zijn op korte termijn en
kunnen zorgen voor een stijging van hartfrequentie en slagvolume (dus hogere cardiac output) en
voor een daling van de diameter van de bloedvaten)
 Lagedruksensoren, gelegen in de rechterboezemwand registreren de centraal veneuze druk (CVD).
 Humorale regulatie
 het basis systeem hierin is het renine-angiotensite-aldosteron systeem (RAAS)
1) afname van bloeddruk zorgt voor een lagere GFR in de nieren, en dus neemt het NaCl in de macula
densa af, dit stimuleert de secretie van renine door cellen in de wand van het vas afferens
2) renine activeert angitensinogeen naar angiotensine I en via ACE dan weer naar angiotensine II
3) Angiotensine II stimuleert de secretie van aldosteron door de bijnierschors en veroorzaakt
constrictie van de arteriolen & stimuleert nog vele andere dingen (zie plaatje)
4) Aldosteron bevordert zoutretentie door de nieren zodat het circuleren bloedvolume toeneemt
 Andere humorale invloeden
 TSH (thyreoïd stimulerend hormoon) stimuleert de secretie van thyroxine door de schildklier dat
o.a. de hartactie verhoogd
 ACTH stimuleert de bijnierschors tot afgifte van cortisol (en in mindere mate ook aldosteron) wat
zorgt voor retentie van water en zout en mogelijk ook vasoconstrictie
 ADH (vasopressine) veroorzaakt waterretentie en vasoconstrictie

VOOR PLAATJE OVER DE REGULATIE IN WOORDEN (SILVERTHORN) ZIE BIJGEVOEGDE PAPIEREN




 Korte-termijn chemische controle
 Adrenal medulla hormonen, zoals norepinefrine en epinefrine die sympatisch activeren  NE
zorgt voor vasoconstrictie en epinefrine (adrenaline) verhoogd de cardiac output
 ANP = atrial natriuretic peptide wat zorgt voor een afname van het bloedvolume en (dus) de
bloeddruk, en voor algemene vasodilatatie (is de antagonist van aldosteron)
 endothelium deriverd factoren die (vaak) invloed hebben op de gladde spiercellen, bijv. endothelin
als vasoconstrictor en NO voor vasodilatatie
 inflammatoire signalen zoals histamine, kinine, wat potentiële vasodilatoren zijn
 alcohol wat de ADH release remt met een daling van bloeddruk tot gevolg
 Dieet gebonden factoren die meedragen aan hypertensie zijn hoog natrium gehalte, verzadigd vet en
cholesterol inname en deficiëntie van sommige metaal ionen (kalium, calcium, magnesium)  vetten

SV. Circulatie & Ademhaling, Blok 1.2 | 2

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
14 mei 2012
Aantal pagina's
95
Geschreven in
2011/2012
Type
OVERIG
Persoon
Onbekend
$5.97
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
8 jaar geleden

5.0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
SDAHHees Maastricht University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
253
Lid sinds
14 jaar
Aantal volgers
92
Documenten
22
Laatst verkocht
2 jaar geleden

4.0

28 beoordelingen

5
10
4
10
3
7
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen